De Dutch Grand Prix begon meteen met vuurwerk. Drie rode vlaggen, meerdere spins en een penibel moment in de pitstraat tussen Oscar Piastri en George Russell zorgden voor een dag vol spanning.
Lando Norris bleef ondertussen foutloos en domineerde beide sessies, maar Fernando Alonso en Aston Martin maakten duidelijk dat ze dichtbij zitten.
Vanaf de eerste minuten regende het incidenten. Lewis Hamilton en Yuki Tsunoda spinden in FP1, waarna Kimi Antonelli zijn auto in de grindbak parkeerde en voor de eerste rode vlag zorgde.
Max Verstappen maakte het bont door na de vlag te crashen bij een oefenstart, zijn Red Bull strandde in het grind. FP2 leverde nog meer drama op. Lance Stroll crashte hard in bocht drie, zijn Aston Martin zwaar beschadigd.
Even later knalde Alex Albon met zijn Williams, de derde rode vlag van de dag. Hamilton draaide opnieuw rond; de zevenvoudig kampioen had weinig vertrouwen in de achterkant van zijn Ferrari.
Temidden van de chaos was Norris onaantastbaar. In FP1 “blitzte” hij het veld met een indrukwekkende marge. In FP2 herhaalde hij dat kunststukje, al zat Alonso er tot op 0,087 seconde achter.
Piastri volgde vlak achter Alonso, Russell sloot aan als vierde, Verstappen werd vijfde, ruim een halve seconde achter Norris.
Piastri vs. Russell: de FIA grijpt in
Het meest hachelijke moment kwam niet eens op de baan, maar in de pitstraat. Russell naderde zijn Mercedes-pitbox toen Piastri zijn McLaren instuurde.
Omdat de ingang werd geblokkeerd door materiaal kreeg Piastri van zijn crew het teken om buitenom te gaan. Daarbij kwam hij terug de snelle lane in, vlak voor Russell. Die moest vol in de remmen en uitwijken om een botsing te voorkomen.
Voor even werd zelfs de verkeerde coureur opgeroepen: Lando Norris werd door de FIA gesommeerd, voordat duidelijk werd dat het Piastri betrof. Uiteindelijk concludeerden de stewards dat McLaren de situatie verkeerd had gemanaged.
Stewards: “De ingang van de pitbox was geblokkeerd door teamleden. Een signaal stuurde auto 81 rond, waarna hij kort terugkwam in de fast lane. Auto 63 moest hard remmen en uitwijken. Er was geen botsing, maar de situatie had letsel kunnen veroorzaken. Het team erkende de fout. Boete: 5.000 euro voor McLaren.”
De coureur zelf werd niet bestraft, maar de waarschuwing was duidelijk: in de pitlane zijn improvisaties levensgevaarlijk.
Red Bull had weinig te vieren. Verstappen klaagde over onderstuur en liet zien dat zelfs met een nieuwe voorvleugel het pakket tekortschiet. Hij bleef steken op P5 en straalde weinig vertrouwen uit.
Aston Martin had een dubbel gevoel: Alonso was razendsnel en lijkt mee te doen om de eerste startrijen, maar Strolls zware crash zorgde voor veel extra werk. Zijn polsen – eerder dit jaar al kwetsbaar – blijven een punt van zorg, al leek hij er zonder directe schade vanaf te komen.
Ferrari zakte door het ijs. Hamilton en Leclerc reden bijna identieke tijden, maar bleven meer dan een seconde achter Norris. Hamiltons spins onderstreepten hoe fragiel de balans van de auto is.
Williams toonde flarden potentie, maar Albon crashte hard en strandde in het grind. Een onafgemaakte ronde van zijn teamgenoot liet doorschemeren dat er misschien meer snelheid in de auto zit dan de eindtijden lieten zien.
De tijdenlijst na FP2 gaf Norris bovenaan met 1:09,890, gevolgd door Alonso en Piastri. Russell pakte P4, Verstappen P5, Hamilton P6. Daarna volgden Tsunoda, Leclerc, Colapinto en Hülkenberg.
De openingsdag in Zandvoort gaf een helder beeld: McLaren staat er, Aston Martin voelt zich sterk, Red Bull zoekt nog, Ferrari ploetert. En boven dit alles hing de beslissing van de FIA: een boete van 5.000 euro voor McLaren na het hachelijke pitlane-incident tussen Piastri en Russell.