Ferrari wil terug naar de top van de Formule 1, maar worstelt met een probleem dat geen nieuwe vleugel of snellere motor oplost: topingenieurs komen simpelweg niet naar Maranello. Het team is tweede in het kampioenschap, maar blijft achter op McLaren en voelt de druk toenemen.
Het verhaal begint bij Frederic Vasseur, die sinds 2023 de leiding heeft. Zijn plan is duidelijk: de reglementswijziging van 2026 moet hét moment worden waarop Ferrari weer wereldkampioen wordt.
Nieuwe technische specificaties, geüpdatete powerunits en grote aerodynamische veranderingen bieden de kans om een kampioenspakket te bouwen. Voor Vasseur is er maar één manier om dat te bereiken: iedereen binnen het team moet volledig op één lijn zitten.
Ferrari heeft dit jaar de SF25 voorzien van een nieuw pull rod-ophangingssysteem. In simulaties en eerste tests oogde dat veelbelovend. Maar de werkelijkheid bleek minder eenduidig.
In België gooiden wisselende weersomstandigheden, zware regen en het sprintweekend-format de evaluatie door elkaar. Ook in Hongarije leverde het systeem geen sluitend oordeel op.
Charles Leclerc stond daar op poleposition en leek kans te maken op de zege. Toch werd zijn race beïnvloed door problemen, waardoor McLaren zelfs zonder deze updates een bedreiging vormde.
Het is duidelijk dat het pull rod-systeem nog tijd en afstelling nodig heeft om in alle omstandigheden betrouwbaar te presteren. En tijd is schaars, want het 2025-seizoen dendert door en de meeste teams kijken al vooruit naar 2026.
De dubbele focus van Ferrari
Ferrari moet twee dingen tegelijk doen: maximaal presteren met de SF25 én werken aan de auto van 2026. In het huidige kampioenschap staat het team tweede, vóór Red Bull en Mercedes, maar op grote afstand van McLaren.
Bij de start van het seizoen stelde Ferrari een ambitieus doel: minstens één van de twee wereldtitels winnen. Met vijf podiumplaatsen, één pole in Hongarije en een sprintracezege in China (Lewis Hamilton) is de oogst mager. De teller voor Grand Prix-zeges staat nog steeds op nul.
Dubbele diskwalificaties wegens te licht gewicht of te veel slijtage aan de skid block hebben ook punten gekost. Ondertussen blijven McLaren, Red Bull en Mercedes wel races winnen.
Na de Grand Prix van België verlengde Ferrari Vasseur’s contract, wat de interne rust had moeten herstellen. Speculatie over zijn toekomst was immers groot.
Toch bleven de problemen zichtbaar. In Hongarije kostten verkeerde bandenspanningen en suboptimaal motorbeheer Leclerc de winst.
Vasseur benadrukt steeds dat succes alleen mogelijk is als iedereen in het team dezelfde visie deelt en daar heilig in gelooft. Hij verwijst naar leiders als Jean Todt bij Ferrari en Christian Horner bij Red Bull, maar erkent dat zo’n eenheid tijd kost.
Het ingenieursprobleem
En daar zit het pijnpunt. Ondanks alle geschiedenis en prestige van Ferrari komen er weinig topingenieurs naar Maranello. De redenen zijn complex, maar volgens insiders draait het om twee hoofdpunten.
Het eerste is de werkomgeving zelf: de taalbarrière en de Italiaanse werkmethodes. Britse ingenieurs verlaten hun vertrouwde omgeving liever niet. Italiaans leren zien ze als onnodige moeite; voor hen is Engels de taal van de Formule 1. Ook verschillen in managementstijl en werkprocessen worden als lastig ervaren.
Lewis Hamilton merkte publiekelijk op dat sommige methodes hem niet liggen of niet efficiënt lijken. Wie in Maranello werkt, merkt direct het verschil met andere teams.
Daarnaast speelt er angst. Een verkeerde beslissing bij Ferrari kan een carrière blijvend schaden. De druk is groot, en de fouten worden breed uitgemeten. Voor veel ervaren specialisten is dat een risico dat ze niet willen nemen.
Hoewel Ferrari Vasseur’s contractverlenging presenteerde als een signaal van vertrouwen, bleven er intern sceptische reacties. De aanwezigheid van John Elkann bij de verlenging werd door sommigen gezien als overbodig of juist als toneel om rust uit te stralen.
Ferrari staat bekend om zijn interne politiek, strakke informatiecontrole en zorgvuldig geformuleerde persuitingen. Dat hoort deels bij de cultuur, maar kan voor buitenstaanders een reden zijn om weg te blijven.
Voor toptalent dat gewend is aan transparantere teams, voelt dat als een beperking. Elkann’s aanwezigheid bij de contractondertekening kan zo ook worden gezien als een signaal dat er weinig alternatieven zijn voor sleutelposities, eerder dan puur een blijk van vertrouwen.