Aston Martin stond in Miami ineens stil terwijl de rest van het veld vooruitging. Terwijl rivalen met een lading updates kwamen, verscheen het team zonder één enkele chassiswijziging aan de start.
Dat was geen vergissing, maar een bewuste keuze — en precies daar begint het verhaal dat veel meer zegt over hun seizoen dan de uitslag op zondag.
Het viel meteen op in de paddock: waar teams als Ferrari met liefst elf updates arriveerden, bleef het document van Aston Martin leeg. Geen nieuwe onderdelen, geen zichtbare verbeteringen, niets.
Dat zorgde voor gefronste wenkbrauwen bij analisten. Karun Chandhok noemde het zelfs “licht zorgwekkend” toen hij het overzicht met updates bekeek en zag dat Aston Martin niets had opgegeven voor het chassis.
De context maakt dat moment nog opvallender. De AMR26 bungelt al het hele seizoen achteraan en heeft moeite om races consistent uit te rijden. Eén volledige raceafstand vóór Miami zegt eigenlijk alles.
Toch bleef het stil aan de upgradekant. En dat terwijl de concurrentie juist een versnelling hoger schakelde na de aprilbreak. Aston Martin zit niet in een fase waarin kleine stapjes nog verschil maken.
Vibratieproblemen blokkeren ontwikkeling
De grootste boosdoener zit diep in de techniek. De auto kampt met hardnekkige vibraties vanuit de Honda-powerunit, die doorwerken in het hele chassis en zelfs in de cockpit voelbaar zijn.
Dat gaat verder dan alleen rondetijd. De trillingen beïnvloeden ook het rijcomfort en zelfs de fysieke belasting van de coureurs. In de eerste fase van het seizoen leidde dat zelfs tot gezondheidszorgen.
Om dat probleem aan te pakken, bleef na de Japanse Grand Prix een AMR26 achter in Sakura bij Honda. Daar werd intensief getest met extra sensoren en simulaties om de bron van de vibraties te isoleren.
Jenson Button gaf een zeldzaam inkijkje in dat proces en legde uit dat het essentieel is om motor en auto samen te testen. Hij zei dat je dan pas echt begrijpt waar de vibraties vandaan komen en hoe ze zich gedragen.
“Je krijgt een veel beter begrip van waar het probleem zit.”
Volgens Honda is er “goede vooruitgang” geboekt, maar zonder directe winst in pure snelheid. Dat maakt de keuze om upgrades uit te stellen logischer — maar niet minder risicovol.
Achter de schermen leeft een duidelijke filosofie. Kleine upgrades van drie of vier tienden zouden op dit moment nauwelijks waarde toevoegen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar binnen het team is de redenering helder.
Als de basis van de auto instabiel is, kunnen losse updates het probleem zelfs verergeren. Jenson Button verwoordde het vrij direct. Hij stelde dat iemand als Adrian Newey simpelweg niet geïnteresseerd is in kleine tussenoplossingen.
“Hij gaat niet komen met een klein pakket.”
Volgens Button werkt Newey juist aan iets groters. Een compleet pakket dat pas wordt geïntroduceerd wanneer alle technische puzzelstukken op hun plek vallen. Die aanpak past bij Newey’s reputatie:
Liever één grote klap vooruit dan meerdere halve stappen zonder duidelijk effect. Die keuze zegt veel over hoe Aston Martin naar 2026 kijkt. Het team zit midden in een overgangsfase, met Honda en Newey als fundament voor de toekomst.
Dat betekent ook dat korte termijn resultaten minder prioriteit krijgen. In plaats van nu te forceren, kiest het team ervoor om tijd te investeren in een stabiele basis. Button gaf daar nog een extra laag aan.
Hij zei dat het belangrijker is om de auto in de achtergrond goed te ontwikkelen en pas later met een grotere update te komen.
“Dan zie je een grotere verbetering.”
Maar die strategie heeft een prijs. Terwijl Aston Martin wacht, lopen concurrenten verder uit. En in een seizoen waarin iedereen ontwikkelt, is stilstand vaak achteruitgang.