De onvrede over de huidige technische reglementen in de Formule 1 is breed. Niet alleen fans zetten vraagtekens bij de richting die de sport heeft gekozen, ook de coureurs zelf laten steeds duidelijker merken dat ze niet gelukkig zijn met hoe het racen zich ontwikkelt.
Een belangrijk kritiekpunt is de huidige filosofie achter de powerunits, waarbij de verhouding tussen verbrandingsmotor en elektrische input bijna 50:50 ligt.
Volgens veel critici levert dat races op waarin batterijmanagement soms belangrijker lijkt dan pure snelheid of durf. Dat sentiment leeft nadrukkelijk bij Norris.
Voor hem hoort goede racerij niet voort te komen uit het verschil tussen een auto met volle batterij en een auto zonder beschikbare elektrische energie.
Hij maakt duidelijk dat echte competitie volgens hem draait om auto’s die dichter op elkaar kunnen rijden, minder gewicht meeslepen en betere banden hebben. Binnen dat debat klinkt ook de eerdere oproep van Lewis Hamilton nog door.
De zevenvoudig wereldkampioen stelde voor de Grand Prix van Miami dat coureurs eindelijk “a seat at the table” moeten krijgen wanneer de regels worden gemaakt. Maar de realiteit blijkt ingewikkelder.
“Uiteindelijk draait het gewoon om zaken.”
Die uitspraak van Norris vat de situatie samen. Volgens hem draait Formule 1 niet alleen om sport, maar ook om fabrikanten, commerciële partners en teams met eigen belangen.
De basis voor deze technische koers werd al in de zomer van 2022 gelegd. Tijdens gesprekken op hoog niveau werd gekozen voor de 50:50-benadering tussen verbrandingsvermogen en elektrische ondersteuning.
Op dat moment zaten de coureurs niet in een positie om de gevolgen echt te testen. Simulatiewerk kwam pas veel later. Tegen de tijd dat duidelijk werd hoe de auto’s daadwerkelijk zouden aanvoelen, was het fundament al gelegd.
Voor de Grand Prix van Miami werden nog wel zes coureurs geraadpleegd, onder wie Charles Leclerc. Maar dat voelde meer als schadebeperking dan echte inspraak. Norris maakt daarbij geen geheim van zijn frustratie.
Hij zegt dat coureurs hun mening kunnen geven en dat ook doen, maar erkent tegelijk dat het grotere plaatje zwaarder weegt. Omdat autofabrikanten betrokken zijn. Omdat commerciële partners betrokken zijn.
Omdat teams hun eigen belangen verdedigen. En dus, zegt hij impliciet, omdat Formule 1 veel meer is dan alleen sport.
De kritiek op kunstmatige racerij groeit
F1-CEO Stefano Domenicali verdedigde recent nog het idee dat inhalen simpelweg inhalen is. Niet iedereen gaat daarin mee.
Vooral traditionele fans hebben moeite met inhaalacties die voortkomen uit ongelijke energieniveaus in plaats van coureursvaardigheid. Het idee dat een aanval wordt bepaald door batterijstatus in plaats van lef of racecraft schuurt zichtbaar.
Norris verwoordt dat scherp. Hij zegt dat “flat-out racing” het beeld is waarmee veel coureurs zijn opgegroeid — voluit racen, zonder kunstmatige hulpmiddelen die het gevecht sturen. Dat raakt aan een grotere vraag: wat moet Formule 1 eigenlijk zijn?
Een technologisch laboratorium? Of een pure racecompetitie? Die discussie is nog lang niet klaar. Ook binnen de top van de sport is erkend dat de huidige situatie niet ideaal is. Diplomatiek, maar toch duidelijk.
Zowel Domenicali als FIA-topman voor eenzitters Nikolas Tombazis hebben laten doorschemeren dat de huidige regels sterk voortkwamen uit de wensen van autofabrikanten in 2022, toen elektrificatie een logische industriële koers leek.
Sindsdien is dat speelveld veranderd. Om de tekortkomingen op te vangen, zijn meerdere tijdelijke oplossingen bedacht. Actieve aerodynamica. Complexe regels over waar elektrische energie mag worden geoogst of ingezet.
Kleine technische aanpassingen als pleisters op een fundamenteel probleem. Vanaf volgend seizoen verschuift de verhouding al meer naar ongeveer 60:40 in het voordeel van de verbrandingsmotor.
Maar ook dat ziet Norris niet als eindoplossing. Waar sommigen alweer vooruitkijken naar radicalere veranderingen — zoals een terugkeer naar atmosferische V8-motoren met een veel kleinere elektrische component — kiest Norris voor een andere toon.
Niet harder. Langzamer. Hij wil dat de sport deze keer meer tijd neemt.
“De grotere dingen en de dingen die we in de toekomst meer willen, daar wil ik meer tijd aan besteden.”
Dat is opvallend, want terwijl Hamilton juist meer directe invloed eist, legt Norris de nadruk op zorgvuldiger besluitvorming. Volgens hem is vooruitgang zichtbaar in het contact met de FIA.
Maar hij wil voorkomen dat opnieuw regels worden ingevoerd die in feite nog aanvoelen als een bèta-versie. Dat is misschien wel zijn belangrijkste boodschap. Niet dat coureurs alles moeten bepalen.
Maar dat de sport moet ophouden met fundamentele keuzes maken voordat iedereen begrijpt wat de gevolgen zijn. De huidige reglementencyclus loopt nog tot eind 2030. En juist daarom is de volgende beslissing misschien belangrijker dan welke race-uitslag ook.
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws