Max Verstappen krijgt in 2026 regelmatig het verwijt dat zijn opmerkingen over de regels voortkomen uit frustratie over een minder competitieve auto. Met Red Bull dat worstelt aan het begin van het seizoen, is dat een makkelijk en veelgebruikt argument.
Volgens die redenering zouden zijn uitspraken simpelweg het gevolg zijn van tegenvallende prestaties. Het beeld ontstaat van een coureur die klaagt omdat hij niet meer wint. Maar dat beeld vertoont een duidelijke scheur.
Verstappen uit al bijna drie jaar dezelfde kritiek op de regels van 2026. Zijn standpunt is dus geen spontane reactie op de huidige situatie, maar een consistente lijn die teruggaat tot ver vóór de invoering van de regels.
De eerste duidelijke signalen kwamen al in 2023, na zijn dominante overwinning tijdens de Grand Prix van Oostenrijk. Dat was de race waarin hij zelfs nog een extra pitstop maakte om de snelste ronde te pakken.
In die periode sprak hij zich uit over de richting van de sport en de nieuwe regels. Hij gaf aan dat hij al data had gezien uit simulatoren en daar weinig vertrouwen in had.
“Ik heb daar al met het team over gesproken en ik heb de data al gezien in de simulator. Voor mij ziet het er behoorlijk slecht uit.”
Hij gaf een concreet voorbeeld van wat hem stoorde. Op circuits als Monza zou je volgens hem op volle snelheid moeten terugschakelen voordat het einde van het rechte stuk bereikt is, omdat dat sneller zou zijn.
“Als je vol gas gaat op het rechte stuk in Monza, moet je vier of vijfhonderd meter voor het einde terugschakelen terwijl je nog vol gas rijdt, omdat dat sneller is.”
Volgens Verstappen is dat niet hoe Formule 1 hoort te werken. Hij noemde het geen juiste richting voor de sport. Zijn kritiek ging verder dan alleen rijgedrag. Hij wees ook op de mogelijke dominantie van motorleveranciers binnen de nieuwe regels.
“Het lijkt erop dat het een competitie wordt tussen verbrandingsmotoren. Wie de sterkste motor heeft, krijgt een groot voordeel.”
Dat zou volgens hem leiden tot een nieuwe ontwikkelingsstrijd, waarbij teams veel geld moeten investeren om kleine vermogenswinsten te behalen. Hij vond dat juist het tegenovergestelde de bedoeling zou moeten zijn.
De sport zou volgens hem niet moeten draaien om wie de meeste pk’s vindt. Daarnaast wees hij op de gevolgen voor inhalen. Door minder luchtweerstand zouden auto’s moeilijker kunnen inhalen op rechte stukken.
Actieve systemen en rijgevoel onder druk
Een ander punt van kritiek was de rol van actieve aerodynamica. Verstappen gaf aan dat systemen steeds meer automatisch worden geregeld.
“De actieve aerodynamica kun je niet zelf controleren, het systeem doet dat voor je.”
Volgens hem maakt dat de auto lastiger en minder prettig om te rijden. Hij gaf aan dat hij liever zelf controle houdt over de balans van de auto. Hij beschreef situaties waarin een coureur juist zelf wil bepalen hoeveel grip er aan de voorkant of achterkant nodig is.
Automatische systemen halen dat gevoel weg. Ook het gewicht van de auto noemde hij als probleem. Dat zou opnieuw toenemen, wat volgens hem niet wenselijk is.
Enkele dagen later, tijdens het raceweekend in Groot-Brittannië, ging hij nog dieper in op de problemen. Hij sprak daar opnieuw over de vreemde rijstijl die volgens hem nodig zou zijn.
“Het voelt gewoon niet goed dat je de auto op die manier moet rijden.”
Hij beschreef hoe de motor tijdens het remmen bijna vol vermogen blijft leveren, wat een onnatuurlijke rijervaring geeft.
“Het zorgt voor een heel vreemde sfeer, een beetje zoals bij de blown diffusers, waarbij je bijna constant vol gas rijdt.”
Hij gaf aan dat het geheel volgens hem te ingewikkeld wordt gemaakt. Vooral de combinatie van motorregels en aerodynamica baarde hem zorgen.
“Het maakt alles onnodig ingewikkeld.”
Volgens Verstappen spelen ook politieke belangen een rol. Teams die denken voordeel te halen uit de regels, zullen die regels sneller verdedigen. Verstappen gaf aan dat teams hun eigen belangen volgen. Als een team denkt voordeel te hebben, zal het de regels steunen.
“Sommige mensen denken dat ze er voordeel uit halen, dus zeggen ze dat de regels goed zijn.”
Hij benadrukte dat de focus zou moeten liggen op wat goed is voor de sport als geheel, niet op individuele voordelen. Volgens hem schiet de huidige richting daarin tekort.
Hij stelde dat de regels op basis van de beschikbare data niet goed zijn voor de sport. Hij gaf ook aan dat niet alle coureurs destijds volledig doorhadden hoe de regels zouden uitpakken.
“Ik weet niet zeker hoeveel mensen echt volledig begrijpen hoe het eruit gaat zien.”
In de jaren daarna zijn sommige regels aangepast. Zo is het minimumgewicht van de auto met 32 kilogram verlaagd ten opzichte van eerdere plannen.
Ook is de actieve aerodynamica deels aangepast, waarbij coureurs meer controle hebben gekregen, vergelijkbaar met het oude DRS-systeem. Toch blijven veel van de oorspronkelijke zorgen overeind.
Het terugschakelen op rechte stukken en het belang van motorprestaties zijn nog steeds aanwezig. Ook het fenomeen van energiebeheer en prestaties op rechte stukken sluit aan bij zijn eerdere waarschuwingen.
Wat opvalt, is dat andere coureurs pas later hun stem beginnen te laten horen. Waar Verstappen al vroeg kritiek had, groeit het besef nu breder binnen de paddock. Niet iedereen deelt die mening, vooral coureurs in competitieve auto’s zijn minder kritisch.
Maar naarmate de effecten duidelijker worden, verandert dat beeld. De situatie laat zien dat Verstappen niet reageerde op een momentopname, maar op een structureel probleem dat hij al vroeg zag aankomen.
Daarmee verschuift de discussie van klachten naar voorspellingen.