Fernando Alonso vergroot de druk op Aston Martin terwijl Adrian Newey mogelijk zijn echte AMR26 pas in Melbourne toont. De interne spanning rond het 2026-project groeit na tegenvallende tests in Barcelona en Bahrein.
De vraag is niet langer of Aston Martin klaar is voor 2026, maar hoeveel er nog verborgen blijft tot de seizoensopener in Australië. Aston Martin beleeft een ontnuchterende start van de voorbereiding op 2026.
Tijdens de wintertests in Barcelona en Bahrein oogde de AMR26 allesbehalve overtuigend. De rondetijden vielen tegen en de signalen uit de cockpit klonken zorgwekkend.
Lance Stroll gaf in Bahrein aan dat er nog vier seconden performance nodig is. Dat is in Formule 1-termen geen detail, maar een kloof. Fernando Alonso erkende openlijk dat het team momenteel op achterstand staat.
Journalisten ter plaatse in Bahrein meldden bovendien dat Aston Martin zich aan de achterkant van het veld bevindt. De eerste versie van de AMR26 lijkt qua rondetijd simpelweg niet competitief genoeg.
Daarmee groeit de druk intern, zeker nu het team alles heeft ingezet op 2026. Toch speelt er meer dan alleen pure snelheid. De AMR26 is namelijk de eerste Aston Martin die volledig onder leiding van Adrian Newey is ontworpen.
Daarnaast is het de eerste auto met een Honda-powerunit binnen een exclusieve works-samenwerking. Dat maakt deze auto niet zomaar een nieuw model, maar het begin van een compleet nieuw tijdperk.
Juan Pablo Montoya, die in het verleden met Newey samenwerkte bij McLaren, vermoedt dat de auto die we tijdens de tests zagen niet het volledige plaatje is. Volgens hem houdt Aston Martin bewust iets achter tot de eerste race in Melbourne.
“Behalve de Aston kijk je naar elke auto en ze zien er allemaal hetzelfde ui. Dus dat betekent dat óf niemand het heeft begrepen, óf iedereen aan het sandbaggen is omdat ze iets hebben ontdekt.”
Montoya suggereert dat teams mogelijk bewust minder laten zien tijdens tests. De aerodynamische pakketten zouden volgens hem sterk veranderen tussen nu en Melbourne.
“De aero-pakketten gaan veel veranderen van nu tot Melbourne en als je Adrian Newey kent, gaat hij wachten tot Melbourne om het pakket te rijden. Adrian gaat niets in de test rijden.”
Hij kent Newey goed en benadrukt dat diens karakter het moeilijk maakt om prestaties juist in te schatten.
“Adrian Newey is een pessimist. Dus het is echt moeilijk te beoordelen. Ik heb met Adrian gewerkt. Adrian zal zeggen dat dingen oké zijn, maar hij is nooit tevreden.”
Montoya herinnert aan een eerdere periode bij Red Bull.
“Toen hij de Red Bull bouwde die een paar jaar geleden bijna elke race won, vond hij niet dat ze zo’n geweldige auto hadden. En toch won hij 90 procent van de races.”
Volgens Montoya ligt daar juist Neweys kracht: hij is nooit tevreden met wat hij heeft.
Een nieuwe technische realiteit in 2026
Het seizoen 2026 start een volledige technische reset. De nieuwe regels schrijven een powerunit voor die voor 50 procent elektrisch is, met duurzame brandstof en een andere energiebalans. Ook actieve aerodynamica maakt deel uit van het pakket.
De AMR26 is de zesde Aston Martin sinds de terugkeer van het team in 2021. De auto wordt in 2026 bestuurd door Fernando Alonso en Lance Stroll. De eerste publieke run vond plaats tijdens een shakedown in Barcelona in januari 2026, terwijl de officiële presentatie op 8 februari 2026 werd gehouden.
De seizoensopener staat gepland voor 8 maart 2026 in Melbourne, Australië. Newey richtte zich vroeg in het ontwerpproces op onderdelen die gedurende een seizoen nauwelijks te wijzigen zijn.
Daarbij gaat het om de lay-out van de voor- en achterophanging, het volume van de brandstoftank en de wielbasis. Dat zijn structurele keuzes. Ze bepalen het fundament waarop latere aerodynamische pakketten worden gebouwd.
Newey gaf zelf aan dat de auto die in Melbourne rijdt “heel anders” zal zijn dan de versie die tijdens de shakedown te zien was. Hij verwacht bovendien dat de auto tegen Abu Dhabi opnieuw sterk zal verschillen van de Melbourne-specificatie.
Dat wijst op een seizoen waarin doorontwikkeling extreem snel zal verlopen. Aston Martin is samen met Audi een van slechts twee teams met een exclusieve eigen motorleverancier. In het geval van Aston Martin gaat het om Honda.
Audi ontwikkelt zijn eigen powerunit. Montoya ziet daar een extra onzekerheid.
“Ik denk dat er een grotere vraag is; waar Honda een één-auto-team is op het gebied van betrouwbaarheid. Honda heeft één auto en Audi heeft één auto.”
Hij wijst op het aantal afgelegde kilometers tijdens tests.
“In drie dagen deed Audi 600 kilometer, Mercedes 5.000 kilometer. Ferrari deed 4.800 kilometer. Zolang Aston de motor niet hoeft terug te draaien, zullen ze geen problemen hebben.”
Voor hem ligt de echte zorg niet bij pure kracht, maar bij betrouwbaarheid.
“De twee grote vraagtekens voor mij draaien niet zozeer om vermogen, maar meer om betrouwbaarheid.”
Honda gaf zelf toe dat het interne verbrandingsgedeelte niet noodzakelijk op schema ligt, terwijl de elektrische kant volgens planning verloopt. Dat betekent dat de energiebalans en efficiëntie cruciaal worden.
Als de powerunit niet volledig meewerkt, moet Newey mogelijk extra agressief zijn met aerodynamische efficiëntie om eventuele tekortkomingen te compenseren.
Fernando Alonso benadrukte dat Newey niet is vergeten hoe je een Formule 1-auto ontwerpt. Tegelijkertijd erkende hij dat het team momenteel op achterstand staat. Die combinatie zorgt voor een extra element van stress binnen Aston Martin.
De verwachtingen rond 2026 zijn immers enorm. Het team heeft 2025 bewust opgeofferd om volledig te focussen op de AMR26. Newey werkte vrijwel continu aan het 2026-project, in wat werd omschreven als een bijna voortdurende designtrance.
Wanneer dan tijdens de eerste tests blijkt dat de auto aan de achterkant van het veld staat, stijgt de spanning automatisch. De woorden van Stroll over een tekort van vier seconden maken dat gevoel alleen maar sterker.
Alonso blijft vertrouwen uitspreken in het potentieel van de AMR26, ondanks de stroeve start. Maar vertrouwen alleen verkleint geen gat op de stopwatch.
Melbourne zal het eerste echte ijkpunt zijn. Daar moet blijken of de vermeende grote update-spec daadwerkelijk een groot deel van het verschil kan dichten.