De problemen bij Aston Martin zijn groter dan gedacht en raken inmiddels de kern van het team. Wat begon als een moeizame start van 2026, voelt nu als een structurele crisis zonder snelle oplossing.
Achter de schermen groeit de twijfel, en zelfs binnen het team lijkt het geloof in herstel langzaam weg te sijpelen. Vooral de geluiden rond de veelbesproken B-spec van de AMR26 maken weinig indruk.
De start van het 2026-seizoen had een nieuw begin moeten zijn voor Aston Martin. Met de komst van Adrian Newey en een compleet nieuwe auto, de AMR26, lag de lat hoog. Maar al snel bleek dat de realiteit ver achterbleef bij de verwachtingen.
Tijdens de wintertests in Barcelona en Bahrein werd pijnlijk duidelijk dat de auto niet alleen traag was, maar ook onbetrouwbaar. Aston Martin reed aanzienlijk minder kilometers dan concurrenten, soms slechts een fractie van wat andere teams haalden.
De achterstand liep op tot ongeveer vier seconden per ronde ten opzichte van de snelste teams. Dat is geen klein verschil dat je met een paar updates oplost. Het wijst op diepere technische problemen.
Binnen de fabriek in Silverstone groeide de onrust. Medewerkers begonnen zich openlijk af te vragen of de problemen überhaupt oplosbaar zijn. Dat sentiment werd later bevestigd door David Croft, die nauw contact heeft met mensen binnen het team.
“Elke boodschap die ik momenteel van Aston Martin ontvang, is niet bepaald hoopvol en optimistisch over de B-specificatie auto die eraan komt.”
Volgens Croft is het simpel: het vertrouwen ontbreekt. En zonder vertrouwen wordt elke upgrade automatisch met scepsis bekeken. De kern van de problemen ligt bij de samenwerking met Honda.
De nieuwe powerunit blijkt een zwakke schakel en zorgt voor meerdere complicaties tegelijk. De batterij en het ERS-systeem functioneren niet stabiel. Dat leidt tot storingen, vermogensverlies en zelfs momenten waarop de auto simpelweg niet verder kan.
Coureurs Fernando Alonso en Lance Stroll merken dat direct op de baan. Daarnaast is er een serieus probleem met trillingen. Volgens Newey zelf zijn die zo extreem dat coureurs niet langer dan ongeveer 25 ronden achter elkaar kunnen rijden zonder risico op fysieke klachten.
Dat maakt lange runs vrijwel onmogelijk. Door die combinatie van problemen bleef de testkilometrage extreem laag. Waar andere teams hun systemen verfijnden, was Aston Martin vooral bezig met overleven en basisdata verzamelen.
Dat heeft grote gevolgen. Want zonder voldoende data kun je geen gerichte verbeteringen doorvoeren. En zonder verbeteringen blijft de auto achterlopen.
Het resultaat is een vicieuze cirkel waarin prestaties, betrouwbaarheid en ontwikkeling elkaar negatief beïnvloeden.
B-spec upgrade biedt weinig hoop
Normaal gesproken is een B-spec update hét moment waarop een team het seizoen kan keren. Maar bij Aston Martin klinkt daar weinig vertrouwen over. Croft maakte dat glashelder tijdens een aflevering van The F1 Show.
Hij benadrukte dat de problemen te fundamenteel zijn om met een upgradepakket op te lossen. Hij zei daarover: “Ik denk niet dat het een erg prettige sfeer is, afgaande op wat de mensen binnen dat kamp me vertellen.”
Volgens hem zit het probleem niet alleen in aerodynamica, maar vooral in de basis van de auto: de motor, de elektronica en de integratie daarvan.
Dat betekent dat zelfs een verbeterde versie van de AMR26 waarschijnlijk niet genoeg zal zijn om het gat van drie tot vier seconden te dichten. Zeker niet op korte termijn. Er zijn wel ideeën voor verbeteringen.
Denk aan aangepaste koelingssystemen voor de ERS en veranderingen in de aerodynamica. Maar die lijken eerder gericht op schade beperken dan echt concurreren. Naast de technische problemen speelt er nog iets anders: de sfeer binnen het team.
En die is volgens insiders verre van goed. Croft gaf aan dat Aston Martin vooral behoefte heeft aan stabiliteit en leiderschap. Hij noemde specifiek de mogelijke komst van Jonathan Wheatley als een positieve stap.
Volgens hem kan iemand als Wheatley zorgen voor vertrouwen en structuur binnen het team. Hij zei: “They need a happy workforce that’s willing to put in the extra hours.”
“Ze hebben een tevreden personeelsbestand nodig dat bereid is om extra uren te maken.”
Dat zegt veel. Want het probleem zit dus niet alleen in de techniek, maar ook in motivatie en teamdynamiek.
Tegelijkertijd is er onzekerheid over de toekomst van Wheatley. Na zijn vertrek bij Audi wordt hij gelinkt aan meerdere teams, waaronder Aston Martin en zelfs een terugkeer naar Red Bull.
Die onzekerheid past bij het bredere beeld: een team dat nog zoekt naar richting, stabiliteit en oplossingen.
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws