George Russell stond in Bakoe op het podium met een tweede plaats, maar hij was niet de enige die Mercedes-power liet schitteren.
Carlos Sainz reed zijn Williams naar een indrukwekkende derde plek en bewees daarmee dat de motoren uit Brackley en Brixworth overal winnen kunnen. Voor Mercedes is dat een visitekaartje, maar voor Toto Wolff roept het ook vragen op.
Want terwijl McLaren op weg is naar back-to-back constructeurstitels als klantenteam en Williams aan een opmars bezig is, komt 2026 steeds dichterbij. En met nieuwe chassis- en motorregels kan succes van klanten opeens omslaan in een dreiging voor het fabrieksteam zelf.
De feiten uit Bakoe spreken boekdelen. Russell pakte P2, terwijl rookie Kimi Antonelli daar vlak achter vierde werd. Sainz vulde het podium aan voor Williams en tilde zijn team daarmee naar 101 punten in dit seizoen, goed voor P5 in het constructeurskampioenschap met nog zeven races te gaan.
McLaren blijft ondertussen de standaard zetten. Na de wereldtitel bij de constructeurs in 2024 ligt de weg open voor een herhaling.
Oscar Piastri en Lando Norris vechten onderling om de coureurstitel, terwijl Max Verstappen met zeges in Monza en Bakoe probeert de strijd spannend te houden.
Voor Mercedes is dit alles tegelijk een zegen en een uitdaging. Het merk is zichtbaar in alle lagen van de sport, maar de dreiging dat klanten beter presteren dan het fabrieksteam zelf blijft op de achtergrond meespelen.
Terugblik en vooruitblik
Mercedes kent de kracht van regelwijzigingen. Toen de motorregels in 2014 veranderden, volgde een ongekende reeks van acht constructeurstitels op rij. Voor 2026 worden opnieuw grote veranderingen doorgevoerd, en veel kenners verwachten dat de Mercedes-powerunit opnieuw een wapen zal blijken.
Toch is er geen hard bewijs dat die verwachting uitkomt. Wolff benadrukt dat er veel onzekerheden zijn, zeker omdat McLaren, Williams en ook Alpine met dezelfde motor zullen rijden.
Het gevaar dat zij de fabrieksteamstatus van Mercedes kunnen bedreigen is reëel. Na afloop van Bakoe kreeg Wolff de vraag of de prestaties van McLaren en Williams hem zorgen baren richting 2026. Wolff liet duidelijk merken dat hij zelf met gemengde gevoelens zit.
“Of Alpine. Je weet het nooit. Het punt is dat ik er tweeledig in sta. Enerzijds vertegenwoordigen wij Mercedes-Benz en dan zie ik liever een klantenteam met Mercedes-motoren winnen dan een andere fabrikant.”
Hij voegde er direct aan toe dat er ook een andere kant is.
“Aan de andere kant denk ik hopelijk schaden ze ons, onze campagne, niet te veel. Dus ik ben blij voor hen en blij voor het merk.”
Zijn woorden laten de spagaat zien waarin Mercedes zich bevindt: trots dat de motoren overal winnen, maar bang dat dit tegen hen kan keren als de nieuwe regels in werking treden.
De spanning richting 2026
De nieuwe technische regels draaien niet alleen om motoren, maar ook om chassis en energiebeheer. Mercedes wil met een eigen team terug naar de top, maar de realiteit is dat McLaren en Williams nu al laten zien dat ze podiumwaardig zijn. Dat idee maakt Wolff soms wat cynisch.
“Aan de andere kant wil ik de motoren volgend jaar eigenlijk afpakken,” grapte hij na Bakoe. “Misschien vallen ze dan een paar keer uit!”
Het lachje na afloop verhulde de ernst niet: de topman van Mercedes beseft dat 2026 weleens het seizoen kan worden waarin een klantenteam zijn fabrieksteam naar de kroon steekt.
Ondertussen staat Mercedes er zelf niet slecht voor. Dankzij Russell en Antonelli pakte het team stevige punten in Bakoe en schoof het voorbij Ferrari naar P2 in de strijd bij de constructeurs.
Dat resultaat onderstreept de kracht van het fabrieksteam, maar het laat tegelijk zien dat de concurrentie uit eigen stal niet meer te negeren valt.
Wolff weet dat Mercedes zowel de motoren als het eigen team op orde moet hebben, anders dreigt 2026 de geschiedenis in te gaan als het jaar waarin de klanten de meester overtroffen.