Nog vóór het seizoen echt op gang kwam, werd duidelijk dat de AMR26 niet alleen snelheid mist, maar vooral worstelt met iets fundamentelers: betrouwbaarheid. De verwachtingen rond de AMR26 waren enorm.
Het was de eerste auto volledig ontworpen onder leiding van Newey bij Aston Martin, met alle middelen die eigenaar Lawrence Stroll beschikbaar stelde. Daarbij kwam de samenwerking met Alonso, een tweevoudig wereldkampioen in de laatste fase van zijn carrière.
Op papier leek alles te kloppen. Een topontwerper, een ervaren coureur en een team dat eindelijk de middelen had om mee te doen vooraan. Toch ontstond er al snel twijfel. Sommige bronnen noemden Newey zelfs “past his best” en spraken over een “fat green whale”.
Anderen geloofden juist dat hij opnieuw een meesterzet zou afleveren, zoals hij dat ook deed bij de reglementswijziging van 2022 met Red Bull. De realiteit blijkt voorlopig een stuk minder rooskleurig.
Het grootste probleem zit diep in de kern van de auto: de samenwerking tussen chassis en Honda-powerunit. Tijdens de eerste tests in Barcelona ging het al mis. De auto kwam laat de baan op en viel vrijwel direct stil. De oorzaak?
Een slechte communicatie tussen powerunit en chassis, wat leidde tot problemen met het energieterugwinningssysteem. In Bahrein werd het niet beter. Zowel Alonso als Lance Stroll klaagden over constante technische problemen.
De kern van het probleem werd later opvallend openlijk uitgelegd door Newey zelf. Hij onthulde dat vibraties vanuit de motor de boosdoener zijn en zei: “Wat belangrijk is om te onthouden is dat de powerunit de bron van de vibratie is. Het is de versterker.”
“De chassis is de ontvanger. We hebben geen vooruitgang geboekt in het dempen daarvan.”
De gevolgen zijn extreem. Batterijen trillen letterlijk kapot, wat leidde tot een dramatische uitval aan het einde van de tests in Bahrein. De problemen blijven niet beperkt tot techniek alleen. Ze raken ook de coureurs zelf.
Tijdens de race in China moest Stroll al vroeg opgeven. Alonso hield het langer vol, maar stapte uiteindelijk uit vanwege fysiek ongemak door de hevige trillingen.
Newey gaf zelfs toe dat de vibraties risico’s kunnen opleveren voor de gezondheid van de coureurs, waaronder mogelijke zenuwschade. Dat maakt de situatie ineens een stuk serieuzer dan alleen een tegenvallende auto.
Spanningen met Honda lopen op
De samenwerking met Honda begon allesbehalve soepel. Aston Martin had afscheid genomen van Mercedes en koos bewust voor een fabriekssamenwerking met de Japanse motorleverancier. Maar die keuze werpt voorlopig nog geen vruchten af.
Terwijl teams met Mercedes-motoren volop kilometers maakten en data verzamelden, stond Aston Martin vaak stil in de garage. Het verschil in voorbereiding groeit daardoor snel. Honda verdedigt zich door te stellen dat de vibraties op de testbank binnen acceptabele grenzen lagen.
Pas in combinatie met de auto van Aston Martin ontstonden de extreme problemen. Daarbij wijst Honda ook op late wijzigingen vanuit Newey, vooral rond de integratie van de batterij.
Toch erkent Newey dat Honda nog stappen moet maken en gaf hij aan dat er “een grote sprong in verbrandingsmotorvermogen” nodig is richting 2027. Tijdens de race in Japan kwam er eindelijk een klein positief signaal.
Alonso haalde voor het eerst de finish, wat laat zien dat er vooruitgang wordt geboekt. Maar dat verandert weinig aan het grotere plaatje.
Aston Martin loopt duizenden kilometers achter op concurrenten als Mercedes, Ferrari en Red Bull als het gaat om kennis en ontwikkeling. De FIA-regeling met extra ontwikkelingsmogelijkheden kan helpen, maar lost het probleem niet direct op.
De situatie doet sterk denken aan McLaren’s samenwerking met Honda in het verleden. Ook toen begon Honda met een achterstand en duurde het jaren voordat er succes kwam.
De vraag is alleen: heeft Alonso die tijd nog? Op papier heeft de AMR26 nog steeds potentie. Zowel Stroll als Alonso zien mogelijkheden in het chassis.
Alonso noemde het zelfs een auto met “veel potentieel”, terwijl Stroll toegaf dat het nog niet de snelste auto in de bochten is.
Newey zelf beschreef het ontwerp als “agressief” en benadrukte dat er veel innovatieve elementen in zitten. De auto is extreem compact gebouwd, wat nieuwe aerodynamische kansen biedt.
Maar zonder betrouwbare powerunit blijft dat potentieel onbenut. De druk op Newey neemt toe. Voor het eerst in zijn carrière heeft hij volledige controle over een team, zonder duidelijke buffer in de leiding.
Dat roept vragen op. Kan een briljante ontwerper ook een effectieve teamleider zijn? Newey lijkt zich daarvan bewust. Hij is al op zoek naar een nieuwe teambaas, zodat hij zich weer volledig kan richten op techniek.