Peter Windsor stelt dat de podiumplaats van Max Verstappen tijdens de Grand Prix van België volledig op het conto van de coureur zelf te schrijven is. Volgens de analist had de Red Bull-auto op Spa-Francorchamps niet de snelheid voor een top-drie klassering.
Verstappen eindigde de race als derde, achter winnaar Kimi Antonelli en de als tweede gefinishte Charles Leclerc. Windsor benadrukt dat de RB22 van Red Bull Racing nog niet op het niveau van de andere topteams presteert. Dat Verstappen desondanks zijn derde podium van het seizoen 2026 behaalde, is volgens hem dan ook een uitzonderlijke prestatie.
Gedurende de race kampte Verstappen met diverse technische problemen. Er waren schommelingen in de energielevering van de powerunit en problemen met het terugschakelen. Daarnaast presteerde de auto minder goed op de harde bandencompound.
‘De auto gedroeg zich bijna de hele race verschrikkelijk met het slechte terugschakelen en toch kon hij nog derde finishen. Stel je eens voor wat Max met een redelijke auto zou kunnen doen.’
Red Bull koos in België bovendien voor een oudere, grotere achtervleugel. Deze keuze was een gevolg van een probleem met een ander model vleugel tijdens de voorgaande race op Silverstone. De gebruikte achtervleugel was een basismodel dat zorgde voor een lagere topsnelheid op de rechte stukken.
Ondanks de technische beperkingen en een nadelig getimede Virtual Safety Car, die Leclerc in de kaart speelde tijdens zijn pitstop, wist Verstappen een podiumplaats veilig te stellen. Zonder de neutralisatie had een tweede plaats volgens Windsor tot de mogelijkheden behoord.
De analist was naar eigen zeggen ‘stomverbaasd’ over het optreden van de Nederlander. Hij benadrukt dat Verstappen erin slaagde om coureurs als Lewis Hamilton en Oscar Piastri achter zich te houden, wat de prestatie extra gewicht geeft.
Krijg als eerste toegang tot het laatste Formule 1-nieuws