De discussie over de F1-motoren voor 2026 wordt steeds feller, maar Max Verstappen weigert zich erin te laten trekken. Terwijl hij publiekelijk afstand houdt, woedt achter de schermen een technisch en politiek gevecht dat de machtsverhoudingen in de Formule 1 kan bepalen.
Nog voordat er dit seizoen ook maar één ronde voluit is gereden, staat het paddock al in brand. Motorfabrikanten, teams en de FIA botsen over de interpretatie van de nieuwe motorregels voor 2026, regels die de sport fundamenteel moeten veranderen.
Verstappen kiest er bewust voor om zich buiten dat conflict te houden en benadrukt dat het niet zijn rol is om technische grenzen te bewaken. De kern van de 2026-regels zit niet in het aantal cilinders of de cilinderinhoud, maar in de verdeling van vermogen.
De 1,6-liter V6-turbomotor blijft bestaan, maar de hybride-architectuur wordt drastisch aangepast. De MGU-H, het complexe systeem dat energie uit uitlaatgassen terugwint, verdwijnt volledig uit de powerunit. Dat moet kosten drukken en de instap voor nieuwe fabrikanten vergemakkelijken.
Tegelijk wordt de overblijvende elektrische component, de MGU-K, bijna drie keer zo krachtig. Het elektrisch vermogen stijgt van ongeveer 120 kW naar circa 350 kW.
Daarmee mikken de regels op een vrijwel gelijke verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische aandrijving, ongeveer vijftig procent om vijftig procent. Dat is een radicale breuk met de huidige situatie, waarin de V6 nog altijd het grootste deel van het vermogen levert.
Strengere grenzen voor verbranding en brandstof
Naast de elektrische opschaling grijpt de FIA ook in bij de klassieke verbrandingsparameters. De maximale compressieverhouding wordt verlaagd van 18:1 naar 16:1. Dit moet voorkomen dat fabrikanten via extreem efficiënte verbranding een oneerlijk voordeel opbouwen en moet tegelijk de kosten beheersen.
Ook de hoeveelheid brandstof wordt verder beperkt. Rond de 70 kilogram per race geldt als richtgetal. Dat dwingt teams om zuiniger te rijden en nog zwaarder te leunen op elektrische energie, met grote gevolgen voor strategie, rijstijl en motorontwerp.
Juist in dat spanningsveld, tussen minder brandstof en meer elektrische power, ontstaat nu de controverse die de paddock verdeelt. Volgens berichten in het paddock zouden sommige fabrikanten een maas in de regels hebben gevonden.
Met name Red Bull Powertrains en Mercedes worden genoemd als partijen die spelen met thermische uitzetting. Het idee is dat een motor bij meting op omgevingstemperatuur keurig binnen de limiet van 16:1 blijft, maar onder raceomstandigheden door opwarming effectief een hogere compressieverhouding bereikt.
Dat zou een vermogenswinst kunnen opleveren van naar schatting 10 kW tot ongeveer 15 pk. In rondetijd vertaalt zich dat mogelijk naar drie tot vier tienden per ronde. In een veld waar alles steeds dichter bij elkaar zit, is dat een enorm verschil.
Verstappen weigert zich in die discussie te mengen. In gesprekken met Bloomberg en Sky Sports News maakte hij duidelijk dat dit niet zijn strijd is.
“Het is onmogelijk om dat te weten. Iedereen probeert gewoon alles wat hij kan.”
Hij benadrukte dat zijn rol beperkt blijft tot rijden en presteren, niet tot het uitleggen of verdedigen van technische oplossingen.
“Ik moet me focussen op het rijden. Ik ben hier niet om motoringenieur te zijn en alles in detail uit te leggen.”
Volgens hem ligt de verantwoordelijkheid bij de FIA en de motorfabrikanten om dit soort kwesties uit te zoeken en te beslechten.
Vertrouwen in het eigen team
Ondanks alle geruchten zegt Verstappen volledig te vertrouwen op zijn team. Hij gaat ervan uit dat Red Bull binnen de regels opereert, zowel naar de letter als naar de geest ervan.
“Uiteindelijk is het iets tussen de FIA en de motorbouwers. Ik rijd de auto en vertrouw erop dat wij alles doen om het maximale eruit te halen.”
Die houding past bij zijn bredere aanpak richting 2026. Hij erkent dat het nieuwe tijdperk vol onzekerheden zit en dat niemand nu al weet wie er straks vooraan staat. De onrust heeft de FIA ertoe aangezet om snel te handelen.
Ferrari, Audi en Honda hebben de autosportbond schriftelijk verzocht om duidelijkheid over de interpretatie van de compressieverhouding-regels. Als reactie daarop heeft de FIA een bijeenkomst gepland met alle motorfabrikanten op 22 januari.
Doel is om interpretaties gelijk te trekken en eventuele loopholes te dichten voordat de nieuwe powerunits daadwerkelijk in competitie verschijnen. Dit is niet de eerste keer dat de FIA ingrijpt in aanloop naar een nieuw reglement.
Eerder werden al mogelijke mazen rond brandstof-flowmeters aangepakt, wat laat zien dat de bond bereid is proactief op te treden om het speelveld gelijk te houden. Achter de technische discussie schuilt een duidelijke politieke laag.
Gevestigde fabrikanten willen hun investeringen beschermen, terwijl nieuwkomers vrezen dat ze al vóór de start van 2026 op achterstand staan.
Ferrari, Audi en Honda zien het oprekken van regels als een bedreiging voor de geloofwaardigheid van het nieuwe tijdperk. Red Bull en Mercedes benadrukken juist dat zij simpelweg tot het uiterste gaan binnen wat is toegestaan, zoals teams dat altijd hebben gedaan.
Die botsing tussen ‘geest van de regels’ en ‘letter van de regels’ is zo oud als de Formule 1 zelf, maar door de omvang van de 2026-veranderingen staat er nu meer dan ooit op het spel.
Naast de technische en politieke strijd klinkt er ook kritiek op de richting van de sport. De nieuwe powerunits worden zwaarder, terwijl het minimumgewicht van de auto’s de afgelopen tien jaar al flink is toegenomen.
Verstappen liet eerder al weten dat de voorlopige 2026-auto’s in de simulator “verschrikkelijk” aanvoelden. Fans en technische volgers vrezen bovendien dat minder brandstof en meer batterijvermogen de motoren nog stiller maken dan de huidige V6-hybrides, die vaak al worden vergeleken met stofzuigers.
Daarbovenop bestaan zorgen dat actieve aerodynamica en nieuwe overtake- en override-modi de vuile lucht juist verergeren, waardoor inhalen ondanks hulpmiddelen moeilijk blijft. Voor Red Bull en zusterteam Racing Bulls wordt 2026 extra bijzonder.
Het wordt het eerste seizoen waarin beide teams rijden met een volledig eigen powerunit, ontwikkeld door Red Bull Powertrains. Verstappen benadrukt dat alleen de tijd zal uitwijzen hoe competitief dat pakket is.
“We weten het gewoon niet. Het enige wat ik weet is dat iedereen alles geeft wat hij heeft.”