Een wereldkampioen die niet eens aan de start verschijnt en openlijk toegeeft dat zijn auto niet goed genoeg is: McLaren zit begin 2026 in zwaar weer.
Wat vorig seizoen nog een dominante combinatie was, blijkt nu een pakket vol twijfels en technische tekortkomingen. De realiteit is simpel: McLaren mist snelheid, mist grip en mist controle over zijn eigen techniek.
Het weekend in China maakt alles zichtbaar. Norris kwalificeert zich nog als zesde, maar komt vervolgens niet eens op de grid door een elektrisch probleem.
Vrijwel direct daarna volgt een tweede klap wanneer ook Oscar Piastri moet afhaken door een ander defect aan de Mercedes-powerunit. Daarmee blijft McLaren met lege handen achter nog vóór de race begint.
Voor Norris betekent het zelfs zijn eerste gemiste start. Piastri zit nog dieper in de problemen, want na twee races heeft hij nog geen volledige racelap gereden buiten de sprintrace in Shanghai, nadat hij eerder al crashte op weg naar de grid in Australië.
Norris staat na twee races op slechts 15 punten, terwijl McLaren als team blijft steken op 18 punten en daarmee derde staat in het constructeurskampioenschap, ver achter Mercedes met 98 punten en Ferrari met 67 punten, en slechts nipt voor Haas met 17 punten en Red Bull met 12 punten.
Norris probeert het weekend nog te duiden door te benadrukken dat het team ondanks alles vooruitgang boekt, maar die nuance gaat direct samen met harde conclusies.
Hij stelt dat het “een weekend is waarin we veel hebben geleerd” en dat er “sinds vorige week al dingen duidelijk zijn geworden”, maar koppelt dat meteen aan de kern van het probleem.
Hij maakt duidelijk dat McLaren nog altijd niet begrijpt hoe het maximale uit de powerunit gehaald moet worden, en dat dat direct invloed heeft op de prestaties.
Volgens Norris moet het team “een beter werk leveren in het begrijpen van de powerunit en veranderingen doorvoeren”, terwijl tegelijkertijd ook de auto zelf tekortschiet. Die combinatie leidt tot een pijnlijke conclusie die hij zonder omwegen uitspreekt:
De auto “is niet op het niveau dat nodig is om voor podiums of een overwinning te vechten op dit moment”. Daarmee erkent hij dat McLaren niet alleen pech heeft, maar structureel tekortkomt.
Problemen zitten in het hele pakket
Volgens Norris ligt het probleem niet bij één onderdeel, maar in het geheel van de auto. Hij benadrukt dat “het beide is”, waarmee hij doelt op zowel de powerunit als het chassis dat “niet op het niveau is waar we het willen hebben”.
Dat wordt pijnlijk duidelijk als je naar de prestaties kijkt. In Australië eindigde Norris 35,5 seconden achter George Russell, terwijl beide coureurs met een Mercedes-powerunit rijden.
Dat verschil wijst niet naar de motor zelf, maar naar hoe McLaren die gebruikt en hoe de auto eromheen is gebouwd. De data ondersteunt dat beeld: Mercedes is sneller op rechte stukken én in bochten, ondanks dezelfde basis.
Volgens teambaas Andrea Stella zit daar ook de kern van de oplossing. Hij stelt dat de prestaties moeten komen uit “twee hoofdgebieden: powerunit-exploitatie en meer grip in de bochten”.
Naast de motorproblemen speelt ook het gedrag van de auto een grote rol. McLaren heeft nog steeds moeite om voldoende grip te genereren in bochten, waardoor de auto begint te glijden en de banden verkeerd belast worden.
Dat probleem is niet nieuw. Norris geeft zelf aan dat de banden “na drie ronden al kapot zijn” en dat de front-graining problemen niet verdwenen zijn, ondanks de overstap naar de MCL40.
Hij benadrukt dat dit probleem niet afhankelijk is van de auto of setup, maar structureel aanwezig blijft. Daarmee wordt duidelijk dat McLaren een fundamenteel probleem heeft in hoe de auto met de banden omgaat.
Die zwakte was in 2025 al zichtbaar, maar werd toen gemaskeerd door sterke prestaties in medium-snelheidsbochten. In 2026 wordt dat verschil uitvergroot, omdat andere teams met andere concepten en bandengebruik werken.
Ondanks alle problemen blijft Norris vertrouwen houden in een ommekeer. Hij stelt dat hij “absoluut” potentie ziet om het seizoen nog te keren, al erkent hij dat er geen garanties zijn.
Hij wijst erop dat het seizoen lang is en dat er na Japan een korte pauze volgt die het team kan gebruiken om oplossingen te vinden en ontwikkelingen sneller op de auto te krijgen.
Tegelijk blijft hij realistisch over de huidige situatie. Hij noemt het “niet de start van het jaar die we willen” en erkent dat het een “moeilijke start” is.
Toch houdt hij vast aan het geloof dat McLaren later in het seizoen weer kan vechten voor podiumplaatsen en mogelijk zelfs overwinningen.