Ron Dennis, destijds uitvoerend voorzitter van McLaren, verzette zich in 2009 tegen de levering van Mercedes-motoren aan het debuterende Brawn GP. Deze weerstand kwam voort uit de langdurige en exclusieve relatie tussen McLaren en Mercedes-Benz. McLaren had sinds 1995 een fabriekspartnerschap met Mercedes-Benz.
Daimler AG, het moederbedrijf van Mercedes, bezat in 2009 een belang van 40 procent in de McLaren Group. Dit gaf McLaren een vetorecht over welke andere teams Mercedes-motoren mochten gebruiken.
Brawn GP ontstond begin 2009 uit het voormalige Honda Racing F1 Team, nadat Honda zich eind 2008 terugtrok uit de Formule 1 vanwege de wereldwijde financiële crisis. Ross Brawn en Nick Fry namen het team over voor een symbolisch bedrag van 1 pond.
Het team stond voor de uitdaging om een motorleverancier te vinden. Martin Whitmarsh, destijds CEO van McLaren en lid van de Formula One Teams’ Association (FOTA), speelde een cruciale rol. Hij faciliteerde de Mercedes-motordeal voor Brawn GP.
Dennis nam Whitmarsh deze beslissing naar verluidt ‘nooit kwalijk’. Hij zag het als de ‘ondergang van McLaren’. Mercedes was op dat moment al ontevreden over de leiding van Dennis bij McLaren.
De ‘Spygate’-affaire van 2007 en het verlies van het coureurskampioenschap in datzelfde jaar hadden de relatie tussen McLaren en Mercedes al onder druk gezet. Mercedes streefde sinds 2006 naar een grotere betrokkenheid in de Formule 1 en overwoog een eigen fabrieksteam.
Ondanks de aanvankelijke weerstand van Dennis, kwam de deal met Mercedes-Benz tot stand. Brawn GP kreeg een klantmotor geleverd. De auto, oorspronkelijk ontwikkeld door Honda als de RA109, werd aangepast voor de Mercedes-motor en kreeg de naam BGP 001.
De BGP 001 bleek zeer competitief, mede dankzij een innovatieve dubbele diffuser. Deze was controversieel, maar werd door de FIA legaal bevonden. Jenson Button en Rubens Barrichello waren de coureurs van het team.
Brawn GP behaalde een 1-2 finish in hun debuutrace, de Grand Prix van Australië in 2009. Button won zes van de eerste zeven races van het seizoen. Uiteindelijk won Button het coureurskampioenschap en Brawn GP het constructeurskampioenschap.
Brawn GP is het enige constructeursteam dat in zijn enige jaar van deelname een 100 procent kampioenschapssucces behaalde. Het team maakte een winst van 98,5 miljoen pond in dat ene seizoen.
In november 2009 nam Daimler AG, samen met Aabar Investments, een meerderheidsbelang van 75,1 procent in Brawn GP. Het team werd voor het seizoen 2010 omgedoopt tot Mercedes GP.
Dennis verklaarde destijds dat de deal een ‘win-winsituatie’ was voor zowel McLaren als Daimler. Hij stelde dat het de onafhankelijkheid van McLaren zou vergroten. Mercedes zou tot minstens 2015 motorleverancier van McLaren blijven.
Echter, door de tegenvallende prestaties van McLaren in 2009 vroeg Dennis later aan Brawn GP om geheime prestatiegegevens van hun auto. McLaren eindigde dat seizoen als derde in het constructeurskampioenschap.
In het huidige Formule 1-seizoen van 2026 rijdt McLaren nog steeds met Mercedes-Benz power units. McLaren is de regerend wereldkampioen bij de constructeurs (2025) en Lando Norris is de regerend wereldkampioen bij de coureurs (2025).
Desondanks heeft McLaren in het seizoen 2026 moeite om de top te bereiken. Het team staat momenteel derde in het constructeursklassement na de Grand Prix van Groot-Brittannië. Mercedes leidt momenteel het constructeurskampioenschap van 2026.
Kimi Antonelli leidt het coureurskampioenschap van 2026 voor Mercedes. George Russell en Kimi Antonelli vormen het rijdersduo van Mercedes in 2026. De Mercedes W17-auto toont een aanzienlijk voordeel, zowel qua power unit als chassis.
McLaren erkent dat de status als klantenteam van Mercedes in 2026 een nadeel is geworden. Dit ondanks dat Mercedes HPP niet de schuld krijgt.