De Formule 1 van 2026 voelt voor sommige coureurs als een resetknop die nét iets te hard is ingedrukt. Wat jarenlang werkte, lijkt ineens tegen ze te keren. En precies daar ontstaat een opvallend verschil op de grid.
Volgens Guenther Steiner ligt de sleutel niet bij talent of snelheid, maar bij iets veel simpelers: aanpassingsvermogen. Vooral jonge coureurs lijken daar ineens een voorsprong te hebben die groter is dan verwacht.
Het verschil zit niet alleen in leeftijd, maar vooral in hoe coureurs zijn gevormd. Steiner legt uit dat jonge rijders minder “bagage” meenemen uit eerdere generaties auto’s. Daardoor hoeven ze minder af te leren.
Hij noemt het zelfs als doorslaggevende factor en zegt: “De belangrijkste factor voor mij is hoe de jonge coureurs zich hieraan hebben aangepast.” Die aanpassing gaat volgens hem simpelweg sneller en soepeler.
Wat daarbij helpt, is hun achtergrond. Jongere coureurs zijn opgegroeid met technologie, simulators en complexe systemen. Daardoor voelen nieuwe stuurwielen, software en instellingen minder vreemd aan.
“Ze passen zich sneller en beter aan nieuwe technologie aan omdat ze frisser zijn.”
Daarmee ontstaat een interessant contrast. Waar ervaring normaal een voordeel is, lijkt het nu juist een rem te worden. De Formule 1-auto’s van 2026 vragen om een compleet andere manier van rijden en denken.
Het draait niet meer alleen om snelheid en gevoel, maar steeds meer om systemen, energiebeheer en timing. Steiner wijst erop dat deze generatie coureurs eigenlijk een doorontwikkeling is van wat eerder “PlayStation-coureurs” werd genoemd.
Hij verwijst daarbij ook naar Max Verstappen en zijn generatie. Volgens hem is dit simpelweg de volgende stap. Coureurs groeien nu op met nog meer technologie en begrijpen daardoor instinctief hoe ze die moeten gebruiken.
Hij zegt daarover: “Dit is de volgende generatie die deze technologie veel beter kan gebruiken omdat ze ermee zijn opgegroeid.”
Dat zie je terug op de baan. Beslissingen worden sneller genomen en systemen worden efficiënter benut.
Antonelli versus Russell: een concreet voorbeeld
Het verschil wordt pijnlijk duidelijk binnen één team. Bij Mercedes staat jong talent Andrea Kimi Antonelli tegenover de ervaren George Russell. Voor het seizoen werd Russell nog gezien als favoriet.
Steiner gaf zelfs toe dat het “het moment van George Russell” zou worden. Maar de realiteit ziet er nu anders uit. Antonelli pakte direct momentum met overwinningen in China en Japan. Daarmee werd hij de jongste leider in het kampioenschap.
Steiner ziet een duidelijke reden. Antonelli begint met een schone lei, terwijl Russell eerst moet afrekenen met oude gewoontes.
“Kimi heeft geen oude gewoontes, terwijl George er een paar moet afleren.”
Dat verschil lijkt klein, maar heeft grote gevolgen op dit niveau. Ervaren coureurs hebben jarenlang gereden met een compleet andere filosofie. Denk aan ground effect, balans en rijstijl die nu ineens minder relevant zijn.
Steiner legt uit dat je dat niet zomaar uitschakelt. Reflexen blijven terugkomen, zelfs als een auto totaal anders reageert. Hij zegt: “Als je vijf jaar met ground effect hebt gereden, verander je dat niet van de ene op de andere dag.”
Dat betekent dat ervaren coureurs constant moeten corrigeren. En dat kost tijd, energie en uiteindelijk snelheid. Voor jongere coureurs is alles nieuw. En juist dat maakt het makkelijker. Ze hoeven niets los te laten, alleen maar te leren.
De nieuwe regels maken van 2026 geen evolutie, maar een echte reset. Auto’s zijn kleiner en lichter, en de powerunit bestaat voor ongeveer de helft uit elektrische energie. Daarnaast spelen actieve aerodynamica en nieuwe inhaalstrategieën een grote rol.
Dat verandert hoe races worden gereden en gewonnen. Steiner ziet daarom ook een strategisch voordeel voor teams die vroeg inzetten op jonge coureurs. Wie nu al weet hoe een rijder zich aanpast, staat straks sterker.