De nieuwe regels voor 2026 zijn nog niet eens ingevoerd, maar zorgen nu al voor verhitte discussies. Terwijl de FIA spreekt over een frisse stap vooruit, waarschuwen coureurs dat de auto’s anders aanvoelen en minder grip hebben.
De grootste verrassing? Dat het debat zich plotseling helemaal toespitst op de rondetijden. Volgens de FIA is die fixatie misplaatst. De auto’s worden iets langzamer, ja, maar zeker niet zo traag dat fans het verschil echt zullen merken. Toch ligt de paddock vol vragen en zorgen.
De hervorming van de Formule 1-reglementen voor 2026 geldt als een van de meest ingrijpende van de afgelopen jaren. Niet alleen de krachtbronnen worden volledig herzien, ook het chassis, de aerodynamica en zelfs de banden veranderen.
De verminderde grip en het grotere aandeel elektrisch vermogen leiden tot bezorgdheid dat de Formule 1 zich ontwikkelt tot een “energiebeheer-kampioenschap”. Daarbij draait het minder om pure snelheid en meer om hoe efficiënt een coureur zijn batterij gebruikt.
Tegelijkertijd komt een derde thema telkens terug: de rondetijden. Die lijken het symbool te zijn geworden van de hele discussie, tot verbazing van de FIA.
Hoeveel langzamer de auto’s worden
Voor 2026 rekent de FIA op een verschil van “tussen de één en tweeënhalve seconde per ronde” in vergelijking met de huidige generatie. Dat gat komt vooral door minder downforce in de bochten.
De nieuwe auto’s zullen juist op de rechte stukken sneller zijn, maar verliezen tijd in de langzame en middelhoge bochten. Nikolas Tombazis, directeur single-seaters bij de FIA, reageerde op de commotie met een duidelijke boodschap.
“Eerlijk gezegd ben ik verrast door hoeveel nadruk er op de rondetijden wordt gelegd. We hebben in het verleden verschillende fases gehad waarin auto’s sneller of juist trager waren. Zodra je eraan gewend bent, maakt het niet meer zoveel uit.”
Volgens hem is het effect zelfs voor coureurs tijdelijk. Bij een overstap naar een auto die anderhalve seconde langzamer rijdt, voelt dat aanvankelijk slecht aan. Maar na enkele ronden vervaagt dat gevoel.
De FIA benadrukt dat het verschil voor toeschouwers minimaal is. Waar coureurs in een simulator elke seconde voelen, ziet een kijker langs de baan het nauwelijks.
“Ik denk niet dat rondetijden echt een factor zullen zijn zodra mensen gewend zijn aan deze auto’s. In eerste instantie maak je er een opmerking over, maar daarna speelt het geen rol meer. Het zal ook niet enorm verschillen van wat we nu hebben.”
Toch erkent Tombazis dat de simulaties niet alles vertellen. Teams die de afstelling niet meteen op orde hebben, kunnen trager uitvallen dan de berekeningen voorspellen. Zelfs dan verwacht hij niet dat de rondetijden het hoofdonderwerp van het kampioenschap worden.
“We zakken zeker niet af naar het niveau van Formule 2. F2-auto’s zijn vaak tien tot vijftien seconden per ronde langzamer dan de huidige generatie F1-auto’s.”
Met die uitspraak probeert de FIA een grens te trekken tegen wat zij ziet als overdreven zorgen.
Nieuwe dimensie: het einde van DRS
De reglementswijziging draait niet alleen om rondetijden. In 2026 verdwijnt DRS volledig. Het systeem dat sinds 2011 de achtervleugel openklapt voor inhaalacties, maakt plaats voor actieve aerodynamica.
Elke auto krijgt twee standen: één met meer downforce voor de bochten, en één met minder luchtweerstand voor de rechte stukken. Het principe van “permanente DRS” wordt dus ingebouwd in het basisonderdeel van de auto.
Het klassieke inhaalwapen wordt vervangen door de Manual Override Mode. Dat lijkt op het “push-to-pass”-systeem uit de IndyCar: een tijdelijke boost die coureurs strategisch kunnen inzetten.
“We werken er nu met de teams en simulatoren aan om ervoor te zorgen dat die extra boost inhalen moeilijk maar haalbaar houdt. Het mag nooit te makkelijk worden dat je iemand simpelweg voorbij rijdt, maar ook niet onmogelijk. Het moet precies het juiste evenwicht zijn.”
Per circuit zal de kracht van deze override worden aangepast. Op sommige banen kan de boost sterker zijn, op andere juist minder. Alles met het doel om de balans tussen uitdaging en spektakel te bewaren.
Onder de oppervlakte verandert er meer dan alleen de rondetijd. De aerodynamica wordt hertekend, met een bewuste reductie van zowel drag als downforce.
Oorspronkelijk zou de downforce met veertig procent omlaag gaan, maar na overleg met de teams is dat beperkt tot vijftien procent. Daardoor zijn de nieuwe auto’s “nauwelijks trager”, stelt de FIA, en kan de ontwikkeling snel weer voor tijdswinst zorgen.
De powerunits ondergaan een revolutie. Waar nu nog zo’n 85 procent van de kracht uit de verbrandingsmotor komt en vijftien procent uit elektrisch vermogen, wordt dat vanaf 2026 exact vijftig-vijftig.
De verbrandingsmotoren leveren minder, terwijl de elektrische systemen belangrijker worden dan ooit. Ook de banden veranderen. Ze worden dertig millimeter smaller, wat opnieuw invloed heeft op grip en balans.
Voor coureurs betekent dit dat bepaalde bochten, die nu nog vol gas zijn, ineens echte uitdagingen worden. Denk aan Copse op Silverstone, die in 2026 waarschijnlijk weer een plek wordt waar puur talent het verschil maakt.