Er staat nog precies één logische plek open op de Formule 1-grid als het kampioenschap ooit verder groeit naar 24 auto’s.
De strijd om F1’s 12e team is daardoor geen wilde internetfantasie meer, maar een discussie met echte namen, concrete gesprekken en minstens één publiek bevestigde geïnteresseerde fabrikant.
BYD staat momenteel het vaakst bovenaan lijstjes van serieuze kandidaten, en dat is niet zonder reden.
De Chinese autofabrikant heeft publiekelijk bevestigd dat er contact is geweest met Stefano Domenicali over een mogelijke toekomst in de Formule 1. Dat maakt BYD direct relevanter dan partijen die alleen in geruchten opduiken.
Dat gewicht komt niet alleen door dat gesprek. BYD is wereldwijd uitgegroeid tot een van de grootste autofabrikanten, met een enorme aanwezigheid in zowel elektrische auto’s als plug-in hybrides.
Vanuit commercieel perspectief is dat precies het soort naam waar F1 gevoelig voor lijkt te zijn. De Formule 1 denkt inmiddels anders over uitbreiding dan vroeger.
Een extra team wordt niet zomaar toegelaten omdat er ruimte is op de grid. De commerciële waarde moet kloppen, het sportieve verhaal moet sterk zijn en de naam moet iets toevoegen aan het kampioenschap als geheel.
Daar past BYD opvallend goed in. De Chinese markt blijft belangrijk, de fabrikant heeft schaal, herkenbaarheid en een technologische identiteit die in marketingtermen makkelijk te verkopen is.
Zeker nu Cadillac sinds 2026 de elfde plek heeft ingevuld, ligt de lat voor een twaalfde kandidaat nog hoger. Toch zitten er duidelijke vraagtekens aan dit verhaal.
BYD heeft geen bekende F1-structuur, geen motorsportfundament zoals gevestigde raceorganisaties en er blijft discussie bestaan over hoe goed een fabrikant met sterke EV-focus past bij een F1-toekomst waarin minder elektrificatie juist weer bespreekbaar is.
| Kandidaat | Grootste pluspunt | Grootste risico | Status |
|---|---|---|---|
| BYD | Grote wereldwijde autofabrikant met bevestigde gesprekken | Geen bewezen F1-infrastructuur | Sterkste kandidaat |
Als er één naam is die het gesprek recent weer echt heeft aangejaagd, dan is het Otmar Szafnauer. Zijn uitspraken maken duidelijk dat de interesse niet hypothetisch is. Hij heeft expliciet gezegd dat hij een twaalfde F1-team zou doen als de juiste kans zich aandient.
Dat wordt interessanter doordat hij ook stelde dat zijn consortium voor de elfde plek al klaarstond voordat Cadillac die positie kreeg. Dat verandert de perceptie direct.
Dit klinkt niet als vrijblijvend gepraat van iemand die graag headlines haalt, maar als een bestuurder die eerder al een concreet project had. Van Amersfoort Racing geeft dat verhaal extra geloofwaardigheid.
Het team heeft een lange historie in de juniorcategorieën en heeft gewerkt met grote namen die later in de Formule 1 terechtkwamen. Dat levert motorsportlegitimiteit op die een puur investeringsvehikel niet heeft.
Maar daar zit meteen ook de zwakte. Formule 1 lijkt niet meer warm te lopen voor alleen een goed racebedrijf. De ervaring van eerdere afgewezen projecten laat zien dat een private inschrijving zonder enorme fabrikant of commerciële reus lastig wordt.
Szafnauer lijkt dat zelf ook te begrijpen. Zijn eigen analyse dat Liberty Media waarschijnlijk een “big name” wil voor plek twaalf zegt eigenlijk alles. Daarmee positioneert hij zijn eigen project automatisch als outsider, tenzij er alsnog een grote fabrikant aanhaakt.
Waarom kleine privateers momenteel nauwelijks realistisch lijken
Op papier zijn er meer namen te noemen. In de praktijk wordt die lijst snel korter als je kijkt naar wat de huidige Formule 1 daadwerkelijk lijkt te willen. Eerdere bieders zoals Hitech en Rodin hebben aantoonbare autosportervaring.
Dat maakt hen geloofwaardiger dan willekeurige nieuwe investeerders. Ze begrijpen hoe raceorganisaties werken, hebben structuren en kennen talentontwikkeling van dichtbij.
Toch is er een verschil tussen een goed racebedrijf en een aantrekkelijke F1-toetreding. Sinds de Cadillac-case is duidelijk geworden dat alleen technische geloofwaardigheid niet genoeg is. De commerciële component telt minstens even zwaar.
Dat verklaart waarom oudere namen momenteel weinig momentum hebben. Er is simpelweg geen recent concreet signaal dat een van deze projecten opnieuw serieus in beweging is.
Zonder nieuwe partners of een grotere commerciële propositie blijven het oude dossiers. Ook Formula Equal en Lucky Sons lijken op dit moment vooral historische voetnoten in dit debat.
Interesse uit het verleden is niet hetzelfde als actuele kansrijkheid. Daarom voelt de shortlist veel kleiner dan internetdiscussies soms suggereren. Een compleet nieuw F1-team bouwen kost enorm veel tijd, geld en politieke goodwill.
Daarom blijft een overname of strategische instap in een bestaand team een logische route. Dat scenario heeft praktische voordelen. Infrastructuur bestaat al, personeel is aanwezig en de operationele drempel ligt veel lager dan bij een volledig nieuwe inschrijving.
Toch is dit geen simpele uitweg. De discussie over multi-team ownership maakt zulke constructies gevoeliger. Als strengere regels komen rond strategische allianties of zusterteams, kan dat bepaalde routes minder aantrekkelijk maken.
Daarmee ontstaat een vreemde dynamiek. Juist omdat een overname makkelijker is, kan regelgeving die optie ingewikkelder maken. Tegelijk blijft het waarschijnlijk realistischer dan helemaal vanaf nul beginnen.
Voor serieuze kandidaten zonder complete F1-fabriek kan dit alsnog de meest praktische route blijven. Als je hype wegfiltert en alleen kijkt naar concrete signalen, ontstaat een vrij heldere rangorde.
- BYD combineert schaal, bevestigde interesse en het soort commerciële gewicht waar F1 gevoelig voor lijkt te zijn. Dat maakt hen momenteel de logischste naam.
- Otmar Szafnauer / Van Amersfoort Racing / investeerdersgroe: Er is recente publieke intentie, eerdere voorbereiding en echte autosportervaring. Maar zonder grote fabrikant blijft dit een lastig verhaal.
- Breder Chinees fabrikantenscenario: Niet omdat daar concrete namen bevestigd zijn buiten BYD, maar omdat de Chinese markt strategisch relevant blijft.
- Overnameconstructie via bestaand team: Theoretisch aantrekkelijk, praktisch afhankelijk van marktkansen en regelgeving.
- Oude afgewezen bieders: Historisch interessant, maar momenteel weinig concreet.