Een ogenschijnlijk onschuldige verjaardagspost heeft oude spanningen weer naar de oppervlakte gebracht. Wat begon als een eerbetoon eindigt in harde woorden en een discussie die dieper gaat dan alleen herinneringen.
De reactie van Damon Hill laat weinig ruimte voor nuance en zet direct de toon voor een beladen debat over de nalatenschap van Max Mosley.
De aanleiding lijkt simpel: een socialmediapost van Matt Bishop ter gelegenheid van wat Mosley’s 86e verjaardag zou zijn geweest. Bishop noemde hem een “fascinerende man” en vooral “angstaanjagend intelligent”.
Maar Hill zag daar iets heel anders in. Hij reageerde fel en stelde dat mensen zich niet moeten laten misleiden door Mosley’s humor, omdat die vaak ten koste van anderen ging. Daarmee zette hij meteen een scherp contrast neer tussen bewondering en kritiek.
In zijn reactie ging Hill nog een stap verder. Hij trok zelfs de definitie van intelligentie in twijfel wanneer die wordt ingezet voor negatieve doeleinden. Dat maakt zijn uitspraak niet alleen persoonlijk, maar ook principieel.
Hij zei letterlijk dat intelligentie volgens hem niet zo genoemd kan worden “als die wordt gebruikt in dienst van haat en verdeeldheid”. Daarmee werd het debat ineens een stuk zwaarder.
“Ik weet niet of je het intelligentie kunt noemen als het wordt gebruikt in dienst van haat en verdeeldheid.”
De toon was gezet, en de discussie ging vanaf dat moment niet meer alleen over Mosley’s persoonlijkheid, maar ook over zijn invloed op de sport. Mosley was allesbehalve een onopvallende bestuurder.
Tussen 1993 en 2009 stond hij aan het roer van de FIA en drukte hij een stevig stempel op de Formule 1. Hij werd geprezen voor zijn rol in het verbeteren van de veiligheid na de tragische gebeurtenissen in 1994, toen Ayrton Senna en Roland Ratzenberger om het leven kwamen.
In die periode werkte Hill zelf bij Williams, samen met Senna. Volgens Hill was Mosley in die crisis opvallend doortastend. Hij zag snel wat er moest gebeuren en handelde daarnaar. Zijn achtergrond als advocaat hielp hem daarbij enorm.
Toch bleef het beeld van Mosley verdeeld. Hij stond bekend als iemand die niet bang was om harde beslissingen te nemen en daarmee ook tegenstanders creëerde.
Hill erkende dat ook later nog. Hij noemde Mosley “een extreem sterke en veerkrachtige persoonlijkheid” en iemand die niet bang was om terug te vechten wanneer hij onder druk stond.
Spygate en persoonlijke conflicten
Een van de meest controversiële momenten tijdens Mosley’s leiderschap was het zogenoemde Spygate-schandaal in 2007. Daarbij kreeg McLaren een recordboete van 100 miljoen dollar.
Hill was destijds openlijk kritisch over de manier waarop de FIA die zaak behandelde. Volgens een biografie van Bernie Ecclestone zou Mosley zelfs hebben laten doorschemeren dat persoonlijke gevoelens meespeelden.
Hij zou hebben gezegd dat slechts 5 miljoen dollar voor de overtreding was en maar liefst 95 miljoen voor toenmalig McLaren-teambaas Ron Dennis.
Dat soort uitspraken voedde het beeld van een leider die niet alleen zakelijk handelde, maar ook persoonlijk betrokken was bij beslissingen.
Hill gaf later toe dat zijn eigen kijk op Mosley “misschien wat gekleurd” is door dit soort ervaringen. Dat maakt zijn recente kritiek extra interessant.
Toch is er ook een andere kant van het verhaal. Mosley speelde een sleutelrol in het verbeteren van de veiligheid in de Formule 1.
Volgens Hill zijn de veranderingen die toen werden doorgevoerd nog steeds zichtbaar. Hij verwees zelfs naar het zware ongeluk van Romain Grosjean in 2020, waarbij de coureur het ternauwernood overleefde.
Die overleving, zo stelde Hill, is direct te koppelen aan de veiligheidsmaatregelen die onder Mosley zijn ingevoerd.
Dat maakt het beeld van Mosley complex. Aan de ene kant een harde bestuurder die verdeeldheid kon zaaien, aan de andere kant iemand die levensreddende veranderingen doorvoerde.
Hill erkende dat ook. Hij noemde Mosley “een extreem slimme man die dingen voor elkaar kreeg” en iemand die de sport op meerdere vlakken vooruit hielp.