Lando Norris vertrok uit Bakoe met slechts zes punten en een hoop frustratie. Toch kreeg de Brit steun van zijn teambaas Andrea Stella, die vond dat geen enkele coureur in die auto méér had kunnen halen.
Volgens Stella lag de beperking bij McLaren zelf. De auto had simpelweg niet genoeg snelheid om door het verkeer heen te komen, en bovendien liet een trage pitstop een kans glippen.
Het weekend begon veelbelovend. Norris was snel tijdens de vrije trainingen, maar de wind en een fout in bocht 15 op zijn snelste Q3-rondje gooiden roet in het eten.
Hij moest genoegen nemen met een zevende startplek, een teleurstellende uitgangspositie gezien zijn tempo eerder in het weekend.
Die plek zou uiteindelijk ook zijn eindklassering worden, ondanks dat hij onderweg nog posities verloor én terugwon.
Stella zag dat het probleem al vanaf dat moment duidelijk werd: de McLaren miste net dat beetje om structureel verder naar voren te schuiven.
Het verloop van de race
In de race ging het voor Norris meteen moeizaam. Bij de herstart in ronde vijf verloor hij zijn zevende plek aan Charles Leclerc. Pas in de laatste stint wist Norris die positie weer terug te pakken, maar daar was veel energie mee gemoeid.
Een trage bandenwissel hielp hem niet. Door de fout bij de pitstop viel hij terug achter een groep auto’s, geleid door Liam Lawson en Yuki Tsunoda.
Daar zat hij vast, ondanks dat hij het gevoel had dat zijn auto meer potentie had dan de resultaten lieten zien.
Teambaas Andrea Stella wilde niets weten van kritiek op zijn coureur. Voor hem was duidelijk dat Norris tot het uiterste ging binnen de mogelijkheden van zijn McLaren.
“Ik denk dat Lando een sterke race reed. Hij reed tot de limiet van het potentieel dat in de auto aanwezig was. Ik denk dat geen enkele andere coureur in Lando’s auto meer punten had kunnen scoren.”
Stella wees erop dat McLaren hoopte op een auto die in staat was tot inhaalacties, maar dat dit niet realistisch bleek.
“De realiteit is dat de auto niet snel genoeg was om uit de laatste bocht dichtbij genoeg te blijven aan de auto voor hem, om dan op het rechte stuk in te halen. Dit betekende dat Lando de hele race in verkeer zat, ondanks dat hij voelde dat de auto meer te bieden had.”
Daarmee maakte hij duidelijk dat de oorzaak niet bij de coureur lag.
De rol van het team
Stella ging zelfs verder en nam een deel van de verantwoordelijkheid op zich. Volgens hem had een snelle pitstop een nieuwe opening kunnen creëren.
“Als er al ergens de verantwoordelijkheid ligt om meer punten te halen, dan misschien bij het team. Met een snelle pitstop hadden we Lando misschien de kans kunnen geven om Lawson aan te vallen.”
Door de vertraging verdween die kans, en bleef Norris achter in de file van auto’s die net buiten zijn bereik bleven. Het gaf een extra wrange nasmaak aan een weekend waarin de omstandigheden juist kansen hadden moeten bieden.
Het uitvallen van teamgenoot Oscar Piastri in de eerste ronde leek Norris een enorme kans te geven. Piastri, die in de strijd om het kampioenschap voor Norris stond, verloor meteen kostbare punten.
Met een achterstand van 31 punten voorafgaand aan het weekend, had Norris hier een flinke slag kunnen slaan. Uiteindelijk leverde de zevende plaats hem slechts zes punten op, veel te weinig om echt dichterbij te komen.
Stella erkende dat dit pijn deed, maar hield vast aan de realiteit.
“Als we kijken met de bril van het kampioenschap van de coureurs, dan was dit uiteraard een kans om punten te winnen, net zoals het misschien gisteren in de kwalificatie een kans was. Maar vandaag gaven we Lando geen auto waarmee hij door het veld kon komen. Het waren zes punten voor Lando, maar ik denk niet dat je zomaar kan zeggen dat dit meer had kunnen zijn, gezien de concurrentiekracht van de auto.”
Met die woorden sloot Stella af: realistisch, kritisch op het team, maar resoluut in zijn steun aan Norris.