Fernando Alonso liet in Zandvoort zien hoe frustrerend Formule 1 kan zijn. De tweevoudig wereldkampioen begon het weekend sterk, maar eindigde zondag met een gemoedstoestand die zijn teambaas Mike Krack treffend omschreef als “boos op de wereld”.
De Spanjaard had vooraf hoop op een goed resultaat. Tijdens de vrije trainingen toonde zijn Aston Martin snelheid en stabiliteit. Maar op zaterdag zakte hij door het ijs: een tiende startplek voor de 72 ronden tellende race was alles wat hij eruit kon slepen.
Vanaf dat moment leek het lot zich tegen hem te keren. Op de eerste ronde verloor Alonso posities aan Alex Albon, Yuki Tsunoda en Andrea Kimi Antonelli. Nog voor het publiek goed en wel zat, lag hij op de dertiende plaats.
Zijn ambitie om stevig in de punten te finishen verdampte vrijwel meteen. Daarbovenop volgden drie Safety Car-fases en een strategische beslissing die niet uitpakte zoals gehoopt. Het team riep hem al op ronde 18 binnen voor een stop.
Hoewel de timing verdedigbaar leek, bleek achteraf dat dit hem extra posities kostte. Het eindresultaat: een negende plek, vlak achter teamgenoot Lance Stroll.
Boosheid en teleurstelling
De situatie werd nog pijnlijker doordat Stroll in de kwalificatie op zaterdag al in Q1 crashte. Toch reed hij zich op zondag knap naar een achtste plaats, één positie voor Alonso. Voor een trotse coureur als de Spanjaard was dat moeilijk te slikken.
Teambaas Mike Krack legde na afloop uit hoe zijn stercoureur zich voelde.
“Hij was boos op de race, hij was boos op de wereld, hij was boos op ons, hij is boos op iedereen.”
Volgens Krack valt daar in zulke situaties weinig tegen te doen. Hij benadrukte dat het team moet leren omgaan met veranderende omstandigheden en het vinden van de juiste balans.
“Niets wat we kunnen doen in dit soort situaties. We moeten het nemen zoals het is en proberen de beste oplossing te vinden met de nieuwe randvoorwaarden. De omstandigheden zijn veranderd, nu heb je dit, anderen konden eerder stoppen.”
Een belangrijk element in de uitleg van Krack was de bandenstrategie. Aston Martin beschikte over meer sets banden dan sommige rivalen, maar dat bracht paradoxaal genoeg beperkingen met zich mee.
“We wisten dat andere mensen minder banden hadden dan wij. Dus zij moesten langer doorrijden en door de regen gaan.”
Dat leverde kansen op voor concurrenten die risico’s durfden te nemen. Stroll was daar een voorbeeld van. Hij won veel posities door al vroeg naar binnen te komen voor een stop. Volgens Krack was dat de juiste beslissing, maar alleen mogelijk omdat de bandenvoorraad dat toeliet.
Op een gegeven moment moest het team zich afvragen of de auto’s überhaupt de race zouden kunnen uitrijden met de beschikbare banden. Daarbij speelde ook het reglement een rol: de plank onder de auto slijt, en die mag na afloop niet te veel versleten zijn om legaal te blijven.
Onzekerheid en beperkingen
Het weekend was voor Aston Martin op meerdere vlakken problematisch. Op vrijdag reed Alonso weinig lange runs en Stroll crashte, waardoor er nauwelijks data was over bandenslijtage en afstelling.
“We hebben niet veel ronden gereden op vrijdag, Lance had het ongeluk en Fernando deed niet veel lange runs. Dus zit je een beetje in onbekend gebied als het gaat om slijtage.”
Dat dwong het team tot een voorzichtige aanpak. Conservatisme was de enige optie, ook al kostte het performance. Het betekende minder risico’s, maar ook minder kansen om echt te vechten voor hogere posities.
De weersomstandigheden in Zandvoort, met afwisselende droge en natte periodes, maakten de uitdaging compleet. Waar Stroll profiteerde van zijn vroege stop en een gunstig moment in de race, belandde Alonso juist aan de verkeerde kant van de strategie.
De vergelijking tussen de twee Aston Martin-coureurs maakte de frustratie van Alonso groter. Stroll begon het weekend met crashes in zowel training als kwalificatie. Daardoor had het team amper tijd om de AMR25 goed af te stellen.
Toch was het juist Stroll die zondag profiteerde van de wisselende omstandigheden. Krack gaf toe dat de strategie bij Stroll beter uitpakte.
“Lance won veel posities door heel vroeg te stoppen, dus ik denk dat dat de juiste beslissing was. Maar je kunt dat alleen doen als je de banden hebt.”
Voor Alonso was het de omgekeerde wereld: waar hij ervaring en snelheid had, werkte de strategie hem tegen. Zijn negende plaats voelde als een nederlaag, vooral omdat zijn teamgenoot met minder voorbereiding één plek voor hem eindigde.