Aan het einde van 2025 presenteerden Peter Windsor en data-analist Corey Plezner (@cpez) een grondige herziening van hun Formule 1-statistische model.
De conclusie was opvallend: Max Verstappen staat in vrijwel elke categorie tussen de grootste coureurs uit de geschiedenis. Zijn cijfers tonen dat hij, zelfs zonder een jarenlang dominante auto, prestaties levert op het niveau van legendes als Ayrton Senna, Jim Clark en Juan Manuel Fangio.
Volgens de analyse behoort Verstappen tot de absolute top in drie afzonderlijke prestatieniveaus: seizoenen zonder kampioenschapswaardige auto, jaren met competitieve maar niet-dominante auto’s, en seizoenen waarin zijn team wel over het sterkste materiaal beschikte.
In alle drie de categorieën staat zijn naam bovenaan of vlak daaronder. In het systeem van Plezner wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten seizoenen:
- Auto’s die races kunnen winnen, maar geen kampioenschap
- Auto’s die kans maken op de titel, maar niet onverslaanbaar zijn
- Volledig dominante auto’s
Voor 2025 valt Verstappen volgens de analyse in de eerste categorie — een auto die competitief was, maar niet kampioenschapswaardig. Toch vocht hij met een McLaren-duo dat wél een superieure machine had tot in de laatste race mee om de titel.
Dat maakt zijn statistieken uitzonderlijk: winstpercentages en podiumconsistentie vergelijkbaar met Senna in diens topjaren, zelfs zonder een teamgenoot van niveau om mee samen te werken.
Waar anderen struikelen zonder de perfecte omstandigheden, blijft Verstappen constant scoren.
In dezelfde categorie als Fangio en Clark
Plezner’s model vergelijkt coureurs op een gelijk speelveld, gecorrigeerd voor factoren zoals betrouwbaarheid, veiligheid, en seizoenslengte.
Wanneer men naar de categorie kijkt waarin auto’s kampioenschappen kunnen winnen, maar niet absoluut dominant zijn — vergelijkbaar met Verstappens seizoenen 2021, 2022 en 2024 — komen opvallende namen bovendrijven.
De drie uitblinkers volgens de cijfers: Verstappen, Jim Clark en Juan Manuel Fangio. Alle drie combineerden ze snelheid, precisie en stabiliteit over langere seizoenen.
Verstappen’s podiumpercentage en raceconsistentie zijn nagenoeg identiek aan die van Clark, terwijl Fangio’s winstratio in de jaren vijftig slechts marginaal hoger ligt — maar in een tijdperk met minder races en een veel hoger risico.
Hamilton en Schumacher vallen in deze vergelijking iets terug. Hun cijfers worden volgens Plezner sterk beïnvloed door langere perioden in auto’s die zó goed waren dat de competitie nauwelijks weerstand bood.
Een belangrijk deel van het onderzoek richt zich op seizoenen met een volledig dominante auto. Hier komt naar voren hoe onevenwichtig de vergelijking tussen generaties kan zijn.
Lewis Hamilton had bijvoorbeeld vijf seizoenen waarin zijn auto onverslaanbaar was — meer dan enige andere coureur in de geschiedenis. Fangio en Clark hadden er slechts één of twee, Verstappen drie.
De analyse laat zien dat Verstappen’s statistieken, zelfs in die beperkte dominante jaren, zich moeiteloos meten met zijn voorgangers.
Zijn cijfers op polepositions, snelste rondes en podiumpercentage staan op hetzelfde niveau als Senna’s piekseizoenen en overtreffen die van Schumacher in vergelijkbare omstandigheden.
Van agressief talent tot compleet coureur
De cijfers vertellen het verhaal, maar het oog bevestigt het: Verstappen is niet alleen snel, hij is inmiddels compleet. In zijn beginjaren stond hij bekend om zijn agressieve rijstijl en risicovolle gevechten.
Nu combineert hij de agressie van Senna met de kalmte en bandenslimheid van Clark. Tussen 2021 en 2025 bewees hij dat door meerdere keren van achter in het veld te winnen — zoals in Hongarije, Spa en Monza, allemaal in één seizoen.
Waar hij ooit fouten maakte in de jacht naar posities, rijdt hij nu gecontroleerd, begrijpt hij strategieën tot in detail en benut hij elk moment zonder overdrijven.
Die ontwikkeling is wat volgens Windsor en Plezner zijn status als mogelijke Greatest of All Time ondersteunt. Hij heeft de aanvallende instincten van Senna, de technische beheersing van Clark, en de constante efficiëntie van Fangio.
Als men alle categorieën naast elkaar legt, ontstaat een helder beeld. Verstappen staat in de top drie van elke prestatierubriek — iets wat geen enkele andere coureur ooit haalde. Fangio domineert nog steeds qua winstratio en titels per seizoen, Clark scoort beter in technische perfectie, maar Verstappen combineert hun eigenschappen in een moderne context.
Plezner’s conclusie is helder: zelfs als Verstappen morgen zou stoppen, hoort hij nu al bij de absolute grootheden. Zijn consistentie, veelzijdigheid en mentale scherpte plaatsen hem naast de legendes die de sport hebben gevormd.
In een tijdperk van langere seizoenen, complexere auto’s en kleinere foutmarges is dat een prestatie van historische proporties.
| Categorie | Voorbeelden uit de geschiedenis | Verstappen’s plaats |
|---|---|---|
| Auto’s die races winnen maar geen titel | Senna 1993, Clark 1964 | Top 2 met Senna |
| Auto’s die titels kunnen winnen | Fangio 1954–57, Clark 1963–65 | Gelijk met Fangio |
| Volledig dominante auto’s | Schumacher 2002, Hamilton 2014–20 | Top 3 met Ascari en Clark |
Peter Windsor sloot zijn analyse af met een eenvoudige observatie: wie alle data en alle generaties vergelijkt, ziet dat Verstappen niet langer op weg is naar de top — hij staat er al.