Een volledig Formule 1-weekend met een driedaags ticket én vier hotelnachten kan in 2026 al vanaf 106 euro. Dat bedrag ligt lager dan veel losse racekaarten in Europa. Het antwoord zit niet in Europa, niet in Amerika, maar verrassend genoeg in Azië.
De vergelijking begint bij de volledige Formule 1-kalender van 2026 met 24 races. Voor elke Grand Prix is gekeken naar de goedkoopste driedaagse ticketprijs.
Die analyse werd uitgevoerd door Andy Balfour van GP Destinations, die alle races naast elkaar zette. Daarbij is gekeken naar general admission-tickets, omdat die wereldwijd het laagste instapniveau vormen.
Alleen bij Australië gaat het om vier dagen, bij alle andere races om drie dagen. Voor races waarvan de kaartverkoop nog niet open was, zijn de prijzen van het vorige jaar gebruikt. Op basis daarvan ontstaat een helder overzicht van waar Formule 1 betaalbaar blijft en waar het juist extreem duur wordt.
In het middensegment zitten races als België en Australië, met prijzen rond de 200 tot 238 euro. Australië biedt daarbij meer waarde omdat er vier dagen actie zijn in plaats van drie. Iets daarboven volgen Barcelona, Monaco en Canada.
Aan de dure kant zitten Madrid, Abu Dhabi, Austin, Nederland, Las Vegas en Singapore. Silverstone blijkt de duurste general admission-race met ruim 400 euro. Voor al deze races geldt dat de prijzen in 2026 waarschijnlijk nog iets stijgen.
Aan de goedkope kant verandert het beeld drastisch. Mexico, Hongarije, Bahrein, Oostenrijk, São Paulo en Qatar zakken onder de 180 euro. Drie races komen zelfs rond de 125 euro uit: Azerbeidzjan, Italië en Saudi-Arabië. Maar dan blijven er nog twee over.
Waarom China en Japan alles onderuit halen
Japan komt uit op ongeveer 115 euro voor een driedaags ticket. Dat is al opvallend laag. China gaat daar echter ver onderdoor met een prijs van slechts 60 euro voor meerdere general admission-zones.
Dat maakt China met afstand de goedkoopste F1-race op de kalender. Wel zit daar een kanttekening aan. Voor buitenlandse fans is het lastig om rechtstreeks tegen lokale prijzen tickets te kopen.
Internationale agents rekenen vaak zo’n 30 procent extra. Zelfs met die toeslag blijft China echter extreem goedkoop vergeleken met de rest van de kalender.

Ticketprijzen vertellen maar de helft van het verhaal. Daarom zijn voor alle 24 races ook hotelprijzen vergeleken. Steeds gaat het om vier nachten, van de mediadag tot de dag na de race, geboekt via Hotels.com.
De goedkoopste hotels komen uit op omgerekend 40 euro voor vier nachten. De duurste goedkoopste optie ligt rond de 1.400 euro. Dat laatste bedrag is niet eens voor luxe, maar simpelweg het laagst beschikbare hotel tijdens dat weekend.
Opvallend is dat Las Vegas en Canada precies in het midden van de lijst staan. Er zijn elf goedkopere en elf duurdere races qua accommodatie.
China en Azerbeidzjan blijken opnieuw de goedkoopste opties, met hotelprijzen die nauwelijks boven de 45 euro voor vier nachten uitkomen. Dat betekent minder dan 10 euro per nacht. Het gaat om simpele accommodaties, maar voor een budgetreis is dat voldoende.
Daarna volgen São Paulo, Mexico-Stad, Saudi-Arabië, Bahrein en Qatar. Ook Monaco blijkt verrassend betaalbaar als je buiten het prinsdom verblijft, bijvoorbeeld in Nice of omliggende dorpen met directe treinverbindingen.
Aan de dure kant springen Oostenrijk, Groot-Brittannië en Abu Dhabi eruit. Oostenrijk is opnieuw de uitschieter, vooral door beperkte hotelcapaciteit in de regio.
De rekensom die alles samenbrengt
Wanneer je de goedkoopste general admission-ticket combineert met de goedkoopste hoteloptie, ontstaat een eindlijst. En daarin staat China overtuigend bovenaan.
De totale prijs voor een driedaags F1-ticket plus vier hotelnachten komt daar uit op ongeveer 105 euro. Dat is minder dan sommige losse dagtickets elders. Azerbeidzjan volgt op afstand met ongeveer 170 euro, daarna São Paulo met 220 euro.
Aan de andere kant van het spectrum zitten Oostenrijk, Groot-Brittannië en Abu Dhabi, waar de combinatie richting of zelfs boven de 1.550 euro gaat.
De lage kosten worden versterkt door praktische voordelen. Voor veel nationaliteiten geldt tot eind 2026 een visumvrije toegang tot China van maximaal 30 dagen. Ook eten en lokaal vervoer zijn relatief goedkoop.
Wie niet in Shanghai woont, moet natuurlijk nog rekening houden met vliegtickets. Maar zelfs met die extra kosten blijft China een van de meest betaalbare manieren om een Formule 1-race live mee te maken.