In de Grand Prix van Canada 2024 zagen we Lando Norris overstappen naar slicks, terwijl delen van het circuit nog nat waren. Toch won hij er tijd mee. Dat roept de vraag op: wanneer mag een team wisselen van regenbanden naar slicks (en andersom)?
Het korte antwoord: daar zijn geen vaste regels voor. Teams mogen zelf beslissen wanneer ze van banden wisselen — zolang het veilig gebeurt en ze zich houden aan de bandenlimieten.
Maar dat betekent niet dat het een simpele gok is. Achter elke wissel zit een hoop data, ervaring en inschatting.
Officieel schrijft het reglement geen specifiek moment voor waarop teams van regenbanden naar slicks mogen wisselen — of andersom. In een natte race is er zelfs geen verplichting om verschillende compounds te gebruiken, wat normaal wél moet in een droge race.
Dus: een team mag altijd van slicks naar intermediates of full wets gaan (of omgekeerd), zolang:
- De auto binnen de regels naar binnen komt (pitsafety).
- De gekozen bandenset binnen de bandenallocatie past.
Die vrijheid zorgt voor veel variatie in strategie. En juist daar ligt het verschil tussen winnen en verliezen.
Intermediates, full wets of slicks – de juist keuze maken
Teams gebruiken drie soorten banden bij wisselende weersomstandigheden:
| Band | Wanneer? | Grip op nat | Grip op droog |
|---|---|---|---|
| Slicks | Alleen bij droge baan | Zeer slecht | Zeer hoog |
| Intermediates | Lichte regen/opdrogend | Redelijk | Voldoende |
| Full wets | Hevige regen/diepe plassen | Hoog | Slecht |
Bij het maken van de keuze kijken teams naar:
- Hoeveel water ligt er op de baan? Zijn er grote plassen? Dan liever full wets.
- Wat zegt de coureur over grip en zicht? Vaak zijn zij het eerste signaal.
- Wat doet de bandentemperatuur? Te heet = te droog. Te koud = te nat.
- Wat zegt de radar? Teams werken met meteorologen en live radarbeelden.
- Hoe ontwikkelen de rondetijden zich? Valt de pace van regenbanden weg, dan komt het crossover-moment dichterbij.

Bij een opdrogende baan wachten teams op het “crossover-punt”: het moment waarop slicks sneller worden dan intermediates. Dit herkennen ze aan:
- Een zichtbare droge lijn op het circuit.
- Intermediates raken oververhit of verslijten snel aan de randen.
- Sectortijden lopen op tot boven 110-112% van een normale droge ronde.
- Radar voorspelt geen nieuwe buien: dus de baan blijft waarschijnlijk droog.
Een voorbeeld: als een droge rondetijd 1 minuut 30 is, en intermediates zitten op 1 minuut 41 of meer — dan is het waarschijnlijk tijd om te switchen.
De risico’s van te vroeg of te laat wisselen
Bandenswaps kunnen een race maken of breken. Te vroeg of te laat kiezen heeft grote gevolgen:
Te vroeg naar slicks:
- De auto glijdt op nat asfalt → risico op crashes.
- Slicks warmen niet op → koudevlakken en slechte grip.
- Kans op tijdverlies of zelfs uitvalbeurt.
Te laat naar slicks:
- Intermediates raken oververhit op droge baan.
- Elke ronde verlies je seconden ten opzichte van concurrenten.
- Regenbanden gaan stuk of verliezen profiel.
Daarom wachten sommige teams liever iets langer, terwijl anderen durven gokken voor winst — zoals Vettel in Monaco 2021 of Russell in Spa 2022.
Formule 1-teams werken samen met gespecialiseerde meteorologische diensten zoals UBIMET, die in 2025 exclusieve weerdata leveren aan de teams. Via tientallen sensoren rond het circuit en geavanceerde radarsystemen kunnen teams voorspellen:
- Komt er nog regen?
- Hoe lang blijft het droog?
- Hoe snel droogt de baan op?
De topteams gebruiken deze info om strategisch te gokken of juist af te wachten. Een slimme call op basis van weerdata levert soms meer op dan een goede kwalificatieplek.
| Situatie | Beste keuze |
|---|---|
| Lichte regen, geen diepe plassen | Intermediates |
| Veel water, plassen, slecht zicht | Full wets |
| Duidelijke droge lijn, droge radar | Slicks |
Teams luisteren altijd naar hun coureur én de data. Geen enkele beslissing wordt op gevoel genomen – al voelt het soms wel zo als een team ineens naar P1 rijdt na een gewaagde call.