Ferrari houdt vast aan zijn standpunt en wil geen nieuwe wijzigingen aan de startregels, ondanks druk vanuit andere teams en signalen van de FIA. De problemen begonnen met de introductie van de nieuwe motorregels.
In de huidige generatie powerunits is de verdeling tussen elektrische en verbrandingskracht vastgesteld op 50/50, wat het gedrag van de auto’s merkbaar heeft veranderd. Vooral bij de starts worden de gevolgen zichtbaar.
Coureurs hebben moeite om hun auto optimaal van de lijn te krijgen. Dat heeft alles te maken met het verdwijnen van de MGU-H uit de hybride systemen. De MGU-H speelde een belangrijke rol in het opvangen van turbovertraging bij lage toerentallen.
Zonder dit systeem duurt het langer voordat de motor in het juiste bereik komt om een sterke start te maken. Daardoor ontstaat er een nieuwe uitdaging. Coureurs moeten nu anders omgaan met hun acceleratie en timing bij de start. Dat zorgt voor onvoorspelbare situaties en ongelijke prestaties tussen teams.
Ferrari lijkt een uitzondering te zijn. Het team zou werken met een kleinere turbo, wat mogelijk helpt om sneller in het juiste vermogensgebied te komen bij de start. De zorgen over veiligheid en consistentie bij starts bereikten al snel de FIA.
Zowel coureurs als teambazen trokken aan de bel na de eerste ervaringen met de nieuwe auto’s. Als reactie introduceerde de FIA een aangepast startproces tijdens de wintertests. Daarbij werden blauwe lichten toegevoegd die enkele seconden voor de startprocedure gaan knipperen.
Het doel van deze lichten is om coureurs beter voor te bereiden op het moment van starten. Ze krijgen zo een visueel signaal dat de procedure bijna begint. In de praktijk blijkt deze oplossing slechts een deel van het probleem te verhelpen.
Na twee raceweekenden is duidelijk geworden dat de startproblemen breder liggen dan alleen de timing van de procedure. De kern van het probleem zit dieper in de technische opzet van de auto’s en de regels die daarbij horen.
Naast de turbovertraging speelt ook het energiebeheer een grote rol. Coureurs klagen over een tekort aan beschikbare batterij-energie op het moment dat ze wegrijden. De huidige regels bepalen hoeveel energie per ronde kan worden teruggewonnen.
Dit limiet verschilt per circuit en wordt pas gereset wanneer een coureur de finishlijn passeert. Dat zorgt voor een opvallend verschil op de grid. Coureurs die vooraan starten hebben de finishlijn al gepasseerd en beschikken daardoor over een volledig opgeladen systeem.
Coureurs verder naar achteren hebben dat voordeel niet. Zij starten met minder beschikbare energie, wat hun acceleratie direct beïnvloedt. Dit verschil heeft meerdere coureurs verrast. Ook kampioenschapsleider George Russell gaf aan dat het een structureel probleem is waar naar gekeken moet worden.
Verzet van teams houdt aanpassing tegen
De FIA heeft volgens Russell gekeken naar mogelijke aanpassingen van de energieregels om de starts eerlijker te maken. Maar daarvoor is een brede steun van de teams nodig.
“De FIA keek ernaar om dat mogelijk aan te passen, maar zoals je kunt verwachten wilden sommige teams die goed starten dat niet. Dat vind ik eerlijk gezegd een beetje vreemd. Ik maak me er niet overdreven zorgen om, maar het is zeker een uitdaging.”
Hij gaf aan dat de FIA bereid is om coureurs te helpen, maar dat de benodigde meerderheid ontbreekt.
“Ik denk dat zij willen helpen, maar ze hebben een supermeerderheid van de teams nodig en die hebben ze niet. Je kunt waarschijnlijk wel raden welk team daartegen is. De FIA wilde het ons makkelijker maken door die energielimiet te verwijderen, maar zoals vaak hebben mensen hun eigen belangen en doen ze wat het beste is voor henzelf.”
Russell heeft dit seizoen zelf al meerdere keren last gehad van de situatie. Ondanks twee overwinningen in drie races verloor hij bij starts terrein aan Ferrari-coureurs. In Australië werd hij ingehaald door Charles Leclerc.
In China gebeurde hetzelfde, waar Lewis Hamilton hem zowel in de sprint als in de race passeerde. Ferrari heeft volgens de cijfers niet dezelfde snelheid als Mercedes in kwalificatie en ook in de race ligt het tempo iets lager. Maar bij de starts heeft het team een duidelijk voordeel.
Dat maakt het begrijpelijk dat Ferrari geen wijzigingen wil die dat voordeel wegnemen. Zeker omdat het team al eerder een concessie heeft gedaan. De introductie van de blauwe lichten, die vijf seconden voor de startprocedure worden geactiveerd, werd door Ferrari niet als positief ervaren.
Volgens Vasseur heeft het team zich al aangepast aan de regels en ziet hij geen reden voor verdere veranderingen.
“Ik denk dat we de startregels al enorm hebben aangepast met dat verhaal van de vijf seconden. Een jaar geleden ben ik naar de FIA gegaan en heb ik mijn zorgen geuit over de startprocedure. Ik zei: ‘jongens, dit wordt lastig’.”
De reactie van de FIA was volgens hem duidelijk.
“Het antwoord was dat we de auto moeten ontwerpen volgens de regels en niet de regels aanpassen aan de auto. Wij hebben de auto ontworpen volgens de regels. De wijziging met die vijf seconden blauwe lichten heeft ons totaal niet geholpen, maar ik denk dat het nu wel genoeg is.”
Toen hem werd gevraagd of het onderwerp daarmee afgesloten is, gaf hij een kort en duidelijk antwoord.
“Voor mij wel.”
Om de startprocedure daadwerkelijk te veranderen, is een supermeerderheid nodig. Dat betekent dat vrijwel alle teams, samen met de FIA en de commerciële rechtenhouder, moeten instemmen. In de huidige situatie lijkt dat onhaalbaar.
Ferrari staat niet alleen in zijn standpunt. Teams die gebruikmaken van dezelfde motorconfiguratie, zoals Haas en Cadillac, hebben er ook weinig belang bij om veranderingen te steunen.
Zij profiteren net als Ferrari van de huidige situatie en zullen daarom waarschijnlijk tegen stemmen. Dat maakt een snelle aanpassing van de regels vrijwel onmogelijk. De discussie blijft daarmee bestaan, terwijl de praktijk op de baan voorlopig onveranderd blijft.