Een titelstrijd tussen twee teamgenoten is zeldzaam en vaak explosief. McLaren zit er middenin — en laat het gebeuren. Terwijl andere teams vroeg in het seizoen kiezen voor één duidelijke leider, houdt CEO Zak Brown voet bij stuk: Oscar Piastri en Lando Norris krijgen allebei de kans om wereldkampioen te worden.
McLaren is de enige topteam in de Formule 1 dat geen voorkeurspositie heeft bepaald. En dat terwijl Piastri en Norris samen al elf races hebben gewonnen dit seizoen.
Met slechts negen punten verschil tussen beide coureurs is de spanning maximaal. De beslissing om geen ‘nummer één’ aan te wijzen is geen onoplettendheid, maar een bewuste strategie — met alle risico’s van dien.
Het incident tijdens de GP van Canada liet zien hoe snel die aanpak fout kan aflopen. Tijdens een felle strijd op de baan raakten Piastri en Norris elkaar, met schade aan beide auto’s tot gevolg. Toch ziet Brown dat moment als bevestiging van zijn aanpak, niet als waarschuwing.
“Natuurlijk weten we dat incidenten gebeuren en zullen blijven gebeuren, verklaarde Zak Brown. Het draait om hoe goed je daarop voorbereid bent en hoe je ermee omgaat.”
Volgens Brown was Montreal juist een bewijs van hoe professioneel het team met interne conflicten omgaat. De botsing zorgde voor spanning, maar leidde niet tot publieke moddergevechten of interne verdeeldheid. Daarmee hoopt McLaren het evenwicht tussen competitie en samenwerking te behouden.
Spannende cijfers én uitzonderlijke situatie
De keuze om géén nummer één aan te wijzen komt in een ongekende context. McLaren leidt met overmacht het constructeurskampioenschap, met bijna 300 punten voorsprong op nummer twee.
In het coureursklassement staan Piastri en Norris op één en twee. Geen enkel ander team is zo dominant én intern competitief tegelijk.
Dat maakt de keuze gedurfder. Zeker omdat het eerder misging bij andere teams die twee topcoureurs lieten racen — denk aan Hamilton en Rosberg bij Mercedes, of Vettel en Webber bij Red Bull. Maar Brown gelooft in het unieke karakter van zijn coureurssduo.
“We weten het risico van geen steun geven aan één coureur, maar Oscar en Lando krijgen gelijke kansen, aldus Brown. Dat is spannend voor ons, en voor de sport.”
Brown geeft toe dat de druk alleen maar zal toenemen. Naarmate het kampioenschap vordert, stijgt het belang van teamorders, strategie en psychologische veerkracht.
Toch blijft hij vasthouden aan de gelijke behandeling. Dat vereist volgens hem vooral voorbereiding, kalmte en vertrouwen binnen het team.
Zijn woorden suggereren dat McLaren intern strak georganiseerd is, ondanks de ogenschijnlijk riskante aanpak. De vrije strijd tussen Piastri en Norris is geen losgelaten chaos, maar een gecontroleerd experiment in moderne teamsport — met duidelijke afspraken en gedeelde doelen.
Historisch succes, maar zonder garanties
Na de GP van Hongarije stond McLaren op een historisch punt: 200 overwinningen in de Formule 1, als tweede team ooit. De timing van die mijlpaal onderstreept de vorm van het team, én de gok die ze nemen met hun coureurs.
“We verlieten Hongarije met onze 200e overwinning in de Formule 1. Een ongelooflijke prestatie. Oscar en Lando staan bovenaan in het klassement. Dit wordt een spectaculaire seizoensfinale.”
Het experiment van McLaren — twee coureurs, geen nummer één — wordt nu serieus getest. De komende races zullen uitwijzen of die filosofie leidt tot intern respect, of toch tot nieuwe brokken.
Maar Brown weet precies wat er op het spel staat. En toch: hij verandert zijn koers niet. In de geschiedenis van de Formule 1 is er zelden een team geweest dat zó dominant én zó kwetsbaar tegelijk was.