De breuk tussen Mercedes en Aston Martin was geen beslissing van Mercedes, maar een bewuste strategische keuze van Aston Martin zelf.
Volgens Mercedes-teambaas Toto Wolff besloot het Britse team met Honda in zee te gaan om een volledig fabrieksteam te worden in het nieuwe reglemententijdperk van 2026. Die beslissing markeert een belangrijke verschuiving in de machtsverhoudingen.
Waar Aston Martin jarenlang een klantenteam was van Mercedes, kiest het team nu voor een exclusieve samenwerking met Honda, ondanks de technische problemen waarmee het nieuwe project in 2026 direct wordt geconfronteerd.
Aston Martin gebruikte jarenlang motoren van Mercedes. De samenwerking begon al in 2009 en bleef bestaan toen het team van Racing Point veranderde in Aston Martin. Sinds de terugkeer van het merk in de Formule 1 in 2021 bleef Mercedes de leverancier van de powerunit.
Daarmee bleef Aston Martin onderdeel van het netwerk van Mercedes-klantenteams. Toch kwam daar een einde aan met de introductie van de nieuwe motorregels voor 2026.
Aston Martin besloot vanaf dat moment exclusief met Honda samen te werken. Volgens Toto Wolff lag die keuze volledig bij Aston Martin. Hij benadrukte dat Mercedes het partnerschap niet heeft beëindigd.
“Aston Martin was jarenlang klant en partner van Mercedes en we leveren nog steeds motoren en andere componenten aan de straatautodivisie van Aston Martin. Het was geen beslissing van Mercedes om niet meer met Aston Martin verder te gaan.”
De belangrijkste reden voor de breuk was de ambitie van Aston Martin om een volledig fabrieksteam te worden. Het team wil volledige controle over de ontwikkeling van de auto en de motor.
Wolff legde uit dat Aston Martin bewust een andere richting koos. Volgens hem wilde het team met Honda en partner Aramco een eigen fabrieksteam vormen.
“Ik denk dat het een bewuste beslissing was om een fabrieksteam te worden met Honda en Aramco. Daarom moesten wij ze laten gaan.”
Als klantenteam bij Mercedes zou Aston Martin altijd afhankelijk blijven van de prioriteiten van het fabrieksteam uit Brackley. Met Honda krijgt Aston Martin een exclusieve motorpartner.
Die exclusiviteit betekent dat de powerunit volledig rond de Aston Martin-auto kan worden ontwikkeld. Daarmee wil het team een sterkere technische integratie bereiken.
Ambitie van Lawrence Stroll
Onder eigenaar Lawrence Stroll heeft Aston Martin de afgelopen jaren enorme investeringen gedaan. Het doel van die investeringen is duidelijk: wereldkampioen worden in de Formule 1.
Om dat te bereiken bouwt het team een volledig eigen technische infrastructuur op. Zo werd een nieuw technologisch centrum gebouwd in Silverstone. Ook werd een nieuwe windtunnel ontwikkeld, die rond 2025 operationeel werd.
Daarmee wil Aston Martin meer ontwikkeling intern uitvoeren. De samenwerking met Honda past volgens de leiding van het team perfect in dat plan. De Japanse fabrikant levert een exclusieve powerunit die speciaal voor Aston Martin kan worden ontwikkeld.
Dat maakt een diepere samenwerking mogelijk tussen het Aston Martin Technology Centre in Silverstone en Honda Racing Corporation in Sakura. De start van het nieuwe motorproject in 2026 verloopt echter moeilijk.
Aston Martin en Honda hebben direct te maken met technische problemen. Een van de grootste problemen zijn zware vibraties in de powerunit. Die trillingen veroorzaken schade aan onderdelen zoals batterijen.
Tijdens de Grand Prix van Australië ontstond daardoor zelfs een tekort aan reserve-accu’s binnen het team. De coureurs merken de problemen ook tijdens het rijden. Door de trillingen kunnen zij slechts beperkte tijd achter elkaar rijden zonder risico op fysieke klachten.
Fernando Alonso gaf aan dat hij ongeveer 25 ronden achter elkaar kan rijden voordat de vibraties problematisch worden. Lance Stroll gaf aan dat zijn limiet rond de vijftien ronden ligt. Naast betrouwbaarheid speelt ook performance een rol.
Volgens insiders loopt Honda momenteel achter op andere motorfabrikanten. Adrian Newey, die in maart 2025 bij Aston Martin arriveerde en voor 2026 de rol van teambaas op zich nam, kijkt realistisch naar de situatie.
Volgens hem ligt de focus eerst op het oplossen van de betrouwbaarheid van de motor.
“We zijn waar we nu zijn met Honda. Onze focus ligt erop om samen met Honda de best mogelijke situatie te bereiken.”
Hij benadrukte dat de eerste prioriteit is om het vibratieprobleem op te lossen zodat de motor betrouwbaar kan functioneren. Daarna kan de aandacht verschuiven naar de prestaties van de verbrandingsmotor.
Tegelijkertijd wees hij erop dat Honda al moet beginnen met de ontwikkeling van de motor voor 2027. Volgens Newey is een grote stap in vermogen van de verbrandingsmotor nodig voor dat seizoen.
De keuze voor Honda is dus een strategische gok. Aston Martin accepteert dat de eerste fase van het project moeilijk kan zijn. Het team kijkt vooral naar de middellange termijn. Intern wordt 2027 gezien als het moment waarop het project echt competitief moet zijn.
De reden daarvoor is dat Honda later begon met de ontwikkeling van de nieuwe motorregels. De fabrikant had eerder namelijk aangekondigd de Formule 1 te verlaten. Pas later besloot Honda alsnog terug te keren vanwege de nieuwe regels rond elektrificatie en duurzame brandstoffen.
Die regels passen goed bij de technologische strategie van het bedrijf en de ontwikkeling van toekomstige straatauto’s. Ondertussen heeft Mercedes zijn klantenbestand opnieuw ingericht. Alpine nam de plaats van Aston Martin in als klantenteam.
Daarnaast blijven McLaren en Williams ook gebruikmaken van de Mercedes-motor. Daarmee levert Mercedes momenteel motoren aan vier teams: het fabrieksteam, McLaren, Williams en Alpine. Tegelijk behoren Aston Martin en Audi tot de twee teams die in 2026 een exclusieve powerunit gebruiken zonder klantenteams.
Die structuur maakt duidelijk hoe verschillend de strategieën in de Formule 1 zijn geworden. Sommige teams kiezen voor samenwerking met meerdere partners, terwijl anderen juist inzetten op volledige exclusiviteit.