De Grand Prix van Hongarije markeert dit jaar een periode van veertig jaar sinds de eerste Formule 1-race achter het toenmalige IJzeren Gordijn. Op 10 augustus 1986 werd op de destijds nieuwe Hungaroring een evenement georganiseerd dat politieke en sportieve grenzen verlegde.
Het initiatief voor een race in het Oostblok kwam van Bernie Ecclestone. Zijn oorspronkelijke plan was een Grand Prix in de Sovjet-Unie, mogelijk in Moskou, maar dit bleek onhaalbaar. Een Hongaarse zakenrelatie bracht hem op het idee van Boedapest.
Aanvankelijk werd een stratencircuit in het Népliget-park overwogen, vergelijkbaar met Monaco. De Hongaarse overheid besloot echter tot de bouw van een permanent circuit net buiten de stad, nabij Mogyoród. De locatie in een vallei bood een natuurlijk amfitheater.
De bouw van de Hungaroring startte op 1 oktober 1985 en werd in een recordtijd van acht maanden voltooid. Geen enkel ander Formule 1-circuit was destijds sneller gerealiseerd. Het project was een duidelijke indicatie van de wil om de sport te verwelkomen.
De eerste race in 1986 trok een geschat publiek van 200.000 toeschouwers. Veel bezoekers kwamen uit andere Oostbloklanden om het evenement bij te wonen. Dit toeschouwersaantal was bijna een decennium lang een record voor de Formule 1.
De race zelf werd een duel tussen de Braziliaanse coureurs Nelson Piquet en Ayrton Senna. Piquet, rijdend voor Williams-Honda, won de race na een opvallende inhaalactie op Senna’s Lotus-Renault. Piquets teamgenoot Nigel Mansell eindigde als derde.
De Grand Prix van Hongarije is sindsdien een vaste waarde op de kalender en heeft nooit een jaar overgeslagen. Het circuit heeft door de jaren heen aanpassingen ondergaan om de inhaalmogelijkheden te verbeteren, met name in 1989 en 2003.
Ook in 2026 ondergaat het circuit een aanzienlijke modernisering. Er wordt gewerkt aan een nieuw paddockgebouw en verbeterde faciliteiten om te voldoen aan de huidige eisen van de Formule 1. Het contract voor de race is inmiddels verlengd tot en met 2032.