Ferrari bracht nieuwe onderdelen mee naar Miami, maar het resultaat voelde als een klap in plaats van een stap vooruit. Terwijl concurrenten versnellen, lijkt de Italiaanse ploeg iets fundamenteels te missen — en dat begint nu zichtbaar pijn te doen.
Ferrari arriveerde op het Miami Autodrome met een ambitieus pakket van elf nieuwe onderdelen voor de SF-26. De focus lag duidelijk op aerodynamica, met als doel minder turbulentie en meer efficiëntie. Toch liep het weekend anders dan gehoopt.
Tijdens de enige vrije training leek er nog niets aan de hand. Charles Leclerc zette de snelste tijd neer en gaf het team hoop. Maar dat moment bleek achteraf een uitzondering.
In de race zelf viel alles uit elkaar. Leclerc reed al buiten de top drie en verloor na een spin in de laatste ronde nog meer terrein. Hij eindigde als zesde, maar een straf na afloop duwde hem terug naar P8.
Hamilton eindigde vlak daarachter, en zijn gevoel over de auto was dubbel. Soms werkte de upgrade, soms totaal niet. En precies dat maakt het probleem lastig te grijpen.
Hij liet al snel doorschemeren waar hij naar kijkt: “Ze doen iets anders.” Volgens Hamilton zit het verschil niet in één onderdeel, maar springt de voorvleugel er wel uit.
Hij ziet duidelijke afwijkingen tussen Ferrari en teams als McLaren, Mercedes en Red Bull. Hij zegt dat Ferrari wel stappen heeft gezet, maar dat de concurrentie simpelweg grotere sprongen maakt. En dat frustreert zichtbaar.
“Mercedes, McLaren en Red Bull doen iets anders met de voorvleugel dan wij.”
Die opmerking komt niet uit het niets. In Miami introduceerden meerdere teams updates aan precies dat onderdeel. En opvallend: zij boekten wél direct resultaat.
Hamilton blijft voorzichtig, maar zijn boodschap is helder. Ferrari moet gaan kijken, analyseren en misschien zelfs kopiëren. Hij zegt daarover: “We moeten daar echt naar kijken om te zien of we iets kunnen verbeteren.”
Concurrentie loopt weg met slimme oplossingen
Terwijl Ferrari worstelde, maakten andere teams indruk. Lando Norris en Oscar Piastri stonden samen op het podium, naast racewinnaar Kimi Antonelli. McLaren bracht zeven nieuwe onderdelen, waaronder updates aan de voorvleugel-endplates.
Die zorgden voor betere airflow en stabiliteit. Ook Red Bull pakte uit met een vernieuwde voorvleugel. Alle drie de elementen en de endplate werden aangepast om meer downforce en stabielere luchtstromen te creëren.
Zelfs Max Verstappen liet verbetering zien. Hij pakte P2 in de kwalificatie, zijn beste resultaat van het seizoen tot nu toe. Hamilton hoorde dat McLaren’s upgrade zelfs meer opleverde dan verwacht. En dat steekt.
Hij zegt: “Ik hoorde dat hun stap groter was dan ze dachten. Zo hebben wij het niet ervaren.” De kern van het probleem zit diep in de aerodynamica.
Ferrari koos met de SF-26 voor een voorvleugel met focus op outwash, bedoeld om de lucht rond de auto beter te sturen. Maar concurrenten lijken iets anders te doen. Zij verbeteren juist de stabiliteit van de luchtstroom en de balans in snelle bochten.
Dat heeft directe gevolgen. Denk aan bandenslijtage, grip en controle bij hoge snelheid. Ferrari introduceerde ook een nieuwe achtervleugel, de zogeheten ‘Macarena’-variant, die tot 270 graden kan roteren voor extra stabiliteit.
Coureurs waren daar positief over. Toch lost dat het kernprobleem niet op. De voorvleugel blijft achter. Hamilton merkt het verschil visueel op: “Kijk naar hun vleugels en naar die van ons. Ze zien er anders uit.”
De nieuwe Formule 1-regels van 2026 spelen hier een grote rol in. Voorvleugels zijn smaller geworden en bestaan uit maximaal drie elementen.
Ze moeten zorgen voor minder downforce en minder drag, terwijl actieve aerodynamica het verschil maakt tussen rechte stukken en bochten. Systemen zoals X-mode en Z-mode vervangen DRS en maken airflow nog belangrijker.
Ferrari lijkt met zijn concept in lijn met de regels, maar mist de verfijning die andere teams al hebben gevonden. Mercedes had eerder in het seizoen al een opvallende voorvleugel, al bleek dat deels door een technisch probleem met hydraulische druk.
Toch blijft het team een referentiepunt voor de rest van het veld.