Red Bull begint het nieuwe F1-tijdperk met een onverwachte achterstand in tractie. Technisch directeur Pierre Waché stelt na de eerste test in Bahrein dat zijn team niet het referentiepunt is.
Na enkele productieve dagen in de woestijn van Sakhir wijzen rivalen juist naar Red Bull als team om te verslaan. Waché ziet dat anders en plaatst Ferrari, Mercedes en McLaren voorlopig voor zijn eigen team.
Tijdens de eerste officiële driedaagse pre-season test onder de nieuwe 2026-reglementen kreeg Red Bull veel aandacht. Mercedes en Williams-teambazen Toto Wolff en James Vowles spraken openlijk over een mogelijk energievoordeel bij Red Bull.
Volgens hen kan de energie-inzet op de rechte stukken tot één seconde per ronde schelen. Ook George Russell wees energiebeheer aan als het grote wapen van Red Bull. Dat voedde het beeld dat de RB22 het te kloppen pakket is.
Toch spreekt Waché dat beeld tegen. Hij baseert zich op de data die het team verzamelde met Max Verstappen en Isack Hadjar in Bahrein.
“Het is moeilijk te zeggen. Wij zijn zeker niet de benchmark. We zien duidelijk dat Ferrari, Mercedes en McLaren voor ons staan. Wat ons betreft ben ik nooit tevreden met mijn eigen werk. We hebben uiteraard ruimte voor verbetering.”
Volgens Waché is het vooral de tractie waar Red Bull terrein verliest.
“De anderen zijn beter in tractie uit langzame bochten. Ook qua topsnelheid, vooral met weinig brandstof. Langzame en middelmatige bochten zijn de afgelopen jaren niet onze sterke punten geweest.”
De cijfers uit Bahrein ondersteunen zijn analyse. Red Bull legde tijdens de test 1823 kilometer af. Dat is minder dan McLaren met 2240 kilometer en Ferrari met 2213 kilometer. Williams noteerde zelfs 2245 kilometer, ondanks een late start van het programma.
Max Verstappen zette de op een na snelste tijd neer met 1:34.798. Dat was slechts 0,129 seconde langzamer dan Lando Norris met 1:34.669. Verstappen werkte bovendien 119 foutloze lange runs af, wat indruk maakte in de paddock.
Toch liet sector 2 een duidelijk probleem zien. Bij het terugschakelen naar de eerste versnelling ontstond instabiliteit door beperkte grip. De tractie uit langzame bochten bleef achter.
Waché erkent dat dit geen nieuw probleem is. Ook in de laatste jaren van het ground-effect tijdperk, van 2022 tot 2025, had Red Bull moeite in langzame en middelmatige bochten.
Nieuwe regels, nieuwe uitdagingen
De 2026-reglementen gaven Red Bull de kans om opnieuw te beginnen na die zwakke punten. Nooit eerder heeft de Formule 1 het reglement zo ingrijpend gewijzigd als met deze set regels.
De nieuwe powerunits werken met een bijna 50/50-verdeling tussen elektrische en verbrandingskracht. Daarnaast introduceert de sport nieuwe aerodynamische en chassisregels, met kleinere auto’s en actieve aerodynamica.
Voor Red Bull kwam daar nog een extra uitdaging bij. Het team werd voor het eerst in zijn geschiedenis zelf motorfabrikant. Voormalig teambaas Christian Horner bouwde Red Bull Powertrains op voor het seizoen 2026, nadat Honda aanvankelijk besloot de Formule 1 te verlaten.
Max Verstappen reed tijdens de eerste van twee tests in Bahrein met een agressieve rijstijl om prestaties uit de nieuwe Red Bull Powertrains-motor te halen. Isack Hadjar liet tegelijkertijd zien dat de auto onder remmen stabiel blijft en in dat opzicht tot de beste van het veld behoort.
De combinatie van sterke energie-inzet en zwakke tractie tekent het beeld van Red Bull in Bahrein. Volgens Toto Wolff en James Vowles kan de energie-deploy van Red Bull tot een seconde per ronde winst opleveren op de rechte stukken.
George Russell sprak in dezelfde lijn over een duidelijk voordeel in energiebeheer. Toch wijst Waché erop dat de auto bij lage brandstof en in langzame bochten terrein verliest. Vooral uit haarspeldbochten, zoals in Bahrein, kost dat tijd bij het uitaccelereren.
Red Bull lijkt bewust prioriteit te hebben gegeven aan rechte-lijnsnelheid en laadcapaciteit van de MGU-K. De agressieve rem- en terugschakelstrategie naar de eerste versnelling helpt bij het opladen van de batterij, maar gaat ten koste van stabiliteit en grip.
Volgens de interne analyse moet Red Bull werken aan optimalisatie van de versnellingsbak en software-updates voor een stabielere tractiecontrole. De focus ligt op verbetering richting Melbourne.
Reacties en context
De discussie over Red Bulls echte positie kreeg extra lading door reacties uit het veld. Mercedes eindigde bovenaan op dag drie van de test, met Kimi Antonelli als snelste. Dat was opvallend na enkele moeilijke dagen voor het team.
In de reacties vroegen fans zich af of Mercedes werkelijk terug aan de top staat. Anderen wezen erop dat het aantal gereden ronden bij de Zilverpijlen nog duidelijk lager lag dan bij McLaren en Ferrari. Binnen de paddock leeft ook de gedachte dat teams tijdens tests bewust hun ware snelheid verbergen.
Sommigen suggereren dat Mercedes mogelijk sandbagging toepast om de druk te verlagen. Tegelijkertijd blijft het feit staan dat Red Bulls nieuwe powerunit in Bahrein indruk maakte op rivalen.
Ondanks de tractieproblemen kende het team geen grote uitvalbeurten en werkte Verstappen probleemloos 65 ronden af in een lange run, op C2-banden, inclusief een flat-spot incident in bocht 1. McLaren noteerde 2240 kilometer tijdens de test en toonde consistente lange runs.
Ferrari kwam tot 2213 kilometer en maakte eveneens een sterke indruk op tempo. Red Bull bleef steken op 1823 kilometer, deels door finetuning van de afstelling.
Mercedes reed ongeveer 1800 kilometer en werd op de rechte stukken als langzamer bestempeld, maar zou volgens sommigen één seconde per ronde winnen of verliezen op basis van energiegebruik.
Williams was met 2245 kilometer het meest productieve team qua afstand. Andere teams zoals Audi en Haas verzamelden respectievelijk 1867 en 2072 kilometer. Deze cijfers tonen dat Red Bull qua betrouwbaarheid solide oogt, maar qua tractie achterblijft.
Waché noemt zijn team na de eerste officiële test onder de 2026-regels dan ook slechts het vierde team op de grid. Hij sluit af met een duidelijke constatering over de huidige stand van zaken.
“Wij zijn zeker niet de benchmark.”