Nieuwe chassisregels en compleet herziene motorvoorschriften maken van 2026 een seizoen waarin alles anders wordt. Teambaas Toto Wolff gaat nog een stap verder: volgens de Oostenrijker kunnen de nieuwe auto’s bijna 400 kilometer per uur halen.
Die voorspelling legt de lat ongekend hoog. De nieuwe generatie auto’s belooft minder grip in de bochten, maar juist krankzinnig hoge snelheden op de rechte stukken. Het vooruitzicht dat records uit het verleden sneuvelen, maakt de discussie over de 2026-regels alleen maar vuriger.
De FIA voert in 2026 tegelijk nieuwe regels in voor chassis en powerunits. Voor het eerst bestaat vijftig procent van de aandrijving uit elektrische kracht, terwijl de brandstof volledig duurzaam wordt. Actieve aerodynamica – met beweegbare voor- en achtervleugels – vervangt het huidige DRS-systeem.
Volgens Wolff leidt dat tot een enorme stap voorwaarts op de rechte stukken. De elektrische kracht wordt verdrievoudigd en door de verminderde luchtweerstand kunnen de auto’s ongekende snelheden bereiken.
“Wanneer we volle kracht inzetten, duwen we tegen de 400 km/u-grens,” verklaarde Toto Wolff tegenover Auto Motor und Sport.
Het klinkt bijna ongelooflijk, maar de technologie lijkt de voorspelling te ondersteunen.
De records die op het spel staan
Tot nu toe is Valtteri Bottas de coureur met het officiële snelheidsrecord. In 2016 klokte hij tijdens de kwalificatie in Bakoe 378 km/u in zijn Williams. Later dat jaar haalde hij in de Grand Prix van Mexico nog altijd 372 km/u.
Toch is dat niet het absolute hoogtepunt. In 2006 reed Alan van der Merwe in de Verenigde Staten met een aangepaste BAR-Honda over de beroemde Bonneville Salt Flats.
Het doel was de magische grens van 400 km/u. Hij bleef er net onder met een snelheid van 397,36 km/u, nog steeds een uniek getal in de Formule 1-historie.
Met de 2026-regels kan die grens eindelijk sneuvelen in een officieel weekend. Dat zou een nieuw hoofdstuk in de sportgeschiedenis betekenen.
Ook vanuit de cockpit komen vergelijkbare geluiden. Felipe Drugovich, reservecoureur bij Aston Martin, benadrukte hoe extreem de acceleratie van de nieuwe generatie auto’s voelt.
“Uit de bochten accelereert de auto als een gek. Je voelt je alsof je op een raket zit,” zei Drugovich.
Het contrast wordt groot: trager in de bochten, sneller dan ooit op de rechte stukken. Dat verandert niet alleen de strategie, maar ook de manier waarop coureurs hun races aanpakken.
Dat Mercedes zijn huiswerk op orde heeft, is geen verrassing. Het team domineerde de vorige grote motorrevolutie in 2014 en pakte acht constructeurstitels op rij. Toch is het beeld bij de concurrentie zorgwekkender.
Volgens berichten in april is slechts één fabrikant echt op schema, terwijl de rest achterloopt. Twee motorleveranciers zouden zelfs “mijlenver” achterstaan.
Een andere producent worstelt met een motor die oncompetitief oogt door een afwijkende keuze voor biobrandstof. Honda gaf openlijk toe dat de ontwikkeling lastig is. Koji Watanabe, president van Honda Racing Corporation, zei in januari:
“We worstelen met de ontwikkeling van onze powerunit,” aldus Watanabe, al benadrukte hij dat het om de algemene uitdagingen van de regels ging.
Ook Red Bull Powertrains, dat samenwerkt met Ford, ligt onder een vergrootglas. Het is de eerste keer dat Red Bull zijn motoren volledig in eigen huis bouwt.
Red Bull in een nieuwe cyclus
Christian Horner, inmiddels ontslagen als teambaas, sprak tijdens zijn laatste race nog over de enorme uitdaging.
“Het zou gênant zijn voor Mercedes of een ander als wij direct vooraan zouden staan, maar op lange termijn is dit de juiste stap.”
Hij noemde het interne motorproject de grootste uitdaging in de geschiedenis van Red Bull. Het voordeel van alles onder één dak – chassis- en motorafdeling samen – achtte hij van onschatbare waarde voor de toekomst.
De vraag of Red Bull in 2026 meteen meedoet om de zeges, liet Horner open. Volgens hem gaat het vooral om de jaren daarna, waarin de samenwerking met Ford zijn vruchten moet afwerpen.
Met de regelwijzigingen van 2026 verandert de Formule 1 fundamenteel. Minder downforce in de bochten, maar een veel krachtigere aandrijving en actieve vleugels op de rechte stukken. De optelsom daarvan maakt Wolffs voorspelling geloofwaardig.
Het scenario dat een coureur straks 400 km/u haalt tijdens een officieel weekend, is niet langer ondenkbaar. Dat zou Bottas’ record en de mythische poging van Van der Merwe in één klap doen verbleken.
De sport die altijd sneller wilde, lijkt in 2026 een grens te gaan overschrijden die bijna zestig jaar onhaalbaar leek: de 400 kilometer per uur in een echte Grand Prix.