De kern van het probleem ligt buiten de sport. De Bahrain Grand Prix werd oorspronkelijk ingepland voor 10 tot en met 12 april 2026, maar verdween van de kalender door het militaire conflict in het Midden-Oosten.
Dat conflict, waarbij sprake is van oorlogshandelingen tussen de VS en Israël tegen Iran en aanvallen op Golfstaten, zorgde ervoor dat zowel Bahrein als Saoedi-Arabië van de kalender werd gehaald. De race in Jeddah, gepland voor 17 tot 19 april, onderging hetzelfde lot.
Op 14 maart kwam de officiële bevestiging dat beide races niet zouden plaatsvinden in april. Opvallend was de formulering: ze werden niet expliciet “geannuleerd”, maar zouden “niet plaatsvinden in april”. Dat detail bleek cruciaal.
Die woordkeuze hield namelijk de deur op een kier. Intern bleef de mogelijkheid bestaan om de races later in het seizoen alsnog te organiseren, mits de situatie verbetert.
Binnen de paddock wordt dat ook zo gelezen. Zoals Ayao Komatsu het verwoordde: “Er werd gesproken over een mogelijke terugkeer rond de Singapore Grand Prix, maar het hangt volledig af van de situatie in het Midden-Oosten.”
“Er werd gesproken over een mogelijke terugkeer rond Singapore, maar alles hangt af van de situatie.”
Als er al een comeback komt, dan lijkt oktober de enige logische periode. De datum van 3 en 4 oktober ligt momenteel nog open in de kalender. Die plek zit precies tussen de races in Azerbeidzjan en Singapore.
Dat maakt het logistiek aantrekkelijker dan andere opties, omdat teams toch al van Europa richting Azië reizen. De gedachte is om daar een triple header van te maken. In dat scenario zou Bahrein tussen Baku en Singapore worden ingevoegd.
Dat klinkt simpel, maar de praktijk is weerbarstig. Teams moeten hun personeel, materiaal en planning aanpassen, en dat midden in een al druk seizoen.
Toch wordt dit intern gezien als de minst problematische oplossing. Komatsu bevestigde dat ook indirect toen hij aangaf dat dit “de enige realistische gap” is in de kalender.
Alternatieven stuiten op harde weerstand
Er lag nog een ander idee op tafel: het verplaatsen van de Abu Dhabi Grand Prix van 6 december naar 13 december. Dat zou ruimte creëren om bijvoorbeeld de race in Jeddah alsnog in te plannen, mogelijk als onderdeel van een reeks van vier races achter elkaar met Las Vegas en Qatar.
Maar daar zit vrijwel niemand op te wachten. Teams zien een quadruple header als een logistieke nachtmerrie. Daarnaast is er een praktische blokkade. De FIA heeft haar prijsuitreiking al gepland op 12 december in Shanghai, na een week met General Assembly-activiteiten.
Dat maakt het vrijwel onmogelijk om het seizoen nog verder naar achteren te schuiven. Zoals Komatsu het duidelijk stelde: “We gaan het seizoen niet langer maken. Alles na Abu Dhabi is te laat.”
“We gaan het seizoen niet langer maken, alles daarna is te laat.”
Hoewel het idee van een ‘October reprieve’ rondzingt in de paddock, wordt er op dit moment niet actief aan gewerkt. Dat is vooral omdat de situatie in het Midden-Oosten nog steeds instabiel is.
Zolang daar geen duidelijke verbetering optreedt, blijft het risico simpelweg te groot. De prioriteit ligt bovendien ergens anders. De Formule 1 wil koste wat kost dat de geplande races in Qatar en Abu Dhabi doorgaan.
Pas als die zekerheid er is, kan er serieus worden gekeken naar het toevoegen van een extra race. Daar komt nog iets bij: zo’n beslissing moet ruim van tevoren genomen worden. Teams hebben tijd nodig om alles te organiseren.
Door het wegvallen van Bahrein en Saoedi-Arabië is het seizoen 2026 al ingekort van 24 naar 22 races. Dat heeft direct invloed op de kalenderstructuur. Tussen de Grand Prix van Japan eind maart en Miami begin mei zit nu een gat van meer dan 30 dagen.
Die lange pauze is ongebruikelijk in de Formule 1 en laat zien hoe ingrijpend de situatie is. Tegelijk laat het zien waarom er überhaupt wordt nagedacht over een terugkeer van Bahrein.
Er is ruimte ontstaan, maar die ruimte invullen blijkt allesbehalve eenvoudig.