Sebastian Vettel steekt zijn zorgen niet onder stoelen of banken: de nieuwe Formule 1-reglementen voor 2026 rammelen volgens hem aan alle kanten.
De viervoudig wereldkampioen ziet duidelijke parallellen met 2014, een seizoen dat de sport jarenlang op zijn kop zette.
Het vooruitzicht van lichtere auto’s en efficiëntere aerodynamica klinkt aantrekkelijk, maar Vettel gelooft dat de uitvoering niet deugt. Voor hem dreigt de Formule 1 dezelfde fout te maken: ambitieuze plannen met verkeerde prioriteiten en torenhoge kosten.
In 2014 onderging de Formule 1 één van de grootste regelwijzigingen in haar geschiedenis. De introductie van complexe en peperdure hybride powerunits moest de sport dichter bij de autowereld brengen en een groener imago geven. Efficiëntie werd het sleutelwoord.
Maar de gevolgen waren desastreus voor de balans op de grid. Mercedes profiteerde maximaal, won zestien van de negentien races en greep acht constructeurstitels tussen 2014 en 2021. Voor Vettel is het een les die de sport niet mag vergeten.
In gesprek met Auto Motor und Sport zei hij daarover:
“De regels van 2014 waren goed in principe. Het idee erachter was logisch. Maar de uitvoering klopte niet. Het kostte veel te veel geld en leverde de sport niets op.”
De 2026-regels onder het vergrootglas
De komende regels leggen de nadruk op een powerunit waarin de helft van het vermogen uit elektrische energie komt. Auto’s worden ongeveer dertig kilo lichter en de aerodynamica wordt efficiënter. Maar voor Vettel zijn dit lapmiddelen die het kernprobleem niet oplossen.
Hij wijst erop dat innovatieve oplossingen uit de vorige motorreglementen worden ingeruild om kosten te drukken en nieuwe fabrikanten te lokken. Dat noemt hij een gevaarlijk pad.
“De elektrische component is in principe goed en nodig in mobiliteit. Maar op de weg zijn we al veel verder met honderd procent elektrisch, omdat die efficiëntie onovertroffen is.”
Volgens Vettel geldt echter dat wat werkt op de weg, niet automatisch werkt in de autosport.
De Duitser benadrukt dat racen andere eisen stelt dan gewoon verkeer. Hij verwijst naar Le Mans als voorbeeld van een discipline die andere oplossingen vraagt dan Formule 1 of de juniorcategorieën.
“Volledig elektrisch werkt simpelweg niet voor de autosport. Motorsport stelt andere eisen. De nieuwe regels overtuigen me nog niet. Energie terugwinnen is goed, maar het alleen op de achteras toepassen en de vooras negeren, dat slaat nergens op.”
Ook de gewichtsreductie ziet hij niet als echte vooruitgang. Ondanks een daling van 30 kilo blijven de auto’s volgens hem veel te zwaar.
“We gaan een beetje die richting uit, maar het is een druppel op een gloeiende plaat. De auto’s zijn véél te zwaar. Ze zouden 200 kilo lichter moeten zijn.”
Daarmee legt hij de vinger op de kernvraag: wat wil de Formule 1 met deze regels bereiken, en met welke middelen?
De rol van duurzame brandstoffen
Sinds zijn afscheid van de sport profileert Vettel zich als voorvechter van duurzame brandstoffen. Met zijn initiatief Race Without a Trace demonstreerde hij de mogelijkheden tijdens het Goodwood Festival of Speed.
Daar reed hij met de kampioensauto van Nigel Mansell uit 1992 en de McLaren MP4/8 van Ayrton Senna uit 1993, beiden op klimaatneutrale brandstoffen.
Volgens Vettel bieden zulke brandstoffen een reële oplossing, omdat de bestaande infrastructuur kan blijven bestaan. Ze kunnen bovendien toegepast worden in sectoren waar volledige elektrificatie nog niet haalbaar is, zoals luchtvaart en scheepvaart.
“Klimaatneutrale brandstoffen zijn goed, omdat er buiten de autosport vraag naar is – voor de vele voertuigen die al rijden, voor scheepvaart en voor vliegtuigen. Maar je moet oppassen met de herkomst van die brandstoffen. Als je er een Formule 1-ontwikkelingsrace van maakt, kan het snel de verkeerde kant opgaan, zoals in 2014.”
Tijdens zijn demonstratie waren geen aanpassingen aan de auto’s nodig om de brandstoffen te gebruiken. Dat verlaagt de drempel aanzienlijk en geeft aan dat het technisch haalbaar is zonder ingrijpende veranderingen.
“Met brandstoffen moeten we de deur zoveel mogelijk dichtdoen door de oorsprong van de moleculen te beperken en een duidelijke relevantie voor serieproductie vast te leggen.”
Sebastian Vettel blijft sceptisch over de richting die de Formule 1 opgaat. De lessen van 2014 lijken volgens hem vergeten, en de nieuwe regels van 2026 dreigen dezelfde valkuilen te creëren.
Voor hem draait het niet alleen om technische haalbaarheid, maar ook om logische keuzes en realistische doelen. En juist daar, zo waarschuwt hij, gaat het opnieuw mis.