Terwijl Alpine sportief door een rampseizoen strompelt, klinken achter gesloten deuren plots andere geluiden. Volgens technisch directeur David Sanchez heeft het team in de voorbereiding op 2026 “waarschijnlijk de grootste stap van alle teams gezet” — en dan vooral op het vlak van aerodynamica.
Een opvallende uitspraak, gezien de huidige stand van zaken. Met slechts 19 punten na de eerste helft van het seizoen bungelt Alpine onderaan in het constructeurskampioenschap.
De wissel van Jack Doohan naar Franco Colapinto bracht geen verbetering, net zomin als het vertrek van teamchef Oliver Oakes. Toch kijkt men in Enstone verder vooruit: naar 2026, wanneer de Formule 1 opnieuw een ingrijpende reglementswijziging ondergaat.
In 2026 gaan de kaarten in de Formule 1 opnieuw geschud worden. Nieuwe powerunits, een herschreven aerodynamisch reglement en de introductie van actieve aero zorgen voor een fundamenteel andere auto.
Voor Alpine komt er ook een grote verandering onder de motorkap: het team stapt over van Renault naar Mercedes-powerunits, nadat Renault zijn F1-programma definitief beëindigde.
David Sanchez, sinds kort technisch eindverantwoordelijke bij Alpine, geeft aan dat de overgang naar de nieuwe regelgeving intern voor focus heeft gezorgd:
“Onze ontwerpafdeling heeft zich goed ontwikkeld – sommige sneller dan andere. We hebben waarschijnlijk de grootste stap gezet in de aerodynamica. Dat is waar ik vandaan kom en waar ik me comfortabel voel.”
Die aerodynamica wordt een sleutelelement in het 2026-tijdperk. Vooral de interactie tussen luchtweerstand, actieve vleugels en energieverbruik zal cruciaal blijken, zo voorspelt Sanchez.
Actieve aero als geheime wapen
Het gebruik van actieve aerodynamica — vleugels die tijdens het rijden kunnen bewegen afhankelijk van de situatie — is geen toekomstmuziek meer. Vanaf 2026 wordt het standaard in de F1. Sanchez wijst op de complexiteit van dat systeem, zeker wanneer het wordt gekoppeld aan energiemanagement:
“De auto voor volgend jaar is echt een ander beest qua karakter. Maar het blijft een F1-auto. Het draait nog steeds om downforce en balans.”
Wat het lastig maakt, is dat het systeem niet losstaat van de powerunit. Hoeveel energie je beschikbaar hebt, hoe de batterij wordt ingezet op rechte stukken en hoeveel weerstand je dan mag toelaten — het hangt allemaal met elkaar samen.
Precies daar claimt Alpine nu dus een voorsprong te hebben genomen. Het contrast tussen de resultaten op het circuit en het optimisme binnen de fabriek is groot.
Met slechts 19 punten in de zak, een onzeker coureursduo en een rommelige teamstructuur, lijkt Alpine aan de buitenkant stuurloos. Maar onder leiding van Sanchez wordt in Enstone gewerkt aan een auto die wél een solide basis moet leggen voor 2026.
De sleutel daarbij is volgens Sanchez duidelijk: consistentie in ontwerp én samenwerking tussen afdelingen. Ondanks de sportieve malaise lijkt het ontwikkelproces van de 2026-auto daar niet onder te lijden. Integendeel.
“De complexiteit zit ’m vooral in de koppeling tussen aerodynamische efficiëntie, het energiemanagement en de verschillende modi voor lange rechte stukken. Dat is geen eenvoudige puzzel.”
Hoewel er nog geen meetbare resultaten zijn, tonen de uitspraken van Sanchez aan dat Alpine zich niet neerlegt bij het beeld van een kwakkelend team.
Met het oog op 2026, en de technologische reset die daarmee gepaard gaat, probeert de renstal alvast voorsprong te nemen in de gebieden waar het écht gaat tellen. Of die voorsprong zich uiteindelijk vertaalt in betere resultaten op de baan, zal pas volgend jaar blijken.
Maar dat Alpine, ondanks alle sportieve tegenwind, durft te stellen dat het de grootste stap heeft gezet van alle teams, zegt iets over hun zelfvertrouwen — én over hun ambitie om terug te keren op het hoogste niveau.