De start van het Ford-motortijdperk bij Red Bull voelt als een breuk met het verleden, maar tegelijk als een eerbetoon aan de man die dit traject in gang zette. Terwijl de Formule 1 zich opmaakt voor 2026 en Red Bull zijn nieuwe livery onthult, klinkt intern opvallend veel waardering voor Christian Horner.
De woorden komen niet van zomaar iemand. Oliver Mintzlaff, een van de hoogste bestuurders binnen Red Bull GmbH, legt nadrukkelijk de link tussen het nieuwe motorproject en de keuzes die Horner de afgelopen jaren maakte.
Dat gebeurt op een moment dat Red Bull voor het eerst in zijn bestaan met een volledig eigen powerunit de Formule 1 ingaat. Vanaf 2026 verschijnt Red Bull met motoren uit eigen huis op de grid, ontwikkeld door Red Bull Powertrains in samenwerking met Ford.
Het is een radicale stap voor een team dat jarenlang afhankelijk was van externe leveranciers, eerst Renault en later Honda. Die keuze verandert niet alleen de technische structuur, maar ook de identiteit van het team.
Christian Horner speelde hierin een centrale rol. Onder zijn leiding besloot Red Bull om niet langer klant te zijn, maar fabrikant te worden. Het betekende investeren op een schaal die het team nooit eerder had gekend, zowel financieel als organisatorisch.
Die beslissing leidde tot de oprichting van Red Bull Powertrains, een complete motorafdeling die vanaf nul moest worden opgebouwd. Ingenieurs, specialisten en management werden aangetrokken in een markt waar ervaring schaars is en concurrentie moordend.
Credits voor Horner vanuit de Red Bull-top
Oliver Mintzlaff steekt zijn bewondering niet onder stoelen of banken wanneer hij terugblikt op dat proces. In een interview met De Telegraaf benadrukt hij dat Horner precies begreep wat nodig was om van Red Bull Powertrains een serieuze speler te maken.
“Het was het grote droomproject van Dietrich Mateschitz. En alle credit voor Christian Horner, omdat hij de juiste mensen voor die afdeling heeft gevonden.”
Mintzlaff schetst hoe hij jaren geleden voor het eerst hoorde dat Red Bull zelf motoren zou gaan bouwen. De schaal en kosten van het project maakten direct indruk, maar het idee paste volgens hem perfect bij de ambities van de oprichter van het merk.
“Ik dacht: wat betekent dit in hemelsnaam? En toen hoorde ik wat het zou kosten. Maar dit was Dietrichs grote droom.”
De introductie van de RB22-livery ismeer dan alleen een nieuw uiterlijk. Het is het visuele startschot van een tijdperk waarin Red Bull volledig op eigen benen staat. In 2026 worden de auto’s bestuurd door Max Verstappen en Isack Hadjar, een combinatie die ervaring en jeugd samenbrengt.
Red Bull kiest daarmee bewust voor continuïteit en vernieuwing tegelijk. Verstappen blijft het sportieve ankerpunt, terwijl Hadjar zijn kans krijgt naast de viervoudig wereldkampioen. Volgens Mintzlaff past die aanpak perfect bij de filosofie van het team.
“Dit past bij Red Bull. We vinden het beste talent voor de beste plekken, en ik denk dat we dat de afgelopen 21 jaar behoorlijk goed hebben gedaan.”
Ook zusterteam Racing Bulls speelt hierin een rol, met jonge coureurs die worden klaargestoomd voor de top. Het motorproject met Ford moet beide teams van dezelfde technische basis voorzien.
Opvallend is de timing van de lof. Christian Horner werd na de Britse Grand Prix van vorig jaar ontslagen, waarmee een einde kwam aan een periode van meer dan twintig jaar aan het roer van het team. Onder zijn leiding won Red Bull zes constructeurstitels en acht wereldtitels bij de coureurs.
Toch is zijn invloed op het huidige project onmiskenbaar. Mintzlaff wijst erop dat veel van de mensen die nu aan de motor werken, nog onder Horner zijn binnengehaald. Dat fundament moet Red Bull door de eerste, onzekere jaren van het nieuwe reglement loodsen.
“Christian Horner heeft de afgelopen jaren veel goede mensen aan boord gebracht, kijk alleen al naar de motorafdeling.”
Volgens Mintzlaff heerst er inmiddels een andere sfeer binnen het team. Ondanks personeelswisselingen ziet hij Red Bull als een aantrekkelijke werkplek voor talent dat zich wil ontwikkelen in een ambitieuze omgeving.
Geen angst voor de onbekende start van 2026
De overstap naar eigen motoren brengt risico’s met zich mee, zeker in een jaar waarin ook Audi als nieuwe motorfabrikant instapt. Toch weigert Mintzlaff om met angst naar het nieuwe seizoen te kijken. Zelfs een moeizame start zou volgens hem geen reden tot paniek zijn.
“Niemand weet waar we zullen staan. Misschien zesde of zevende, maar misschien ook tweede of derde.”
Hij benadrukt dat succes in 2026 niet alleen afhangt van de motor, maar ook van het chassis en de totale organisatie. Red Bull vertrouwt op de mensen die nu aan beide projecten werken, en ziet de samenwerking met Ford als een versterking, geen beperking.
Terwijl de livery wordt onthuld en de motoren langzaam richting de testbanken en circuits gaan, blijft één lijn overeind. Het Ford-project is geen impulsbeslissing geweest, maar het resultaat van jarenlange voorbereiding en visie.
“Ik hoop dat we Dietrichs grote droom waarmaken. Dat we opnieuw winnen in dit nieuwe tijdperk en nieuwe succesverhalen schrijven.”