Red Bull wil vanaf 2026 een open motoroorlog zonder beschermende regels die prestaties vastzetten. Technisch directeur Ben Hodgkinson pleit voor een vrije strijd tussen fabrikanten, ondanks het bestaande budgetplafond en beperkingen op testbanken.
Zijn boodschap is duidelijk: als Formule 1 toch al kosten en testuren begrenst, dan moet homologatie verdwijnen. Volgens hem zijn er al genoeg remmen ingebouwd.
Bij de onthulling van de 2026-livery van Red Bull in januari sprak Ben Hodgkinson zich uit tegen het huidige systeem. In februari herhaalde hij zijn standpunt in meerdere interviews.
De technisch directeur van Red Bull Powertrains richtte zijn pijlen vooral op homologatie en het ADUO-mechanisme. Homologatie legt prestaties tijdelijk vast om stabiliteit te creëren.
Dat betekent dat een fabrikant niet onbeperkt mag doorontwikkelen zodra een specificatie is goedgekeurd. Hodgkinson ziet dat als een onnodige beperking in een sport die draait om technologische vooruitgang.
Hij wil een zogenoemde ‘gloves-off’ strijd tussen motorbouwers. Dat houdt in dat fabrikanten vrij mogen ontwikkelen zonder vastgelegde prestatieniveaus. Volgens hem zorgen het budgetplafond en de dynolimiet al voor voldoende controle.
“Persoonlijk zou ik graag de homologatie afschaffen en een vrije strijd voeren. Dat is wat ik echt zou willen. Maar we zijn waar we zijn. We hebben een budgetplafond en we hebben beperkingen op dyno-uren. Dus ik denk dat er genoeg limieten zijn zonder dit extra systeem.”
Vanaf 2026 introduceert de Formule 1 het Additional Development and Upgrade Opportunities-systeem, afgekort ADUO. Dit systeem biedt fabrikanten met een achterstand extra ontwikkelingskansen na race 6, race 12 en race 18 van het seizoen.
Het doel is om te voorkomen dat één fabrikant vroeg in het jaar een onoverbrugbare voorsprong opbouwt. Teams die meer dan vier procent achterstand hebben, krijgen extra ruimte om hun powerunit te verbeteren. Daarmee probeert de sport het kampioenschap competitief te houden.
Hodgkinson begrijpt het idee, maar wijst op de praktische beperkingen. Updates in een paar weken tijd doorvoeren noemt hij uitdagend. Volgens hem kost het tijd om fundamentele achterstanden in te lopen.
“Als een team in race één een voordeel heeft op de powerunit, dan duurt het even voordat iemand anders dat kan inhalen. Als ik nu 20 kilowatt op de motor kon schroeven, dan zou ik dat doen.”
Het budgetplafond voor powerunitfabrikanten ligt rond de 100 tot 130 miljoen euro per seizoen. Voor 2026 wordt een bedrag van ongeveer 110 miljoen euro genoemd. Daarnaast zijn de dyno-uren beperkt tot circa 4000 à 5000 per jaar, met exacte cijfers voor 2026 nog in fine-tuning.
Nieuwe motorregels 2026 en 2027
De technische revolutie van 2026 verandert de Formule 1 ingrijpend. De nieuwe powerunits verdubbelen het elektrische aandeel in het totale vermogen. Ongeveer 50 procent van de totale output komt dan uit elektrische energie.
Het totale vermogen ligt rond 400 tot 450 kW elektrisch, binnen een totaaloutput die wordt afgezet tegen de circa 1000 pk van 2025. De MGU-H verdwijnt uit het reglement. Tegelijk krijgt de MGU-K meer vermogen en wordt volledig overgeschakeld op 100 procent duurzame brandstof.
Deze regels zijn bedoeld om duurzaamheid te bevorderen en nieuwe fabrikanten aan te trekken. Het budgetplafond moet kosten beheersen en een gelijk speelveld creëren voor nieuwkomers zoals Red Bull-Ford.
De dynolimiet voorkomt dat fabrikanten onbeperkt blijven testen en ontwikkelen. Homologatie zorgt voor tijdelijke stabiliteit in prestaties. Red Bull wil juist dat element schrappen om een open concurrentiestrijd mogelijk te maken.
Volgens Hodgkinson kan innovatie sneller verlopen zonder extra vastlegging van specificaties. Red Bull bouwt vanaf 2026 zijn eigen powerunits in samenwerking met Ford. Daarmee sluit het team een periode af waarin het afhankelijk was van Honda.
De strategie is helder: innovatie stimuleren zonder extra beperkingen. Concurrenten als Mercedes, Ferrari, Audi en de combinatie Honda-Renault beschikken over grotere structuren. Zonder ADUO of homologatie zou Red Bull volgens critici risico lopen tegenover deze gevestigde namen.
Tegelijk ziet het team kansen om met vrijheid snelheid te forceren. Hodgkinson verwacht dat Red Bull bij de start van 2026 kan meedoen in de top vier. Hij waarschuwt echter voor “oncomfortabele momenten”, waaronder mogelijke uitvalbeurten.
De prestaties van rivalen noemt hij “stratosferisch”, wat de ontwikkelingsdruk vergroot. Teambaas Laurent Mekies reageerde intussen op kritiek van Mercedes over Red Bulls energiegebruik.
“We houden het lawaai laag en focussen op onszelf.”
De dicussie draait uiteindelijk om de balans tussen innovatie en gelijkheid. Een volledig vrije motorstrijd kan zorgen voor snellere vooruitgang en een spannender titelgevecht. Een directe boost van bijvoorbeeld 20 kilowatt kan het verschil maken.
Tegelijk bestaat het risico dat een grote fabrikant vroeg domineert. ADUO is juist ontworpen om leiders af te remmen en achterblijvers te helpen. Het eerste evaluatiemoment staat gepland rond race 6 van 2026, mogelijk in mei, gevolgd door beoordelingen rond race 12 in september en race 18 later in het seizoen.
Voor 2027 kunnen de regels verder worden aangescherpt. Tegen die tijd moet duidelijk zijn of de combinatie van budgetplafond, dynolimiet en ADUO voldoende balans biedt.