De twijfels waren groot toen Red Bull besloot zijn lot volledig in eigen handen te nemen. Een team dat jarenlang afhankelijk was van externe motorpartners begon aan een van de moeilijkste projecten in de moderne Formule 1.
Dat traject begon al in 2021, direct nadat Honda besloot de stekker uit zijn Formule 1-project te trekken. Red Bull moest in recordtempo een compleet fundament bouwen. De nieuwe faciliteit van Red Bull Powertrains stond er in slechts 55 weken.
Daar bleef het niet bij. Onder leiding van Ben Hodgkinson werd een compleet personeelsbestand opgebouwd, met onder meer meerdere medewerkers die overstapten van Mercedes High Performance Powertrains.
Ook de samenwerking aan commerciële kant veranderde drastisch. Nadat de langdurige onderhandelingen met Porsche mislukten, stapte Ford in als commerciële en technische partner.
Volgens Mark Rushbrook begon dat opvallend simpel: een e-mail van Christian Horner. Maar die rol groeide snel verder dan aanvankelijk gepland. Ford Performance-directeur Mark Rushbrook noemt de eerste resultaten veelzeggend.
Hij zegt dat het al een enorme uitdaging was om überhaupt op de grid te verschijnen met een nieuwe powerunit, maar geeft toe dat Red Bull Ford nu daadwerkelijk meedoet.
“Maar om mee te doen zoals we nu doen, voelt zeker goed.”
Dat is een opmerkelijke erkenning, juist omdat de verwachtingen intern veel voorzichtiger lagen.
Ondanks die positieve toon is het beeld niet zo simpel als één sterke openingsfase. Red Bull heeft namelijk zelf geen illusies over waar het echt staat. Rushbrook erkent impliciet dat Mercedes nog altijd de referentie is.
Toen hem gevraagd werd naar de Mercedes-powerunit, was zijn reactie veelzeggend. Hij glimlachte en noemde die simpelweg “pretty good”. Dat sluit aan bij signalen vanuit de paddock.
Toto Wolff noemde Red Bull in Bahrein de “absolute benchmark”, al werd die uitspraak in context gezien als politiek spel. Max Verstappen stuurde de discussie juist een andere kant op na de problematische Japanse Grand Prix.
Volgens hem waren zowel de verbrandingsmotor als de elektrische deployment “zeker niet” Red Bulls grootste probleem. Daarmee verschuift de focus. De auto zelf, met name chassisbalans en afstelling, leek eerder de zwakke plek dan de powerunit.
Dat is misschien wel de grootste verrassing van dit hele project.
De omstandigheden maken het beeld onvoorspelbaar
Hier zit volgens Ford de echte complicatie. De Red Bull Ford-powerunit is competitief, maar niet onder alle omstandigheden even sterk.
Rushbrook zegt expliciet dat temperatuur, luchtvochtigheid en de bredere omgevingsfactoren directe invloed hebben op prestaties. Deze powerunits blijken gevoelig voor externe omstandigheden. Dat maakt vergelijkingen gevaarlijk.
Een auto die in Melbourne overtuigt, hoeft dat onder totaal andere omstandigheden niet automatisch opnieuw te doen. Volgens Ford ziet het team intern duidelijke verschillen afhankelijk van circuit- en weersomstandigheden.
Rushbrook onthult dat het team exact weet waar de sterke en zwakke punten liggen.
“Daar hebben we een duidelijk beeld van.”
Maar welke zwaktes dat precies zijn? Daar houdt Ford bewust de deur dicht. Dat voedt automatisch speculatie, want als het beeld intern zo helder is, moet er ook een concreet tekort zijn dat nog opgelost moet worden.
De samenwerking met Ford bleek inhoudelijk veel intensiever dan vooraf gedacht. Aanvankelijk zou Ford zich vooral richten op het elektrische deel van het project. Maar tijdens de ontwikkeling veranderde dat.
Dat hing ook samen met Fords bredere koerswijziging in de auto-industrie. De fabrikant draaide terug van een eerdere strategie om volledig afscheid te nemen van auto’s met uitsluitend verbrandingsmotoren.
Daardoor groeide de technische samenwerking. Volgens Rushbrook leverde vooral additive manufacturing onverwacht veel op.
Het snel printen van onderdelen, gecombineerd met strenge kwaliteitscontrole en extreme maatnauwkeurigheid, heeft Ford technologisch verder gebracht dan verwacht. Die kennis bleef bovendien niet beperkt tot dit F1-project.
Volgens Rushbrook profiteren ook andere raceprogramma’s daar inmiddels van. Juist omdat omstandigheden zo’n grote rol spelen, kijkt Ford scherp naar het ADUO-systeem.
Additional Development and Upgrade Opportunities is het vangnet in de 2026-powerunitregels. Fabrikanten die achterlopen kunnen extra ontwikkelmogelijkheden krijgen. Maar Rushbrook ziet daar een risico.
Volgens hem mag de FIA niet blind naar ruwe data kijken zonder context. Temperatuur, luchtvochtigheid, circuitkarakter en omgevingsomstandigheden kunnen prestaties beïnvloeden. Zijn waarschuwing is duidelijk.
“Niet blind naar de data kijken.”
Volgens hem heeft elke powerunit een andere gevoeligheid voor externe omstandigheden, waardoor kale vergelijkingen een vertekend beeld kunnen geven. De FIA lijkt daar minder gevoelig voor.
Na overleg met teams en powerunitfabrikanten maakte de bond duidelijk dat de meetmethode juist zo eenvoudig mogelijk moet blijven.
Dactoren zoals vloeistoftemperaturen, externe aerodynamica en vergelijkbare variabelen worden gewoon meegenomen in on-car metingen, zonder correctiemethodologie. Dat betekent dat Ford mogelijk met een strengere meetlat te maken krijgt dan het graag ziet.