De derde plaats van Verstappen tijdens de Grand Prix van Canada betekende meer dan alleen een podium voor Red Bull. Het was het eerste podiumresultaat voor Ford sinds Giancarlo Fisichella in 2003 de Grand Prix van Brazilië won voor Jordan-Ford.
Daarmee kwam een einde aan een periode van meer dan twee decennia zonder podiumklassering voor het iconische Amerikaanse merk in de Formule 1. Dat is opvallend gezien de rijke geschiedenis van Ford binnen de sport.
Ford-motoren wonnen in het verleden 176 Grands Prix en waren goed voor tien constructeurstitels. Daarmee behoort het merk nog altijd tot de succesvolste fabrikanten uit de geschiedenis van de Formule 1.
De terugkeer van Ford naar de sport werd ruim drie jaar geleden aangekondigd toen Red Bull Powertrains een technische samenwerking sloot met de autofabrikant. Het doel was duidelijk: Red Bull moest uitgroeien tot een volledig zelfstandige fabrikant, vergelijkbaar met Ferrari, Mercedes en Audi.
Hoewel de prestaties van de Red Bull RB22 tijdens de eerste vijf races van het seizoen wisselvallig waren, kreeg de powerunit juist veel lof binnen de paddock. Diverse concurrenten zien de motor als een van de twee sterkste van het veld, naast Mercedes.
Kort na de race sprak Ford-topman Mark Rushbrook over de betekenis van het resultaat. Hij noemde het podium een belangrijk moment voor de samenwerking en zei dat de inspanningen van zowel Oracle Red Bull Racing als Ford Racing eindelijk zichtbaar werden op het circuit.
“Dat Max zijn eerste podiumplaats behaalt in het Red Bull Ford Powertrains-tijdperk is een mijlpaal voor onze samenwerking.”
Rushbrook benadrukte dat de voorbereidingen op het 2026-project enorm veel werk hebben gekost en dat het podium een verdiende beloning vormt voor iedereen die daarbij betrokken is.
Ondanks alle discussies over reglementen en toekomstige technische regels kijkt Ford vooral naar de prestaties op de baan. Volgens Rushbrook bewijst de huidige vorm van de powerunit dat Red Bull Powertrains de juiste mensen heeft verzameld.
In de afgelopen vijf jaar bouwde Red Bull een compleet nieuwe motorafdeling op. Daarbij speelde Ford een actieve rol door technische kennis en middelen beschikbaar te stellen.
De ontwikkeling van het project kreeg daarnaast een nieuwe wending nadat Red Bull afscheid nam van voormalig CEO Christian Horner. Horner was een van de drijvende krachten achter het ontstaan van Red Bull Powertrains onder de inmiddels overleden Dietrich Mateschitz.
Na zijn vertrek kreeg Laurent Mekies de leiding over alle raceactiviteiten van Red Bull, inclusief de motorafdeling. Volgens Rushbrook verloopt die samenwerking uitstekend.
Hij maakte duidelijk dat Ford momenteel tevreden is met de voortgang van het project. Daarbij benadrukte hij dat de relatie met zowel Mekies als motorchef Ben Hodgkinson bijzonder sterk is.
“We zijn erg tevreden met waar we nu staan.”
Rushbrook omschreef Red Bull Racing en Red Bull Powertrains als partners die vanaf het begin aan de verwachtingen hebben voldaan. Hij sprak bovendien zijn trots uit over het feit dat de nieuwe powerunit inmiddels zowel in de auto’s van Red Bull Racing als Racing Bulls wordt gebruikt.
Problemen zijn er nog steeds, maar ambitie blijft overeind
Toch doet Ford geen alsof alles perfect verloopt. Rushbrook gaf toe dat er onderweg problemen zijn geweest.
Volgens hem is dat onvermijdelijk bij een volledig nieuw project van deze omvang. Belangrijker vindt hij dat alle betrokken partijen vastbesloten zijn om die problemen op te lossen.
Ford ziet bovendien voldoende potentieel binnen de fabriek in Milton Keynes om verder door te groeien. Rushbrook verwees daarbij naar de comeback die Verstappen in 2025 maakte toen hij uiteindelijk slechts twee punten tekortkwam voor de wereldtitel.
Binnen Red Bull wordt volgens hem dag en nacht gewerkt aan verdere verbeteringen. Dat voortdurende streven naar vooruitgang ziet Ford als een van de belangrijkste eigenschappen van een succesvolle partner.
Hij stelde zelfs dat het team momenteel staat waar het had gehoopt te staan: in de bovenste helft van het veld, met ruimte om verder op te schuiven richting de top.
“Absoluut, we hebben problemen gehad, daar bestaat geen twijfel over, maar we zijn vastbesloten om die problemen op te lossen en onze prestaties voortdurend te verbeteren.”
Een van de meest besproken onderwerpen in de paddock is momenteel de ADUO-regeling van de FIA. Deze Additional Development and Upgrade Opportunities zijn bedoeld om fabrikanten die achterlopen extra ontwikkelingsmogelijkheden te geven.
Na de Grand Prix van Canada werd Rushbrook gevraagd naar de speculaties rondom deze regeling. Hij moest lachen en weigerde een voorspelling te doen.
De geruchten binnen de paddock zijn echter veelzeggend. Volgens verschillende geluiden zou Red Bull Powertrains mogelijk niet in aanmerking komen voor extra ontwikkelingsruimte.
Dat zou betekenen dat de huidige powerunit binnen twee procent van de best presterende motor zit. Sommige insiders suggereren zelfs dat Red Bull Powertrains momenteel de maatstaf van het veld is.
Rushbrook wilde die speculaties niet bevestigen, maar benadrukte wel dat een vangnet voor achterblijvende fabrikanten belangrijk is.
Volgens hem staan innovatie, marketing en competitie centraal in de Formule 1 en verdienen merken een kans om eventuele achterstanden weg te werken.
Hij liet de gesprekken hierover bewust over aan Laurent Mekies en Ben Hodgkinson, die namens Red Bull deelnemen aan de technische overleggen met de FIA en Formula One Management.
De discussie beperkt zich niet tot de ADUO-regeling. Eerder dit jaar vertelde Ben Hodgkinson dat hij liever een volledig vrije ontwikkelingsstrijd zou zien. Volgens hem beperken de huidige homologatieregels de competitie te veel.
Hij wees daarbij op het bestaande budgetplafond voor motorfabrikanten en de limieten op testuren. Rushbrook begrijpt dat standpunt. Tegelijkertijd ziet hij het kostenplafond als een noodzakelijke maatregel om te voorkomen dat de uitgaven uit de hand lopen.
Volgens hem zou onbeperkte besteding uiteindelijk schadelijk kunnen zijn voor de sport. Teams of fabrikanten zouden daardoor zelfs kunnen besluiten de Formule 1 te verlaten.
Aan de andere kant erkent hij dat iedere fabrikant wil blijven ontwikkelen. Dat verlangen naar verbetering hoort volgens hem bij racen en maakt verdere discussies over de homologatieregels onvermijdelijk.