De rust rond de nieuwe Formule 1-regels voor 2026 is volledig verdwenen nu rivaliserende teams openlijk twijfelen aan de rol van de FIA bij de goedkeuring van de nieuwe Mercedes-motor. De overtuiging groeit dat de sport afstevent op een juridisch en politiek conflict nog vóór de eerste race is gereden.
Centraal staat een vermeende technische oplossing van Mercedes en Red Bull Powertrains die volgens concurrenten weliswaar legaal is, maar indruist tegen de geest van het reglement. Daarbij ligt de focus op de compressieverhouding van de verbrandingsmotor, een cruciale parameter in het nieuwe motorconcept voor 2026.
In de 2026-regels is vastgelegd dat de maximale compressieverhouding van de verbrandingsmotor 16:1 mag bedragen. Die limiet is bedoeld om kosten te drukken, nieuwe fabrikanten aan te trekken en extreme prestatiedifferentiatie te voorkomen.
Volgens bronnen uit teams die niet door Mercedes of Red Bull worden bevoorraad, slagen beide fabrikanten erin om op de baan effectief met een hogere compressieverhouding te rijden, naar verluidt rond 18:1.
Dat zou mogelijk worden gemaakt door het gebruik van hittegevoelige materialen die bij bedrijfstemperatuur uitzetten, terwijl de motor bij inspectie binnen de vastgestelde limieten blijft.
Het resultaat is een constructie die bij statische controles legaal oogt, maar in racecondities een aanzienlijk prestatieniveau zou bieden. Schattingen in de paddock spreken over een voordeel van twee tot vier tienden per ronde, al zijn die cijfers niet officieel bevestigd.
FIA en onduidelijke handhaving
De kwestie stond hoog op de agenda tijdens een recent overleg tussen de teams en de FIA. Daarbij werd duidelijk dat de compressieverhouding momenteel niet in realtime wordt gemonitord. Technisch gezien bestaan er methodes om dat wel te doen, maar die vereisen een aanpassing van de regelgeving.
Volgens meerdere bronnen zou Nikolas Tombazis, directeur single seaters bij de FIA, hebben aangegeven geen duidelijk beeld te hebben van de daadwerkelijke prestatiewinst die Mercedes en Red Bull zouden behalen. Dat leidde tot forse kritiek binnen de paddock, waar wordt gesuggereerd dat de ernst van de situatie wordt onderschat.
Mercedes en Red Bull Powertrains beschikken over schriftelijke bevestiging van de FIA dat hun motorontwerpen voldoen aan de huidige regels. Daarmee lijken formele overtredingen uitgesloten, wat het voor rivalen lastig maakt om direct in te grijpen.
Door hun klantenteams hebben Mercedes en Red Bull bovendien een meerderheid in eventuele stemmingen over reglementswijzigingen. Dat zet fabrikanten als Ferrari, Audi en Honda-teams op achterstand in het politieke spel rond de motorregels.
Ondanks de formele goedkeuring sluiten verschillende teams een protest aan het begin van het seizoen niet uit. Bronnen geven aan dat men “verbaasd zou zijn” als er na de Grand Prix van Australië geen officiële stappen volgen.
Binnen Aston Martin zou de frustratie groot zijn, mede omdat het team met Adrian Newey zwaar inzet op een competitieve start van het nieuwe tijdperk. Tegelijkertijd temperde Audi-kopstuk Mattia Binotto de verwachtingen door te stellen dat teams waarschijnlijk niet over voldoende concrete technische informatie beschikken om een kansrijk protest in te dienen.
Tombazis probeerde de gemoederen te sussen door te benadrukken dat het volgens hem om kleine verschillen gaat. Hij stelde dat de prestatieschommelingen beperkt zijn en verwacht dat de discussie snel zal verdwijnen.
Die woorden hebben de onrust echter niet weggenomen. Integendeel: binnen de paddock groeit de vrees dat de doelstelling van de 2026-regels — een reset die nieuwe en bestaande fabrikanten dichter bij elkaar brengt — wordt ondermijnd door slimme interpretaties van de reglementen.
De nieuwe powerunits voor 2026, met een bijna gelijke verdeling tussen elektrisch en verbrandingsvermogen, actieve aerodynamica en strengere kostenlimieten, moesten een frisse start betekenen voor de Formule 1. In plaats daarvan lijkt het seizoen te beginnen met wantrouwen, politieke spanningen en de dreiging van juridische procedures.