Terwijl kritiek aanzwelt, stelt Gasly dat er volgens hem “een beetje te veel negativiteit” rondhangt en dat het beeld van de sport daardoor scheef raakt. Volgens hem ligt de focus te sterk op beperkingen, terwijl het vakmanschap nog altijd bepalend is zodra de auto de baan op gaat.
De nieuwe regels leggen een zware nadruk op elektrisch energiemanagement, en dat verandert direct hoe coureurs hun kwalificatierondes opbouwen. Waar het vroeger draaide om constant voluit rijden, moeten coureurs nu bewust energie terugwinnen en doseren.
Dat gebeurt via technieken zoals lift and coast en het opladen van de batterij tijdens het rijden, waardoor het niet meer mogelijk is om elke sector maximaal aan te vallen.
Juist dat punt voedt de kritiek, omdat spectaculaire bochtcombinaties hierdoor minder intens worden gereden. Binnen de paddock is er brede eensgezindheid dat kwalificatie weer meer een pure snelheidsstrijd moet worden.
Tegelijkertijd geven coureurs, zoals Gasly zelf ook aangeeft wanneer hij zegt dat “we allemaal hetzelfde zien en dezelfde taal spreken”, aan dat iedereen hetzelfde probleem herkent en dezelfde richting op denkt.
De evaluatie die gepland staat vóór de Grand Prix van Miami moet uitwijzen of en hoe die balans kan worden hersteld. Toch blijft de kernvraag overeind: hoeveel invloed heeft de coureur nog?
Gasly erkent dat batterijbeheer en energieregels het rijden veranderen, maar benadrukt dat dit niets afdoet aan het rijden op de limiet.
Hij legt uit dat, zoals hij het zelf verwoordt, “als je in sector 1 rijdt en je hebt een bepaald niveau van grip, het niet echt uitmaakt wat er verder gebeurt”, omdat de coureur volgens hem nog steeds “op de limiet van die grip moet rijden”.
Daarmee verschuift volgens hem de uitdaging, maar verdwijnt die niet. Het verschil tussen coureurs blijft zichtbaar, juist omdat iedereen binnen dezelfde technische kaders opereert.
Hij geeft wel toe dat de kritiek op onderdelen van het systeem begrijpelijk is. Zo zegt hij expliciet dat hij het “zeker eens is met wat anderen voelen over het batterijbeheer”, waarmee hij onderstreept dat er binnen het veld brede overeenstemming bestaat over de knelpunten.
Tegelijkertijd plaatst hij die kritiek in perspectief door te benadrukken dat iedereen uiteindelijk hetzelfde doel heeft. In zijn woorden willen de coureurs “allemaal dat de sport zo goed mogelijk is” en is er vertrouwen dat “we zullen doen wat het beste is”.
Met het oog op de komende evaluatie verwacht hij dat teams en organisatie die periode gebruiken om verbeteringen door te voeren, waarbij hij aangeeft dat “iedereen tijdens de pauze het maximale zal doen om de Formule 1 in betere vorm te krijgen”.
Nieuwe regels veranderen auto en rijgedrag ingrijpend
De impact van de 2026-regels beperkt zich niet tot strategie, maar verandert ook het gedrag van de auto’s op de baan. Door de vermindering van downforce zijn de auto’s lastiger te controleren in bochten, waardoor coureurs meer precisie nodig hebben.
Dat betekent dat fouten sneller worden afgestraft en dat het rijden minder vergevingsgezind is. Tegelijk zorgen verschillen in energieniveau voor grotere snelheidsverschillen tussen auto’s.
Dat aspect kwam extra onder de aandacht na het zware incident van Oliver Bearman in Japan, waarbij juist die snelheidsverschillen als risico zichtbaar werden.
De combinatie van minder downforce en intensief energiemanagement maakt het rijden complexer. Coureurs moeten voortdurend schakelen tussen aanvallen en sparen, wat het ritme van een ronde verandert.
Binnen die veranderde context laat Alpine zien dat voorbereiding een doorslaggevende rol speelt. Het team richtte zich al vroeg op de 2026-regels en profiteert daar nu zichtbaar van.
De overstap naar powerunits van Mercedes heeft daarbij geholpen, doordat het team gaandeweg meer inzicht kreeg in de combinatie van auto en techniek.
Gasly begon het seizoen met een punt in Australië, maar boekte daarna duidelijk vooruitgang. In China wist hij vanaf de zevende startpositie naar de zesde plaats te rijden.
In Japan herhaalde hij dat niveau door zijn startpositie vast te houden, wat onderstreept dat consistentie en controle nog altijd bepalend zijn.
Juist in die resultaten wordt zichtbaar wat Gasly bedoelt: ondanks alle technische veranderingen blijft het verschil uiteindelijk gemaakt worden door degene die de auto op de limiet weet te houden.