De eerste races van het Formule 1-seizoen 2026 laten een duidelijke trend zien: Mercedes staat vooraan, maar McLaren komt dichterbij. Volgens voormalig coureur Ralf Schumacher kan dat de strijd spannender maken, al denkt hij dat Mercedes nog niet alles heeft laten zien.
Tijdens de eerste raceweekenden werd al zichtbaar dat de krachtsverhoudingen verschuiven. McLaren heeft een stap gezet richting de top, terwijl Mercedes met overwinningen en polepositions meteen sterk aan het seizoen begon.
De vooruitgang van McLaren valt volgens Ralf Schumacher niet te ontkennen. Het team heeft sinds de invoering van de nieuwe regels duidelijk vooruitgang geboekt en kan daardoor vaker meedoen in de strijd aan de voorkant van het veld.
Schumacher ziet dat als een positief teken voor de competitie in de sport. Volgens hem kan de ontwikkeling van McLaren het kampioenschap spannender maken dan sommige fans na de eerste races verwachten.
Hij gaf aan dat McLaren duidelijk vooruitgang heeft geboekt en dat dit kan leiden tot aantrekkelijkere races gedurende het seizoen. Tegelijkertijd benadrukte hij dat de onderlinge verschillen tussen teams nog voortdurend veranderen.
Volgens Schumacher komt dat doordat teams nog altijd bezig zijn met het begrijpen van enorme hoeveelheden data die tijdens raceweekenden worden verzameld.
“McLaren heeft ook een stap vooruit gezet, dus het lijkt erop dat het allemaal spannender kan worden.”
Hij wees erop dat teams nog steeds leren hoe ze de enorme hoeveelheid informatie uit de nieuwe auto’s moeten gebruiken.
“Het is absoluut een indicatie van wat iedereen zegt: teams zijn nog steeds aan het leren, leren, leren hoe ze met de stroom aan data moeten omgaan.”
Schumacher verwacht dat de verschillen tussen teams daarom nog kleiner kunnen worden naarmate het seizoen vordert.
“Het zal waarschijnlijk nog dichter bij elkaar komen, omdat de ontwikkeling nu echt op gang komt en er altijd een achtervolging plaatsvindt.”
Toch denkt hij dat Mercedes nog niet zijn volledige potentieel heeft laten zien.
“Desondanks geloof ik dat Mercedes nog een paar reserves heeft.”
Mercedes begon het seizoen 2026 bijzonder sterk. Het team uit Brackley pakte meteen belangrijke resultaten in de eerste races van het jaar. George Russell won de openingsrace van het seizoen in Australië nadat hij vanaf poleposition was gestart.
Daarmee gaf Mercedes direct een krachtig signaal richting de concurrentie. Ook in China bleef Mercedes vooraan meedoen. Russell won daar de Sprint-race, opnieuw een belangrijk resultaat voor het team.
Daarnaast zorgde teamgenoot Kimi Antonelli voor een opvallend moment door poleposition te pakken voor de Chinese Grand Prix. De jonge Italiaan brak daarmee een historisch record en werd de jongste polesitter in de Formule 1.
Mercedes-teambaas Toto Wolff reageerde enthousiast op die prestatie.
“Veel mensen zeiden dat de jongen te jong was, dat hij te jong was om in een Mercedes te rijden en dat je hem anders had moeten voorbereiden, maar hij heeft het goed gedaan.”
Volgens Wolff was het bijzonder om te horen dat Antonelli het record van Sebastian Vettel had gebroken.
“De jongste polesitter, denk ik. Dat hoorde ik net.”
Hij benadrukte ook hoe belangrijk het moment voor het team was.
“Ik ben zo blij voor Kimi dat hij op pole staat.”
Tegelijk gaf Wolff aan dat hij graag een directe strijd tussen zijn twee coureurs had gezien.
“Maar als de auto de coureur in de steek laat, zoals bij George gebeurde, wil je ze eigenlijk naast elkaar zien en zien wat ze kunnen. Het is jammer dat George die ronde niet kon rijden.”
In de race zal Russell vanaf de tweede plaats starten naast zijn teamgenoot op de eerste rij. Volgens analyses uit de paddock ligt een deel van de kracht van Mercedes in de manier waarop het team data verwerkt.
Tijdens een raceweekend verzamelt Mercedes ongeveer 300 gigabyte aan gegevens. Die data wordt gebruikt om strategie, energiegebruik en afstellingen voortdurend te verbeteren. Het team gebruikt daarvoor onder meer machine learning om sneller conclusies te trekken uit de beschikbare informatie.
Ook het energiebeheer van de powerunit speelt een belangrijke rol in het prestatievoordeel. Mercedes lijkt efficiënter te werken met energiegebruik dan sommige concurrenten.
Waar sommige teams vaker moeten terugvallen op lift-and-coast om energie te besparen, kan Mercedes vaker gebruikmaken van zogenaamde super clipping. Dat betekent dat het team de maximale energie-output van ongeveer 250 kilowatt effectiever benut.
Die combinatie van data-analyse en energiebeheer maakt het voor concurrenten moeilijk om het tempo van Mercedes te evenaren.
McLaren blijft afhankelijk van Mercedes-powerunit
Hoewel McLaren vooruitgang boekt, blijft het team voorlopig afhankelijk van de Mercedes-powerunit. Daardoor ontstaat een bijzondere situatie waarin een klantenteam probeert een fabrieksteam te verslaan met dezelfde motor.
Volgens cijfers uit de eerste races ligt McLaren ongeveer een halve tot één seconde per ronde achter op Mercedes wanneer de omstandigheden vergelijkbaar zijn. Tijdens de Grand Prix van Australië eindigde McLaren bijvoorbeeld rond positie vijf.
Dat leidde tot frustraties binnen het team over de huidige prestaties. McLaren heeft sinds 2023 gemiddeld ongeveer drie tienden per ronde ingelopen op Mercedes. Over een raceafstand van 56 ronden betekent dat een verbetering van ongeveer zeventien seconden.
Toch blijft het team worstelen met de optimale integratie van de powerunit en met het genereren van voldoende grip. McLaren-CEO Zak Brown en engineer Houldey hebben aangegeven dat nieuwe upgrades nog enkele races op zich laten wachten.
Dat betekent dat het team voorlopig moet blijven werken met het huidige pakket. Het seizoen 2026 wordt gereden onder een volledig nieuw technisch reglement voor motoren. De nieuwe powerunit bestaat uit een 1,6-liter V6-turbomotor zonder MGU-H.
De elektrische MGU-K levert nu maximaal 350 kilowatt vermogen, waar dat eerder 120 kilowatt was. Het totale vermogen van de powerunit ligt rond de 1000 pk. Daarbij komt ongeveer de helft van de energie uit elektrische systemen en de andere helft uit de verbrandingsmotor.
Mercedes heeft in dit systeem een voordeel doordat het motoren levert aan meerdere teams. De fabrikant verzamelt data van vier teams: Mercedes, McLaren, Williams en Alpine.
Door die bredere dataset kan Mercedes sneller leren hoe de nieuwe technologie moet worden geoptimaliseerd. Daarnaast wordt in de paddock gesproken over een mogelijke technische opening rond de compressieverhouding van de motor.
De limiet van 16:1 wordt gemeten bij kamertemperatuur, wat volgens sommige teams ruimte kan laten voor hogere waarden tijdens gebruik. Na twee races in Australië en China staat Mercedes bovenaan in het kampioenschap.
Het team heeft in totaal 55 punten verzameld. George Russell heeft daarvan 33 punten behaald, terwijl Kimi Antonelli 22 punten op zijn naam heeft staan. McLaren staat na dezelfde twee races op de derde plaats in het kampioenschap met 18 punten.
Lando Norris is verantwoordelijk voor 15 van die punten. Mercedes-teambaas Toto Wolff ziet McLaren inmiddels als een belangrijke referentie voor zijn team.
“McLaren laat ons nergens verstoppen.”
Tegelijk denkt Mercedes na over de toekomst van zijn motorprogramma. Volgens plannen binnen het team kan het aantal klantenteams na 2030 worden verminderd om de ontwikkelingsprocessen sneller te maken.
Volgens Ralf Schumacher ligt het verdere verloop van het seizoen in de ontwikkelingsstrijd tussen teams. Mercedes staat bekend om het strategisch inzetten van updates. In eerdere dominante jaren, zoals tussen 2014 en 2016, introduceerde het team meerdere upgradepakketten per seizoen.