De spanning rond de nieuwe Formule 1-regels loopt op, terwijl teams zich voorbereiden op een beslissend overleg dat het seizoen kan veranderen. Achter de schermen groeit de twijfel: werkt dit nieuwe tijdperk wel zoals bedoeld?
Vooral bij McLaren klinkt een duidelijke boodschap richting de FIA en Formule 1-organisatie. De huidige regels leveren spektakel op, maar dwingen coureurs tegelijk tot onnatuurlijk rijgedrag — en dat begint te wringen.
Andrea Stella laat er geen misverstand over bestaan: er moet iets gebeuren. Hij benadrukt dat het team al sinds de eerste tests signalen ziet dat bepaalde aspecten beter kunnen.
Hij stelt dat het niet alleen gaat om prestaties, maar ook om hoe een coureur zich in de auto voelt. Volgens hem moet kwalificatie weer draaien om puur op de limiet rijden, zonder ingewikkelde energieberekeningen.
“We moeten ervoor zorgen dat ‘flat-out’ rijden in kwalificatie weer echt beloond wordt,” legt Stella uit. Daarmee raakt hij een gevoelig punt binnen de huidige generatie regels.
“We moeten ervoor zorgen dat ‘flat-out’ rijden in kwalificatie weer echt beloond wordt.”
Daarnaast wijst hij op een tweede zorg: veiligheid. Vooral bij starts en close racing ziet hij ruimte voor verbetering, iets wat direct op de agenda staat voor de komende meeting.
Die bijeenkomst, gepland op maandag, brengt teams, de FIA en Formule 1 samen om mogelijke aanpassingen te bespreken.
De basis van het probleem ligt bij de ingrijpende veranderingen in 2026. De nieuwe powerunits werken met een 50-50 verdeling tussen elektrische energie en verbrandingsmotor.
Coureurs moeten tijdens een ronde constant energie terugwinnen en inzetten. Dat klinkt technisch indrukwekkend, maar heeft een duidelijk nadeel: het beïnvloedt hoe zij rijden.
In plaats van vol gas te geven waar mogelijk, moeten ze strategieën toepassen om energie te sparen en slim te gebruiken. Dat zorgt voor een minder ‘natuurlijk’ gevoel achter het stuur.
Een van de voorstellen die nu op tafel ligt, is het verlagen van de hoeveelheid energie die per ronde kan worden teruggewonnen. Dat zou de rondetijden iets vertragen, maar wel zorgen voor een vloeiender rijstijl.
Tegelijkertijd wordt ook gekeken naar een andere oplossing: het verhogen van de zogeheten harvesting rate naar 350 kW. Daarmee verliezen coureurs minder topsnelheid aan het einde van rechte stukken.
Positieve cijfers, maar toch twijfel
Opvallend genoeg komen deze discussies niet voort uit tegenvallende cijfers. Integendeel, de sport lijkt populairder dan ooit.
Volgens Stella laten data zien dat fans positief reageren op het seizoen. De eerste drie races scoorden zelfs beter dan in 2025, met uitverkochte evenementen in Melbourne, Shanghai en Suzuka.
Ook de tv-cijfers laten een sterke groei zien, met stijgingen tussen de 20 en 30 procent. Dat zijn cijfers waar de sport normaal gesproken alleen maar van kan dromen.
“Toch moeten we objectief blijven,” benadrukt Stella. Hij maakt duidelijk dat succes bij het publiek niet betekent dat alles perfect werkt.
“We moeten objectief naar de data kijken, ook als die positief is.”
Volgens hem is het juist nu belangrijk om de regels verder te verfijnen. De gesprekken beperken zich niet tot de teams alleen. Ook coureurs, de FIA en commerciële rechtenhouder FOM zijn nauw betrokken.
Stella benadrukt dat samenwerking cruciaal is in deze fase. Iedereen heeft volgens hem hetzelfde doel: de sport verbeteren zonder het fundament te beschadigen.
Hij verwijst daarbij naar Stefano Domenicali, die recent nog benadrukte hoe belangrijk de huidige powerunit-architectuur is. Die was namelijk essentieel om grote autofabrikanten aan boord te krijgen.
De auto’s zelf zijn vervolgens ontworpen rond deze technologie, met als doel ze lichter en wendbaarder te maken. Maar daarbij moesten twee zaken altijd centraal blijven staan: veiligheid en spektakel.
Stella ziet dat die balans nog niet perfect is, maar heeft vertrouwen in het proces.
“De verantwoordelijkheid en samenwerking die we nu zien, zijn precies wat de sport nodig heeft.”