McLaren beleefde een zeldzaam moment tijdens de Chinese Grand Prix, toen beide auto’s niet eens aan de start verschenen. Lando Norris en Oscar Piastri vielen allebei uit nog vóór het begin van de race.
Zo’n dubbele DNS komt nauwelijks voor en legt direct de kwetsbaarheid van het huidige pakket bloot. Het probleem komt bovendien op een moment waarop de Formule 1 zich in een nieuwe technische fase bevindt.
De nieuwe generatie motoren blijkt fragiel. In deze beginfase van het reglement is de kans op kleine technische problemen vlak voor de start groter dan in jaren het geval was. McLaren is daarin niet uniek.
Audi wist bijvoorbeeld in de eerste twee races slechts één auto aan de start te krijgen. Dat laat zien dat het probleem breder speelt. Toch maakt het moment het voor McLaren extra pijnlijk.
Juist nu de relatie met Mercedes onder een vergrootglas ligt, zorgt deze dubbele uitval voor extra druk. Binnen McLaren leeft het gevoel dat het team opnieuw een stap achteruit heeft gezet.
Het ervaart zichzelf aan het begin van 2026 weer als een soort tweederangs team ten opzichte van Mercedes. Er bestaat de overtuiging dat het fabrieksteam van Mercedes toegang heeft tot kennis of optimalisatie die klantenteams missen.
Of dat McLaren simpelweg nog niet heeft ontdekt hoe het maximale uit de motor gehaald moet worden. Deze frustratie is niet nieuw. Al eerder werd gewezen op het verschil tussen fabrieksteams en klantenteams.
Het blijft een terugkerend thema in de Formule 1. Ron Dennis, voormalig teambaas van McLaren, stelde jaren geleden dat teams met klantmotoren geen wereldkampioen kunnen worden in het moderne tijdperk.
Die uitspraak leek achterhaald door recente successen. McLaren won namelijk constructeurskampioenschappen in 2024 en 2025 en een coureurstitel met Norris. Toch komt de oude discussie nu weer terug door de gebeurtenissen in 2026.
Hoewel McLaren een contract met Mercedes heeft tot 2030, betekent dat niet dat er geen alternatieven worden overwogen. In het verleden keek het team al naar andere opties. Zo was er een periode van intensief contact met Toyota.
Dat ging gepaard met strategische stappen zoals het uitnodigen van bestuurders en het aantrekken van een WEC-coureur als reserve. Toyota lijkt inmiddels een andere richting te kiezen, met Haas als mogelijke partner voor een terugkeer in de Formule 1.
Dat maakt die route minder waarschijnlijk voor McLaren. Toch blijft de vraag bestaan wat er na 2030 gebeurt. De huidige problemen kunnen invloed hebben op die langetermijnplanning. De situatie in 2026 laat zien dat afhankelijkheid risico’s met zich meebrengt.
Eigen powerunit als logische volgende stap
Een opvallende optie is het bouwen van een eigen powerunit. Andere teams hebben laten zien dat dit mogelijk is, zelfs zonder traditionele achtergrond als motorfabrikant. Red Bull is daar het bekendste voorbeeld van.
Het team heeft een eigen motorafdeling opgezet en daarmee een nieuwe richting gekozen. McLaren heeft al ervaring met interne ontwikkeling. Voor het WEC-programma werkt het team aan een eigen powertrain voor een hypercar die in 2027 moet debuteren.
Dat maakt de stap naar een Formule 1-motor minder ondenkbaar. De technische kennis en infrastructuur zijn deels al aanwezig. De vraag is vooral of het team die investering wil en kan doen. Het opzetten van een eigen motorprogramma vraagt tijd, geld en strategische keuzes.
De discussie over een eigen motor wordt sterk beïnvloed door het verleden. McLaren werkte tussen 2015 en 2017 samen met Honda, maar die periode verliep moeizaam. De motor bleek traag en onbetrouwbaar, wat leidde tot teleurstellende resultaten.
Toch bleef Ron Dennis destijds overtuigd van het project.
“Ik heb het eerder gezegd en ik zeg het opnieuw: we hebben een berg te beklimmen, maar we gaan die beklimmen en de top bereiken. Dat garandeer ik.”
Hij benadrukte dat een team een sterke motorpartner nodig heeft om succesvol te zijn. Volgens hem was Honda die partner.
“Voor een team om te winnen in de Formule 1 heb je een internationale motorfabrikant nodig als partner, en dat is precies wat McLaren met Honda heeft.”
Dennis wees ook op het verschil tussen fabrieksteams en klantenteams.
“Een team behaalt meestal niet hetzelfde succes wanneer het van motorpartner naar klant verandert.”
De samenwerking eindigde uiteindelijk in 2017, kort na het vertrek van Dennis zelf. Beide partijen vonden daarna succes met andere partners. Het verleden laat zien dat een eigen motor zowel kansen als risico’s biedt.
Honda kende aanvankelijk problemen, maar behaalde later grote successen met Red Bull. Max Verstappen won vier wereldtitels tussen 2021 en 2024 met Honda-power. McLaren vond op zijn beurt succes na de terugkeer naar Mercedes in 2021.
Toch blijft de vraag of klantstatus voldoende is voor langdurig succes. De huidige problemen in 2026 brengen die discussie opnieuw tot leven. Het blijkt dat technische integratie, optimalisatie en samenwerking cruciaal zijn.