De eerste races van 2026 laten een duidelijk beeld zien: McLaren is voorlopig het derde team op de grid. Mercedes ligt voor, Ferrari volgt, en het gat is nog niet volledig gedicht.
Toch weigert Lando Norris om de handdoek in de ring te gooien. Al vroeg in het seizoen maakt hij duidelijk dat de focus niet verschuift naar 2027, ondanks de nieuwe technische regels die dat verleidelijk maken.
Hij noemt die gedachte zelfs twijfelachtig en stelt dat teams die te vroeg opgeven vaak juist achterblijven. Daarmee verwijst hij impliciet naar eerdere seizoenen waarin McLaren zich juist tijdens het jaar terugvocht.
“Ik weet niet of die aanpak ooit echt werkt,” geeft Norris toe, terwijl hij benadrukt dat het team blijft pushen voor het kampioenschap.
“Het is geen kwestie van opgeven en ons richten op volgend jaar – ik weet niet of die aanpak ooit echt werkt.”
Zijn woorden komen niet uit optimisme alleen, maar uit ervaring. In 2023 en 2024 begon McLaren ook moeizaam, om later sterk terug te komen. De cijfers laten een gemengd beeld zien.
In Australië bedroeg het verschil met Mercedes in de kwalificatie nog 0,862 seconde. In Japan was dat teruggebracht tot 0,354 seconde. Dat lijkt klein, maar in de Formule 1 is het verschil nog steeds groot genoeg om structureel achter te blijven.
Toch zat McLaren er in Suzuka opvallend dichtbij. Oscar Piastri reed daar een sterke race, leidde zelfs een deel van de wedstrijd en eindigde uiteindelijk als tweede. Zonder safety car had er volgens hem zelfs meer ingezeten.
Hij laat weinig twijfel bestaan over het gevoel binnen het team. “We konden de grenzen van onze verwachtingen verleggen en zaten dichter bij de overwinning dan het leek,” legt Piastri uit.
Die uitspraak laat zien dat McLaren niet alleen naar de ranglijst kijkt, maar vooral naar het potentieel van de auto.
Strategische keuze: geen vroege switch naar 2027
De keuze om niet vroegtijdig over te stappen naar 2027 is bewust gemaakt. Andere teams namen eerder een andere route. Alpine stopte bijvoorbeeld al in mei 2025 met de ontwikkeling van die auto en zakte naar de laatste plaats.
Inmiddels staan ze vijfde in 2026. Red Bull deed juist het tegenovergestelde en bleef pushen voor de titel met Max Verstappen. Dat kostte hen later snelheid, waardoor ze nu zesde staan.
Die voorbeelden onderstrepen het dilemma: kies je voor de toekomst of maximaliseer je het heden? McLaren kiest duidelijk voor dat laatste. Norris gelooft dat constante ontwikkeling binnen het seizoen meer oplevert dan vroegtijdig opgeven.
De context van 2026 maakt alles complexer. Nieuwe regels voor powerunits, aerodynamica en banden zorgen voor een complete reset. Teamchef Andrea Stella noemt het zelfs een nieuw begin, waarin eerdere successen geen garantie bieden.
McLaren heeft daarom gekozen voor een afwijkende aanpak tijdens de winter. De auto, de MCL40, maakte pas laat zijn debuut tijdens de pre-season tests in Barcelona, op dag twee en drie. Dat gaf meer tijd voor ontwikkeling in de fabriek, maar minder data op de baan.
Daar komt nog bij dat McLaren slechts 70 procent windtunneltijd heeft, het laagste van alle teams. Dat beperkt de ontwikkelingsmogelijkheden, maar dwingt ook tot efficiënter werken.
Ondertussen draait het team tests op een dynamometer in Oostenrijk en worden updates pas na de eerste race ingevoerd. De recente geschiedenis geeft McLaren reden tot vertrouwen. In 2023 stond het team na drie races vijfde met slechts 12 punten.
Aan het einde van dat seizoen eindigde het alsnog vierde met 302 punten, voor Aston Martin.
In 2024 begon het team opnieuw moeizaam, met zes puntenfinishes en slechts één podium in de eerste drie races. Toch volgden later zes overwinningen en werd de constructeurstitel nipt gewonnen van Ferrari.
Die voorbeelden spelen een grote rol in het vertrouwen van zowel Norris als Piastri.
“Ik heb er volledig vertrouwen in dat dit team alles zal doen om ons weer vooraan te krijgen,” zegt Piastri. Hij benadrukt dat McLaren nu zelfs in een sterkere uitgangspositie zit dan in eerdere comebackjaren.
Naast het F1-programma werkt McLaren ook aan een terugkeer naar Le Mans in 2027. Daarvoor ontwikkelen ze een hypercar met een 2,9-liter V6 twin-turbo.
Die auto krijgt een hybride versie voor races en een pure V6-variant voor klanten onder de naam Project: Endurance.