De Formule 1 staat op het punt een risico te nemen dat het hele seizoen kan beïnvloeden. Met ingrijpende regelwijzigingen in aantocht groeit de twijfel: moet alles tegelijk gebeuren, of juist stap voor stap?
Die vraag hangt zwaar boven de sport nu teams, de FIA en fabrikanten achter de schermen zoeken naar oplossingen. Wat begint als een technische discussie, dreigt uit te groeien tot een strategisch schaakspel met grote gevolgen voor het seizoen.
Het idee om wijzigingen niet in één keer door te voeren wint terrein. Vooral Alan Permane spreekt zich daar duidelijk over uit en laat weinig ruimte voor twijfel. Hij noemt het zelfs logisch om veranderingen over meerdere races te verspreiden.
Volgens hem is de kalender simpelweg te complex om alles ineens te testen en te begrijpen. “Het kan in veel meer fases dan twee,” geeft hij toe, waarmee hij indirect ingaat tegen het idee van een snelle, allesomvattende update.
Die uitspraak komt op een moment dat de FIA, de elf teams en alle betrokken powerunit-partners al in gesprek zijn over concrete oplossingen. Er ligt zelfs een planning klaar: een eerste bespreking op hoog niveau, gevolgd door een digitale stemming.
En opvallend genoeg kunnen de eerste aanpassingen al zichtbaar zijn tijdens de Grand Prix van Miami, begin mei. De timing van die mogelijke updates is allesbehalve ideaal. Miami en Montreal zijn namelijk sprintweekenden, en dat betekent:
Nauwelijks tijd om iets nieuws te testen. Teams krijgen slechts één vrije training van 60 minuten. Dat is extreem weinig als je bedenkt hoeveel systemen en instellingen mogelijk aangepast moeten worden.
Permane is daar duidelijk over en schetst een praktisch probleem dat moeilijk te negeren is.
“In Miami hebben we bijna geen tijd om iets te testen, dus beginnen we met simpele dingen.”
Die beperkte voorbereidingstijd komt bovenop een andere uitdaging: vrijwel alle teams brengen tegelijkertijd aerodynamische updates mee. Het gevolg? Chaos ligt op de loer.
In Montreal kan mogelijk iets meer getest worden, maar ook daar blijft het format een beperkende factor. En dan volgt Monaco, waar testen volgens insiders “bijna onmogelijk” is door de unieke eigenschappen van het circuit.
Veiligheid en prestaties botsen met elkaar
De aanleiding voor deze discussie ligt deels bij een heftig incident. De crash van Oliver Bearman in Japan, waarbij krachten tot 50G vrijkwamen, heeft de urgentie verhoogd. Sindsdien ligt de focus op het verminderen van snelheidsverschillen tussen auto’s.
Tegelijk wil de sport het spektakel in kwalificaties behouden. Dat zorgt voor een lastige balans. Minder energiegebruik kan helpen om risico’s te verkleinen, maar heeft ook directe gevolgen voor prestaties.
Nikolas Tombazis bevestigt dat er serieus wordt gekeken naar een tweedelige aanpak.
“We kunnen kiezen voor een fase één en een fase twee, zodat fabrikanten tijd krijgen.”
Volgens hem gaan de voorgestelde wijzigingen vooral over energiebeheer. Het gaat dus niet om hardware, maar om software en instellingen die relatief snel aangepast kunnen worden. Toch waarschuwt Permane voor een klassiek probleem in de Formule 1:
Kleine veranderingen kunnen grote, onverwachte effecten hebben. Hij wijst erop dat minder elektrische energie niet alleen de topsnelheid beïnvloedt, maar ook het gedrag van de auto in bochten.
Langzamere instuursnelheden maken sommige uitdagende bochten ineens een stuk makkelijker. En dat is precies wat teams willen vermijden. “Ik denk niet dat we bochten minder uitdagend willen maken,” zegt hij, waarmee hij een gevoelige snaar raakt binnen de sport.
Daarbij komt dat fans al kritisch zijn op zaken als lift-and-coast en energiebesparing op rechte stukken. Minder energie zou dat probleem juist kunnen vergroten. Als er één moment is waarop teams echt kunnen experimenteren, dan is het later in het seizoen.
Permane wijst specifiek naar Barcelona als ideale plek. Dat circuit is bekend terrein voor teams en werd eerder gebruikt voor pre-season tests. Bovendien is het een regulier raceweekend zonder sprintformat.
Daar ligt volgens hem de kans om complexere aanpassingen te proberen. Ook Oostenrijk, halverwege juni, biedt een vergelijkbare mogelijkheid.
Silverstone, met een volgende sprint, komt daarna pas weer in beeld. Tot die tijd blijft voorzichtigheid de boventoon voeren.