Terwijl de resultaten tegenvallen en belangrijke mensen vertrekken, schuiven oud-coureurs en insiders steeds nadrukkelijker hun mening naar voren. En juist dat zorgt nu voor vuurwerk.
De discussie begint bij Ralf Schumacher, die zich in zijn podcast kritisch uitlaat over de situatie bij Red Bull. Volgens hem mist het team een duidelijke leider sinds het vertrek van Helmut Marko eind 2025.
Hij stelt dat Marko jarenlang een sleutelrol speelde als adviseur en vertrouwenspersoon van Max Verstappen. Zonder die aanwezigheid zou er volgens Schumacher een gat zijn ontstaan, zowel op technisch als persoonlijk vlak.
Die analyse gaat verder dan alleen structuur. Schumacher noemt Red Bull zelfs een “langetermijnproject” en suggereert dat de interne communicatie rommelig is. Volgens hem ontbreekt er iemand die duidelijk richting geeft.
Hij gaat nog een stap verder door te stellen dat Verstappen niet moet vertrekken, maar juist moet blijven om het team opnieuw op te bouwen. Daarmee legt hij indirect druk op de viervoudig wereldkampioen.
Maar precies die uitspraken schieten volledig in het verkeerde keelgat bij Verstappen-kamp. De reactie van Jos Verstappen laat weinig aan de verbeelding over. Via sociale media haalt hij fel uit naar Schumacher en maakt hij korte metten met diens analyse.
“Ralf kletst maar wat.”
Die ene zin zegt eigenlijk alles. Jos maakt duidelijk dat hij niets ziet in het verhaal over chaos en ontbrekend leiderschap. Volgens hem staat de analyse van Schumacher ver af van de werkelijkheid binnen het team.
Hij suggereert zelfs dat Schumacher onvoldoende zicht heeft op wat er intern speelt bij Red Bull. Daarbij wijst hij impliciet naar het verschil tussen buitenstaanders en mensen die dicht bij het team staan.
Voor Jos is het simpel: de situatie is anders dan wordt geschetst. En daarmee is de toon gezet voor een stevig publiek conflict. De achtergrond van deze discussie is een team dat al langere tijd in beweging is.
De afgelopen jaren vertrokken meerdere belangrijke namen, waaronder Christian Horner en Adrian Newey, naast Marko.
Daar blijft het niet bij. Ook op operationeel niveau verandert er veel, met het aangekondigde vertrek van race engineer GianPiero Lambiase richting McLaren uiterlijk in 2028.
Daarnaast verdwijnen er ervaren krachten uit de pitcrew, zoals Ole Schack, die na meer dan twintig jaar vertrekt. Ook monteur Jon Caller zou zijn vertrek hebben aangekondigd.
Het gevolg is een team dat er op papier anders uitziet dan enkele jaren geleden. Minder continuïteit, meer onzekerheid — en dat voedt de discussie van buitenaf. Toch ziet Jos Verstappen dat totaal anders.
Vertrouwen in de nieuwe leiding
Waar Schumacher spreekt over chaos, wijst Jos juist op stabiliteit onder de nieuwe teambaas Laurent Mekies. Volgens hem brengt Mekies structuur en rust binnen het team. Hij ziet geen reden om te twijfelen aan de koers die Red Bull momenteel vaart.
Daarmee veegt hij ook de suggestie van tafel dat Verstappen een leidende figuur mist. In zijn ogen is het team nog steeds goed georganiseerd. Die visie botst direct met het beeld dat Schumacher schetst. Twee totaal verschillende interpretaties van dezelfde situatie.
En ergens daartussenin zit Max Verstappen zelf. De prestaties op de baan helpen niet mee. In de eerste drie races van 2026 scoorde Verstappen slechts twaalf punten, een opvallend laag aantal voor een viervoudig wereldkampioen.
Hij liet eerder al doorschemeren niet blij te zijn met de nieuwe regels. Tijdens de Grand Prix van Japan gaf hij zelfs aan na te denken over zijn toekomst in de sport.
Tegelijkertijd blijft hij contact houden met Helmut Marko, ondanks diens vertrek. Hij omschreef dat zelf vrij nuchter:
“Het zal anders voelen, maar we kijken vooruit.”
Die woorden laten zien dat er wel degelijk iets veranderd is, maar ook dat Verstappen niet volledig loslaat wat er was. En precies daar zit de spanning: tussen verleden en toekomst. De resultaten van Red Bull onderstrepen de onrust.
Na drie races staat het team in de middenmoot, terwijl concurrenten als Ferrari, Mercedes en McLaren duidelijk sterker presteren. Verstappen zelf bungelt rond de negende plaats in het kampioenschap, een positie die haaks staat op zijn dominantie van eerdere jaren.
Het contrast met 2025 is groot. Toen kwam zijn titelstrijd pas later echt op gang, maar nu lijkt het team vanaf het begin achter de feiten aan te lopen.