De nieuwe Formule 1-auto’s van 2026 vragen nu zoveel van coureurs dat zelfs ervaren rijders moeite hebben het tempo en de energiehuishouding te managen. Toch blijft Williams-teambaas James Vowles optimistisch dat de problemen op tijd worden opgelost.
Volgend jaar verandert de Formule 1 radicaal, met nieuwe chassisregels en een ingrijpende wijziging van de powerunit. De verdeling tussen elektrische en verbrandingskracht wordt bijna vijftig-vijftig, wat energiebeheer tot een cruciaal onderdeel van elke ronde maakt.
Simulatoren tonen dat de 2026-auto’s totaal anders rijden dan de huidige generatie en dat coureurs mentaal veel meer moeten verwerken.
Ferrari-coureur Charles Leclerc liet al weten weinig enthousiast te zijn over zijn eerste simulatorsessies met de nieuwe specificaties. De extra complexiteit van energiemanagement maakte het rijden minder intuïtief.
De meeste coureurs hebben tot nu toe slechts vroege, onvolledige modellen getest, wat volgens Vowles het beeld vertekent.
Williams-coureur Alex Albon kreeg een meer ontwikkelde simulatorversie voorgeschoteld. Ook hij zag de grote toename in werkdruk, maar vergeleek het met een mildere versie van wat coureurs in de Formule E meemaken.
Daar draait veel om strategische energie-inzet tijdens kwalificatie en race.
“Bestuurders die de hersencapaciteit hebben om al deze eisen te begrijpen en te faciliteren, zullen goed presteren,” zei Albon. “Er komt veel meer aandacht voor simulatorwerk in de winter.”
Vowles: laat coureurs wennen
Vowles benadrukt dat eerste indrukken vaak vertekend zijn. Coureurs die slechts één keer in de simulator reden, reageren negatiever dan zij die vier of vijf sessies hebben gehad.
“De eerste keer was het moeilijk, omdat bepaalde aspecten van het rijden compleet anders zijn. De tweede keer werd het normaler – nog steeds klachten. Maar na vier sessies hoor je er bijna niets meer over.”
Hij erkent dat de werkdruk nu “erg, erg moeilijk” is voor coureurs, maar ziet nog een half jaar om verbeteringen door te voeren. Het doel is de auto’s minder belastend te maken zonder het technische concept los te laten.
Naast de mentale belasting is er discussie over het effect van actieve aerodynamica en de vervanging van DRS door een nieuwe overtake-hulp, de ‘manual override mode’. Critici vrezen minder inhaalmogelijkheden, maar Vowles ziet juist kansen.
“Je krijgt veel grotere verschillen in topsnelheid op bepaalde rechte stukken door hoe je met energie en verschillende modi speelt,” legt hij uit. “Op enig moment kan inhalen daardoor juist makkelijker worden.”
Volgens hem biedt het nieuwe pakket coureurs meer gereedschap dan nu, zelfs vergeleken met het huidige DRS-systeem.
Met nog een half jaar tot de eerste wintertest in januari is Vowles ervan overtuigd dat de balans tussen technische complexiteit en rijdbaarheid kan worden gevonden.
Zijn boodschap aan het veld: laat de paniek zakken, laat de coureurs wennen, en gebruik de komende maanden om de nieuwe generatie F1-auto’s beter op de mens af te stemmen.