Een technisch probleem dat op papier beheersbaar leek, groeit uit tot een van de grootste zorgen van het seizoen. Wat op de testbank nog acceptabel was, blijkt in de praktijk een fundamenteel probleem.
Bij Aston Martin zorgt de samenwerking met Honda voor een onverwachte uitdaging. De combinatie van auto en powerunit maakt het probleem groter dan gedacht. Koji Watanabe legt uit dat de problemen niet alleen in de powerunit zelf zitten.
Op de testbank, de zogenaamde dyno, lijken de trillingen nog binnen de grenzen. Zodra de motor in de auto wordt geplaatst, verandert dat beeld compleet. De vibraties nemen duidelijk toe.
“Tijdens tests op de dyno zijn de vibraties op een acceptabel niveau, maar zodra we de powerunit in de auto integreren, worden die vibraties veel groter.”
Dat maakt het probleem complexer. Het gaat niet alleen om de motor, maar om de interactie met het chassis. Honda werkt daarom samen met Aston Martin F1 Team om het probleem op te lossen. Beide onderdelen moeten tegelijk worden aangepakt.
Sinds de eerste tests in Barcelona in januari kampt Aston Martin met betrouwbaarheidsproblemen. Het team kan daardoor weinig kilometers maken. Dat beperkt de ontwikkeling. Minder data betekent minder inzicht in hoe de auto zich gedraagt.
Tijdens de tests in Bahrein wordt het probleem duidelijker. De vibraties zorgen voor serieuze problemen met het batterijpakket. De situatie wordt zo ernstig dat Honda het rijden moet beperken. De voorraad batterijen raakt namelijk uitgeput.
Dat dwingt het team om prioriteit te geven aan stabiliteit in plaats van snelheid. Eerst moet de basis betrouwbaar zijn. Aston Martin staat er in dit opzicht alleen voor. Het is het enige team dat met de Honda-powerunit rijdt.
Andere fabrikanten hebben meer teams en dus meer data. Mercedes levert bijvoorbeeld aan vier teams, Ferrari aan drie.
Dat verschil in informatie maakt een groot verschil in ontwikkeling. Meer data betekent sneller problemen herkennen en oplossen. Honda heeft daarnaast later aan de ontwikkeling van de 2026-powerunit gewerkt dan concurrenten.
Dat vergroot de achterstand. Volgens Watanabe is dat een belangrijke factor. Het team heeft minder tijd gehad om fouten te ontdekken en te corrigeren.
“We hebben veel ervaring tot 2025, maar we zijn later begonnen met de ontwikkeling dan anderen.”
Problemen raken batterij en hybride systeem
De trillingen beperken zich niet tot één onderdeel. Vooral het batterijpakket en het hybride systeem worden geraakt. De vibraties verspreiden zich via bevestigingen en structuren in de auto. Dat zorgt voor een kettingreactie.
Het gevolg is dat meerdere onderdelen onder druk komen te staan. Dat maakt het probleem moeilijker te isoleren. Daarom is een oplossing niet eenvoudig. Alleen de powerunit aanpassen is niet genoeg. De samenwerking tussen Honda en Aston Martin is cruciaal.
Beide partijen moeten samen naar een oplossing zoeken. Er zijn inmiddels kleine verbeteringen zichtbaar. Tijdens de Grand Prix van Japan weet Fernando Alonso de race uit te rijden. Hij finisht als achttiende, wat de eerste finish van het seizoen is voor het team.
In Australië en China vielen beide auto’s nog uit. Toch blijft het verschil met andere teams groot. Waar concurrenten al focussen op prestaties, vecht Aston Martin nog met betrouwbaarheid. Er is wel hoop binnen het team.
Volgens technisch partner Adrian Newey kan het chassis tot de top vijf behoren als de problemen worden opgelost. Dat betekent dat er potentie in de auto zit. Maar zonder betrouwbaarheid blijft die verborgen.
Honda kijkt ondertussen vooruit. De vraag is of het huidige ontwerp voldoende is, of dat een compleet nieuwe aanpak nodig is. Watanabe erkent dat prestaties en betrouwbaarheid beide verbeterd moeten worden. Dat is lastig binnen de huidige regels.
“We moeten niet alleen de betrouwbaarheid verbeteren, maar ook de prestaties. Binnen de regels is dat moeilijk, maar noodzakelijk.”
Tegelijk werkt Aston Martin door aan de auto zelf. In Japan introduceert het team een nieuwe voorvleugel en vloer. Volgens Mike Krack moet die ontwikkeling doorgaan, ondanks de problemen.
“We moeten ons op betrouwbaarheid richten, maar we zijn ook niet snel genoeg. Zelfs als we de race uitrijden, zijn we niet sterk genoeg voor punten.”
De situatie dwingt het team om twee dingen tegelijk te doen. Problemen oplossen en prestaties verbeteren. En zolang de vibraties blijven bestaan, blijft dat een strijd die elke race opnieuw gevoerd moet worden.