De crisis bij Aston Martin is niet voorbij, maar Honda claimt wel een eerste doorbraak te hebben gevonden. Na maanden van frustratie schuift de focus ineens van overleven naar presteren.
De samenwerking tussen Aston Martin en Honda begon in 2026 allesbehalve zoals gehoopt.
De overstap van Mercedes-powerunits naar Honda pakte pijnlijk uit, met tegenvallende prestaties en vibratieproblemen die niet alleen snelheid kostten, maar ook de betrouwbaarheid van de AMR26 ondermijnden.
Dat maakt Honda’s nieuwste update opvallend. Want waar het verhaal wekenlang draaide om schade beperken, spreekt het merk nu ineens over concrete prestatiedoelen voor de Canadese Grand Prix.
Al vroeg in deze nieuwe fase klinkt een duidelijke boodschap. Honda Racing Corporation-trackside general manager Shintaro Orihara stelt dat in Miami een cruciale stap is gezet.
Volgens hem bevestigde het team daar “battery vibration improvements” en “overall power unit reliability”. Dat klinkt technisch, maar de implicatie is simpel: Honda denkt het grootste acute probleem eindelijk onder controle te hebben.
Aston Martin kende in Miami zijn eerste dubbele finish van het seizoen 2026. Dat lijkt op papier misschien bescheiden, maar binnen de context van dit seizoen was het een belangrijk moment.
De auto had sinds de start van het jaar moeite met consistentie. Niet alleen pure snelheid ontbrak, ook betrouwbaarheid speelde het team parten. De combinatie met de nieuwe Honda-powerunit leverde meer hoofdpijn op dan gehoopt.
Honda zag Miami daarom niet alleen als raceweekend, maar als technische meetlat. Daar werd getest of de eerder gesignaleerde vibraties in de batterij daadwerkelijk voldoende waren aangepakt.
Orihara koppelde daar direct een tweede leerpunt aan. Volgens hem was Miami ook een belangrijk moment om ervaring op te doen met energiemanagement onder de nieuwe 2026-regels.
Dat detail is belangrijk. Want het betekent dat Honda niet simpelweg een defect repareerde, maar tegelijk probeerde te begrijpen hoe de volledige powerunit optimaal moet functioneren binnen het nieuwe reglement.
“Het was tevens een belangrijke gelegenheid om meer te leren over energiebeheer in het kader van de herziene regelgeving van 2026.”
De Canadese Grand Prix wordt voor Honda geen standaard weekend. Montréal stelt heel andere eisen dan Miami, en dat maakt elk detail gevoeliger. Orihara maakt duidelijk dat Honda in Canada niet primair jaagt op brute extra performance.
De nadruk ligt op bestuurbaarheid, energiedistributie en vertrouwen voor Fernando Alonso en Lance Stroll.
Dat klinkt minder spectaculair dan een grote upgrade, maar in de praktijk kan het net zo waardevol zijn. Een coureur die de auto vertrouwt bij het insturen van bochten wint rondetijd zonder dat er extra pk’s nodig zijn.
Orihara formuleerde dat ongewoon direct. Hij gaf aan dat het team de coureurs meer vertrouwen wil geven om sneller bochten in te gaan en meer snelheid mee te nemen richting de apex en exit.
Daarmee legt Honda de kern van het probleem bloot. De AMR26 was niet alleen technisch problematisch; de auto gaf de coureurs simpelweg onvoldoende vertrouwen om het maximale eruit te halen.
Driveability wordt Honda’s nieuwe obsessie
Honda noemt driveability expliciet als speerpunt. Dat draait om hoe voorspelbaar en soepel het vermogen wordt afgegeven, vooral bij acceleratie uit langzame bochten en bij overgangsmomenten tussen verschillende energiesystemen.
Onder de 2026-regels is dat extra gevoelig. De interactie tussen energieterugwinning, MGU-K-afgifte en torque delivery moet precies kloppen. Als dat niet gebeurt, voelt een auto nerveus of onvoorspelbaar.
Voor Alonso, die bekendstaat om zijn technische feedback, is dat cruciaal. Ook Lance Stroll krijgt in Montréal een thuisrace, wat de druk nog verder opvoert. Orihara zei letterlijk dat dit een belangrijk target van het weekend is.
Als de coureurs sneller een bocht in durven en daar meer snelheid meenemen, levert dat direct rondetijd op. Dat laat zien dat Honda’s focus verschoven is. Niet van probleem naar perfectie, maar van noodreparatie naar optimalisatie.
Alsof de technische uitdaging nog niet groot genoeg is, komt Canada ook nog met een sprintweekendformat. Dat betekent minder voorbereidingstijd. Honda krijgt slechts één vrije training van zestig minuten voordat het serieuze werk begint.
Orihara noemt FP1 daarom cruciaal. Alles moet in dat ene uur geoptimaliseerd worden. Geen luxe van uitgebreide setup-experimenten, geen lange evaluatieruns verspreid over meerdere sessies.
Daar komt de lay-out van Circuit Gilles Villeneuve nog bij. Het circuit bevat een lang recht stuk waar energiedistributie slim moet worden afgestemd, maar ook langzame secties waarin tractie en controle bepalend zijn.
Bochten 1 en 2, plus de langzame zone vóór het achterste rechte stuk, maken dat technische balans belangrijker wordt dan alleen topsnelheid.
“De rijeigenschappen worden nog belangrijker met een combinatie van MGU-K-vermogen, nauwkeurigheid en koppelprecisie.”