De discussie begon niet in Canada, maar al eerder in het seizoen. Na de Grand Prix van Miami liet Hamilton weten dat de Ferrari-simulator hem niet hielp bij zijn voorbereiding op een raceweekend.
Volgens de zevenvoudig wereldkampioen voelde de SF-26 op het circuit anders aan dan in de virtuele omgeving. Daardoor ontstond bij hem steeds meer twijfel over de waarde van de data die uit de simulator kwam.
Die scepsis kreeg extra aandacht nadat Hamilton in Montréal zijn sterkste resultaat sinds zijn overstap naar Ferrari behaalde.
De Brit eindigde als tweede achter de winnende Mercedes van Kimi Antonelli en was gedurende het hele weekend sneller dan teamgenoot Charles Leclerc. Opvallend genoeg kwam dat resultaat nadat hij de simulator opnieuw links had laten liggen.
Eerder gebeurde hetzelfde rond de Grand Prix van China, waar Hamilton zijn eerste podium voor Ferrari behaalde. Dat patroon is Hamilton zelf ook niet ontgaan.
Hij gaf voorafgaand aan het raceweekend in Monaco toe dat hij waarschijnlijk niet opnieuw op de simulator zal vertrouwen voor zijn racevoorbereiding. Daarbij gebruikte hij een opvallende formulering: hij ziet simpelweg “too many risks”.
“Of ik het ga gebruiken ter voorbereiding op een volgende wedstrijd? Waarschijnlijk niet. Er zijn gewoon te veel risico’s aan verbonden.”
Toch wil Hamilton niet dat Ferrari het simulatorprogramma zomaar afschrijft. Integendeel. Hij denkt juist dat hij kan helpen om het systeem beter te maken.
Volgens hem beschikken alleen hij en Leclerc over de ervaring van de echte auto op het circuit. Testcoureurs kunnen wel feedback geven, maar zij rijden niet met de actuele Ferrari tijdens een Grand Prix-weekend.
Hamilton ziet daarom vooral waarde in zogenaamde correlatie. Hij wil na een race terugkeren naar de simulator om te analyseren waar verschillen ontstaan tussen de virtuele wereld en de werkelijkheid.
Dat moet Ferrari helpen om ontbrekende elementen te identificeren. De Brit benadrukt dat hij altijd bereid is om het team vooruit te helpen en de ontwikkeling van de simulator te ondersteunen.
Daarmee ontstaat een interessant onderscheid. Hamilton wijst de simulator niet af als ontwikkelingsinstrument, maar twijfelt nadrukkelijk aan het gebruik ervan als voorbereiding op een raceweekend.
De oude school van Hamilton
Misschien nog opvallender is de manier waarop Hamilton zijn keuze onderbouwt. Hij koppelt zijn beste Ferrari-resultaten direct aan weekenden zonder simulator.
De Brit wees erop dat zijn twee sterkste races van het seizoen zonder die voorbereiding tot stand kwamen. Voor hem is dat geen toeval.
Daarnaast herinnerde hij eraan dat hij gedurende vrijwel al zijn wereldtitels geen simulator gebruikte. Alleen rond 2008 lag dat anders. Daardoor ziet hij het hulpmiddel niet als een noodzaak.
Hamilton noemt de simulator wel degelijk nuttig, maar geeft tegelijk toe dat zijn natuurlijke rijstijl beter aansluit bij een meer traditionele aanpak.
In zijn eigen woorden is het een hulpmiddel dat waarde kan hebben, maar denkt hij dat hij “probably better without it” is. Die uitspraak bevestigt het beeld van een coureur die nog altijd sterk vertrouwt op gevoel, ervaring en directe feedback vanuit de auto.
“Het is een krachtig hulpmiddel, maar ik ben van de oude school. Ik kan er waarschijnlijk beter zonder.”
Juist daarom krijgt deze discussie extra gewicht. Ferrari heeft namelijk al vroeg besloten om de ontwikkeling van de 2025-auto grotendeels los te laten en middelen door te schuiven naar 2026.
Dat seizoen brengt een van de grootste technische resets uit de moderne Formule 1 met zich mee. De nieuwe regels introduceren een 50/50-verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische kracht.
Daarnaast komt er 100 procent duurzame brandstof. Ook actieve aerodynamica krijgt een centrale rol, terwijl het huidige DRS-concept in zijn bekende vorm verdwijnt.
Hamilton heeft die veranderingen zelf omschreven als de grootste reglementswijziging uit zijn carrière. Binnen Ferrari ligt de nadruk volgens de technische leiding op efficiëntie, energiebeheer en flexibiliteit.
Precies daarom trekt zijn houding tegenover simulators zoveel aandacht. In een tijdperk waarin data, correlatie en virtuele ontwikkeling belangrijker worden dan ooit, kiest een van de meest ervaren coureurs op de grid juist voor minder afhankelijkheid van die systemen.
De discussie gaat daardoor over meer dan alleen een simulator. Ze raakt ook aan Hamiltons rol binnen Ferrari op langere termijn.
Meerdere bronnen melden dat Hamilton in 2027 nog steeds onder contract staat bij Ferrari. Bovendien heeft hij in mei 2026 zelf aangegeven dat hij nog “for quite some time” actief wil blijven in de Formule 1.
Van een naderend pensioen lijkt dus geen sprake. Er circuleren zelfs berichten over een clausule of optie die hem aanzienlijke invloed geeft op een extra seizoen.
Dat maakt zijn feedback voor Ferrari extra relevant. Als de Brit daadwerkelijk een belangrijke rol speelt in de overgang naar het nieuwe tijdperk, krijgt zijn oordeel over de simulator automatisch meer gewicht.
Zijn opmerkingen kunnen daardoor worden gezien als een signaal over de bredere werkwijze van Ferrari. Niet omdat hij technologie afwijst, maar omdat hij vindt dat sommige digitale processen nog niet voldoende overeenkomen met de werkelijkheid op het circuit.