De spanning bij Ferrari loopt opnieuw op, maar dit keer komt de onrust niet van buitenaf. Lewis Hamilton, zevenvoudig wereldkampioen, zette zichzelf na een rampzalige kwalificatie op scherp.
Terwijl teamgenoot Charles Leclerc pole position pakte in Hongarije, moest Hamilton zich tevredenstellen met de twaalfde plek. En dat leidde tot een opvallende uitspraak: “We moeten misschien de coureur veranderen.”
Het contrast binnen het Ferrari-team kon bijna niet groter zijn. Leclerc zette in de slotseconden van Q3 een fenomenale ronde neer en pakte de pole position, terwijl Hamilton al na Q2 klaar was.
Het is een patroon dat zich herhaalt dit seizoen. Leclerc staat vijfde in het klassement, Hamilton zesde — maar het verschil in vorm wordt met de week zichtbaarder.
Voor Hamilton is het een frustrerend jaar. Op circuits waar hij vroeger domineerde — zoals de Hungaroring, waar hij acht keer won — lijkt niets meer te lukken. In plaats van optimisme of strijdlust, klonk na afloop vooral zelftwijfel.
“Oh, het is elke keer weer mij. Useless. Absoluut nutteloos. En over de prestaties van het team: Het team heeft geen probleem. Je ziet het zelf: de auto staat op pole. Misschien moeten we de coureur vervangen.”
Radioboodschap verraadt frustratie
Al tijdens de kwalificatie klonk er frustratie over de boordradio. “Every time, every time,” riep Hamilton na zijn uitschakeling. Het was een duidelijke verwijzing naar een patroon dat hij niet weet te doorbreken.
En die frustratie nam hij mee naar de interviews daarna. Hamilton gaf aan dat hij zich dit hele weekend geen moment comfortabel voelde in de auto.
Dat gevoel contrasteerde hevig met de positieve woorden van Leclerc, die sprak over grote stappen voorwaarts bij Ferrari. De updates aan de auto lijken dus te werken — alleen niet voor Hamilton.
Opvallend genoeg probeerde Hamilton niet, zoals vaker gebeurt in de Formule 1, zijn teleurstelling te verpakken in diplomatieke taal. Integendeel: hij wees met de vinger naar zichzelf. Volgens hem ligt het probleem niet bij de auto of de strategie, maar bij zijn eigen prestaties.
“Niet één keer dit weekend had ik het idee dat er iets goeds uit zou komen Dit is een geweldige dag voor het team, dat staat buiten kijf. Leclerc heeft het fantastisch gedaan. Maar bij mij? Het is gewoon hopeloos.”
Het is zeldzaam dat een coureur van dit kaliber zichzelf zo publiekelijk afvalt. Zeker bij een team als Ferrari, waar interne rust vaak van groot belang is.
Ferrari’s succes benadrukt het probleem
De ironie is pijnlijk: Ferrari kende misschien wel zijn sterkste kwalificatie van het jaar, nota bene op een moment waarop Hamilton z’n dieptepunt lijkt te bereiken.
McLaren, dat eerder het hele weekend domineerde, moest in Q3 toezien hoe Leclerc de pole afpakte. Voor Ferrari is dat een teken van vooruitgang. Voor Hamilton is het een reminder dat hij de aansluiting kwijt lijkt te zijn.
Zijn uitspraak over een mogelijke vervanger klinkt dramatisch, maar is tegelijkertijd ook een signaal. Een signaal dat de zevenvoudig kampioen het gevoel heeft dat hij tekortschiet — en dat openlijk durft te benoemen.
Met nog tien races te gaan in 2025 en een zomerpauze voor de deur, is de timing van Hamiltons opmerking opvallend. Ferrari wil bouwen aan consistentie, zeker nu het team weer meedoet om poles en podiums.
Maar als de interne verhoudingen scheef raken, kan zelfs een sterke auto niet alle plooien gladstrijken. Hamilton’s openlijke twijfel zet de druk op zijn eigen schouders — en op Ferrari.
Want hoe lang kun je blijven bouwen op een legende als de resultaten uitblijven? De vraag is niet alleen of Hamilton zichzelf wil vervangen, maar ook of Ferrari die gedachte serieus moet nemen. Voor nu is er maar één zekerheid: dit conflict zal nog niet snel gaan liggen.