De bijeenkomst op maandagmiddag brengt alle grote spelers samen binnen de F1 Commission. Teams, de FIA, FOM en powerunit-fabrikanten bespreken concrete voorstellen om de regels voor 2026 bij te sturen.
Dit gebeurt na twee eerdere verkennende meetings tijdens de voorjaarsbreak. De aanleiding is duidelijk. Na drie races ligt het reglement zwaar onder vuur.
Coureurs klagen over onnatuurlijk rijgedrag en extreme energiebesparing, wat het racen minder intuïtief maakt. Vooral het constante lift-and-coast en het strategisch omgaan met energie zorgen voor frustratie.
Mohammed Ben Sulayem noemt de gesprekken met coureurs “constructief en collaboratief” en benadrukt dat hun input serieus wordt genomen. Hij zegt ook dat die feedback vooral draait om energiebeheer en veiligheid.
“De coureurs hebben waardevolle input geleverd over aanpassingen die nodig zijn, vooral rond energiebeheer om veilig en eerlijk racen te garanderen.”
Toch zit daar meteen een spanningspunt. Want hoewel coureurs hun mening geven, hebben ze geen stem in de uiteindelijke besluitvorming.
Een van de belangrijkste voorstellen draait om het verhogen van de superclipping-rate naar 350kW. Tegelijk wordt gekeken naar aangepaste limieten voor energie-opwekking per circuit. Momenteel ligt die limiet standaard op 8,5mJ.
Dat systeem heeft ongewenste effecten. Coureurs moeten overdreven energie sparen, wat leidt tot passief rijgedrag en minder aanvalslust in bochten. Daarom ligt er een voorstel om de limiet te verlagen naar ongeveer 5 tot 6mJ.
Dat zou het racen natuurlijker maken, maar kost rondetijd. En dat is precies waar teams twijfelen. Wat is belangrijker: spektakel of pure snelheid?
Max Verstappen, Carlos Sainz en Oliver Bearman hebben zich al kritisch uitgelaten. Zij vinden dat de regels het rijden minder puur maken.
Veiligheid speelt ineens hoofdrol
De discussie kreeg extra lading na een zware crash tijdens de Grand Prix van Japan. Oliver Bearman botste hard toen hij werd verrast door een groot snelheidsverschil met Franco Colapinto, die op dat moment maximale energie gebruikte.
Die situatie legde een zwakke plek bloot. Verschillen in energiegebruik kunnen leiden tot gevaarlijke snelheidsverschillen op de baan.
Coureurs hadden hier al maanden voor gewaarschuwd. De crash maakte die zorgen plots heel concreet. Veiligheid staat daardoor nu centraal in alle gesprekken.
Toch blijft het ingewikkeld. Teams hebben hun eigen belangen. Wat goed is voor prestaties, is niet altijd wat coureurs willen of nodig hebben. Binnen de paddock groeit het gevoel dat coureurs niet volledig gehoord worden.
Dat heeft deels te maken met “vested interests” van teams en fabrikanten. Zij kijken vooral naar competitief voordeel. Coureurs willen juist meer controle en rijplezier. Dat verschil zorgt voor spanning, vooral nu snelle beslissingen nodig zijn.
Toto Wolff probeert de rust te bewaren. Hij zegt dat veranderingen zorgvuldig moeten gebeuren en niet overdreven.
“We moeten handelen met een scalpel en niet met een honkbalknuppel.”
Volgens hem zijn de gesprekken positief en liggen er goede oplossingen op tafel. Maar hij waarschuwt ook voor overhaaste beslissingen, zeker zo vroeg in het seizoen.
Om wijzigingen al in Miami door te voeren, is volledige overeenstemming nodig. En juist daar zit het probleem. Bronnen suggereren dat unanimiteit moeilijk haalbaar is.
Als die er niet komt, kan de FIA alsnog ingrijpen op basis van veiligheid. Dat geeft de organisatie een sterke positie, maar kan ook leiden tot nieuwe discussies.
Ondertussen loopt het proces gewoon door. Zelfs als er nu aanpassingen komen, is de kans groot dat het reglement gedurende het seizoen verder wordt bijgesteld.
Volgens Wolff is dat geen probleem. Hij benadrukt dat het belangrijk is om te blijven leren en bij te sturen waar nodig.